Klimaatreligie

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor thunberg in de vn

Dat het klimaat verandert, daar zal ik niets tegenin brengen. Dat de mens daar een rol in heeft, ook daar zal ik niets tegenin brengen. Laat ik met deze disclaimer beginnen want dat voorkomt veel ellende.

Maar nu mijn punt.

Deze week hoorde ik op NPORadio1 (Dit is De Dag, 10 oktober 2019, vanaf minuut 19) een discussie over het klimaat. Voormalig Kinderombudsman Dullaert sprak mee. Op enig moment uitte Wim Berkelaar twijfels over de mogelijke Nobelprijs voor de Vrede voor Greta Thunberg. Berkelaar noemde haar optreden ‘klimaatpraat’ vanwege allerlei redenen. Die er niet toe doen nu. Dullaert noemde zijn opstelling ‘old school’, deed badinerend en ratelde door. Berkelaar ondersteunde Dullaert op alle punten maar relativeerde het voortdurend praten over het klimaat. “Als ik het zo hoor bent u klimaatscepticus” zei Dullaert vervolgens.

Zo, dat is een argument op schoolpeinniveau. En een moderne verdachtmaking die de wereld verdeelt in goed en slecht. Wat een geleuter.

Laat ik duidelijk zijn. Thunberg heeft heel verdiend de Nobelprijs voor de Vrede NIET gekregen. Wel iemand die werkelijk verschil heeft gemaakt voor zijn land Ethiopië, Abiy Ahmed.

Zij is ook niet de nieuwe Heiland. Maar ze praat ook geen poep en ze is oprecht in haar verontwaardiging. Het is een puber zoals ik aan tafel heb zitten. Mijn puber is bijna 15 en heel zorgelijk over onze toekomst. Hij is daarin, net als Thunberg, authentiek bezorgd.

Wat meer het punt is, is dat er geen normale discussie over het klimaat mogelijk lijkt. Als zelfs Dullaert, toch een intelligente man met het hart op de goede plaats, een relativering ‘old school’ noemt en vervolgens iemand wil afserveren omdat hij van een ander geloof is, is er echt wat mis.

Ik ben niet sceptisch, ik ben optimistisch. Ongeneeslijk. Ik denk, ik weet, dat er nu al ergens in een schuurtje, in een bedrijf of op een universiteit mensen bezig zijn dingen te bedenken die goed zijn voor het klimaat. Dat er de komende jaren mensen opstaan die oplossingen hebben voor alle uitstoot. Zo is het altijd gegaan en zo zal het altijd blijven gaan. Paniekzaaierij is overbodig en kinderlijk. Mensen buitelen over elkaar heen om nog zuiverder in het geloof te zijn en bijvoorbeeld Thunberg te bejubelen.

Ik zal dat niet doen: buitelen noch bejubelen. Ik hou van een koele geest en een goede open discussie. Ook met echte sceptici omdat ik benieuwd ben naar hun drijfveren.

Ik heb op Twitter gezien wat de reacties zijn als mensen negatief waren over Thunberg. De vreselijkste verwensingen kregen zij over zich heen. Terwijl ook in mijn omgeving er mensen zijn die haar toespraak weerzinwekkend vonden. En dan hebben zij het niet over het feit dat daar een zeer bevoorrecht blank westers meisje staat te fulmineren tegen een welvaart die voor haar meer dan normaal is, en voor het grootste deel van de wereld niet. Zijn hebben het ook niet over de subboodschappen die in haar toespraak zitten, dat de tweede en derde wereld het kunnen vergeten nog economisch te kunnen groeien. Zij hebben het wel over de vorm en de zorgen die zij hebben dat zij daar staat namens anderen, volwassenen met een eigen agenda. Dat zij wordt misbruikt.

Dat laatste denk ik dus niet. Zij is oprecht en heeft haar eigen agenda. Wat ik wel denk is dat we de grote emotie even moeten laten voor wat het is en dat er nu mensen, jong en oud, met een koele geest aan zet zijn om vaart te maken met oplossingen.

Hat mag dan wel vijf voor twaalf zijn, maar de doemsklok staat mijn hele leven al stil op die tijd.

En het wachten blijft op de Messias. Nog eeuwen.

Feest! Toen en nu.

Tags

,

Een tevreden mens

Al heel vaak heb ik mijn verjaardag gevierd. Ik ben in de zomer jarig en ik kan me nog herinneren van vroeger dat veel vriendjes dan op vakantie waren. De zon scheen eeuwig en de straat was waar het feestje was. Er is wel een en ander veranderd in de loop der jaren. Afgelopen zomer was ik weer jarig. Dat heb ik uitbundig gevierd en daarmee was de kous af. Dacht ik.

Dat liep anders. Gezin en vrienden wilden het nog verder vieren en dat hebben we dus afgelopen weekeinde gedaan. Ik moet zeggen dat het de moeite meer dan waard was.

Feestjes zijn altijd het moment om weer bij te praten over het leven, de liefde en de vriendschap. Ik herinner me nog de verjaardagen van vroeger. Er kwamen hapjes, heel simpele, op tafel en er stonden altijd cocktailglazen met twee soorten sigaretten op tafel. Mét en zonder filter. Er werd volop gerookt, er werd volop gedronken (vooral bier, jonge klare of een citroentje met suiker) en er werd volop herrie gemaakt. Met z’n allen in een kring en praten, lachen. Mijn vader verwisselde af en toe een plaat.

Die hapjes waren simpel, zoals ik schrijf. Het was een blokje kaas en erop óf een stukje ananas óf een stukje stemgember. Verder was er leverworst en als we sjiek deden dan een asperge uit blik met ham eromheen. Chips met ‘Festival’ dipsaus en natuurlijk pinda’s. Dat was het ongeveer. Geen idee meer hoe laat we begonnen en zeker geen idee hoe laat het werd. Ik lag al lang en breed in bed.

De gasten waren altijd dezelfden: familie, ooms en tantes, de grootouders en wat buren. Maar vooral familie. Soms vind ik ergens een zwart-wit foto van zo’n feestje.

Ik zie mezelf op de foto met een helm op en een zwaard in mijn hand, achter de deur. Ik hield niet zo van drukte. En ik zie mijn vader, lachend en ik heb het gevoel dat ik in de spiegel kijk.

De feestjes nu zijn anders. Ik regel iemand die komt BBQ-en en mijn oudste zoon maakt een playlist zodat we de hele avond muziek hebben. En om te voorkomen dat we achterblijven met wel heel erg veel vaat huren we alles bij een topbedrijf. Voor verrassend weinig geld heb je alles voor 30 personen in huis.

En natuurlijk wordt de familie uitgenodigd voor het feest. Broer en zus met aanhang. En daarnaast heel veel vrienden. In mijn jeugd woonde iedereen in de buurt. Zuilen in Utrecht. Het verst weg was de familie die woonde op Plan Overvecht. Dat was het. Nu nodig ik vrienden uit die in de VS wonen en uit het hele land. De vrienden hebben over de hele wereld gewoond en gewerkt. Men maakt selfies en foto’s. Op Whatsapp zijn er groepen aangemaakt om uit te nodigen, cadeaus te bespreken, voorpret te hebben.

We zijn een generatie verder, in alles. In welvaart, in techniek, in mogelijkheden, in mobiliteit, in huisvesting, in financiële positie. De foto’s van nu lijken niet meer op de foto’s van vroeger. Ze worden bewerkt zodat ze mooier en leuker worden. Ze worden gedeeld op social en uit alle hoeken komen er reacties op. Er staan geen sigaretten meer op tafel en de mensen die wel roken zijn enorm in de minderheid. De Goudse kaas en vervangen door allerlei kaasjes uit allerlei landen. Een andere tijd.

Maar het belangrijkste is niet veranderd. We komen nog steeds bij elkaar om feest te vieren. We eten en drinken. We praten met iedereen die er is en hebben lol. De jarige wordt toegesproken (ik door vrouw en oudste zoon), we raken ontroerd, we worden gejend en liefdevol worden wat slechte eigenschappen benadrukt. De jarige speecht ook en probeert leuk en luchtig te zijn. De kern is dat we het met elkaar goed hebben, dat we van elkaar houden en dat we nog heel veel feestjes met elkaar gaan vieren. Dát is niet veranderd. Dat was in mijn jeugd op Zuilen zo en dat is nu niet anders.

Wat ook niet is veranderd: de tevreden blik van de jarige die alles aanziet en weet dat het goed is.

Ik ben al mijn hele leven tevreden met mijn verjaardag en vandaag weer het meest.

Nog maar een jongen (16-20)

Tags

, ,

Een aanslag op onze rechtsstaat, dat is de moord op advocaat Wiersum. Met deze moord bereiken de mensen achter de dader wat zij willen. Er ontstaat angst en grote voorzichtigheid. Die was er al onder rechters (die spreken het vonnis uit) en Officieren van Justitie (die spreken de eis uit). Ook journalisten worden bedreigd. Maar met deze moord wordt er iets nieuws toegevoegd. Als iemand wordt bijgestaan door een advocaat dan moet ook de laatste vrezen voor zijn of haar leven.

We kunnen niet hard genoeg hierover oordelen.

De moord is gepleegd door een jongen van tussen de 16 en 20 jaar oud. Geen spoor van momenteel en waarschijnlijk is hij doodgemoedereerd afgereisd naar een adres in Amsterdam of Utrecht of Nieuwegein of waar dan ook. Hoe het ook zij: hij leeft in een sociale omgeving. Iemand heeft hem geld beloofd, iemand heeft hem een wapen gegeven, iemand hoort het signalement en denkt ‘dat kan die en die wel eens zijn’. Niemand die in volstrekte isolatie leeft en dingen doet.

Ik acht de kans heel groot dat er mensen om hem heen zijn die weten wat hij gedaan heeft en dát hij het gedaan heeft. Die hem thuis hebben zien komen met meer dan normale aandacht voor het journaal. Of wat dan ook.

Mensen die nu zwijgen. Mensen die het mede mogelijk maken dat dit kon en kan gebeuren.

Ook daar kunnen we niet hard genoeg over oordelen.

En mocht de dader ooit gevonden worden en worden aangeklaagd, dan zal hij worden bijgestaan door een advocaat.

Niet advocaat Wiersum. Die is dood.

De Hypermarché

Tags

, , ,

Hypermarché, Intermarché, Ecomarché: er zijn nogal wat namen voor de supermarkt in Frankrijk. Die bij ons in het dorp is hierboven afgebeeld. Een mooie, overzichtelijke, goed ingerichte supermarkt. Zo was het niet altijd overigens.

Toen wij in 2002 in Carcés terechtkwamen stond op deze zelfde plek een grote schuur met een dak van golfplaat. Als het regende dan was het binnen ook nat. Het assortiment was zeer lokaal omdat het een vestiging was van Les Mousquetaires. Doelstelling was lokale producten in de schappen te hebben en dat was dan ook zo. Het was er altijd druk en na een paar jaar kwam er nieuwe verlichting. Daarmee zag het er minder boers en iets aantrekkelijker uit.

Het dorp had veel winkels. Drie supermarktjes, vier bakkers, twee slagers, een groenteboer en een Presse waar je van alles en nog wat kon kopen. Er was veel levendigheid in een heel klein dorpje. Ik deed boodschappen in het dorp en voor grotere hoeveelheden ging ik naar Les Mousquetaires. Chips, wijn, frisdrank en nog het een en ander. Dat ging prima.

Op een dag was de supermarkt gesloten wegens verbouwing. Toen ik maanden later terug was bleek wat er was verbouwd: alles. Het pand stond er zoals boven afgebeeld. Nieuw, van steen en met een goed en dicht dak. Het assortiment was nog exact hetzelfde. Toen opeens heette Les Mousquetaires Écomarché en begon het assortiment uit te breiden. De koekjesafdeling, de eerste bij binnenkomst, werd heel groot. Brood kwam erbij. Niet het beste stokbrood, nog steeds niet, maar de rest was top. Er kwam een echte betere slager met allerlei kant en klaar eten. Van Museau (heerlijk) tot aan allerlei brochettes. Ze hadden het. Er kwam een visafdeling. Niet groot maar wel goed gesorteerd en heel vers.

Je kunt er ook heel voordeling tanken en sinds twee jaar is dat 24/7 met een cardautomaat. Prima dus.

Die uitbreidingen vonden plaats in een jaar of twee, drie schat ik. En opeens heette de Écomarché Intermarché.

Het begon merkbaar te worden in het dorp. Een van de bakkers stopte ermee, en onlangs nog een. Er bleef één slager over en de groenteboer had een steeds ouder wordende clientèle. Een groenteboer die inmiddels ook is gestopt.

Het ging zo goed met de supermarkt, en vooral met de franchisenemer, dat hij de Presse in het dorp overnam voor zijn dochters. Een leuk hebbedingetje. Die bakten er vervolgens niks van en na een jaar of twee verdwenen zij weer in de anonimiteit. De Presse heeft twee jaar leeggestaan en er zit nu een makelaar. De vierde in het dorp. De supermarkt verkoopt inmiddels alle tijdschriften die denkbaar zijn en de afdeling pennen en papier is redelijk groot. Het assortiment van La Presse ligt nu gewoon in de schappen.

Tja, wat was er nou eerder, de kip of het ei. Ging het slechter met het dorp en groeide daardoor de supermarkt of was het andersom. Of is het een proces dat zichzelf versterkt? Feit is dat sinds de verbouwing en uitbreiding van de supermarkt het aanbod in het dorp is verschraald.

En niet alleen in ons dorp. Vanuit Montfort en Correns komen bewoners naar ons dorp. Regionaal heeft deze supermarkt een aanzuigende werking. En ook daar zie je de middenstand verdwijnen.

Het is het verhaal van Frankrijk denk ik. Waar je ook bent en welke stad je ook binnenrijdt, eerst zijn er immense Zones Industrielles met een enorme Leclerc, Casinó, Auchan, Intermarché of hoe ze ook allemaal heten. Eromheen allerlei winkels omdat je er toch bent: schoenen, sportartikelen et cetera. De dorpen staan half leeg.

Het schrijnendst bij ons in de buurt is Brignoles. Ooit een bruisend stadje en inmiddels een dorp in afbouw met enorm veel leegstand en hangende mensen. De ziel is er totaal uit.

Sommige dorpen vinden zich opnieuw uit. Cotignac is daarvan een heel goed voorbeeld. Carcès probeert het met een avondmarkt, met Marie die toch weer de beste groenten is gaan verkopen vanuit een heel klein winkeltje. De strijd om de klant is echter verloren aan de grote Hypermarché net buiten het dorp. En ook ik doe daar mijn boodschappen. Behalve brood en goede ham en museau. Die zijn in het dorp vele malen beter.

En ’s morgens een beetje kletsen met de bakkersvrouw is mij ook heel veel waard.

Roodborstje

Gisteren in het begin van de avond hoorde ik boven een enorm kabaal. Twee katten in huis, Jaap en Joop, dus dat komt vaker voor. Deze keer duurde het kabaal echter wel heel lang.

Ik holde naar boven en daar zat Jaap voorover gebogen over een piepklein roodborstje. Er was veel omgegooid dus hij was niet zomaar aan het roodborstje gekomen.

Dat was trouwens wel mijn vraag: hoe kwam dat vogeltje überhaupt binnen?

Een kantelraam stond op een kiertje open en waarschijnlijk had het vogeltje daar op de rand gezeten en was gegrepen door deze fijne Noorse Boskat.

Ik pakte het vogeltje op en samen met mijn zoon heb ik buiten zitten kijken of het nog wat zou worden. Geen bloed, geen wondjes, gewoon een klein heel roodborstje dat amechtig ademde. Kleine zwarte kraaloogjes.

Ik ging naar binnen de boel opruimen. Zelfs op het raam zaten afdrukken van kattepoten.

Mijn zoon kwam naar binnen met het vogeltje en zei: “nou pa, ik heb voor het eerst een dood dier in mijn handen. Hij ademde heel snel en toen was ie dood.”

Het roodborstje is tenminste niet eenzaam heengegaan.

Een brullende begrafenis

Afbeeldingsresultaat voor carces l'eglise

Carcès, een zondagochtend. Na brood gekocht te hebben bij onze bakker, hebben mijn zoon en ik wat gedronken bij het café. Het volgende is altijd een kaarsje opsteken in de kerk. Dat schijnt ook te werken als je er niet in gelooft. Mooie rituelen.

We lopen langs de kerk en we zien een condoleanceregister liggen voor de kerk. Dat ligt er om de week wel eens en het gaat dan om mensen van boven de tachtig. Er wordt ook altijd volop getekend en als de dag van de begrafenis is, is het ook altijd druk. De kerk vult zich, de jonge pastoor gaat voor en men verlaat de kerk. Achter de auto aan loopt men naar de begraafplaats zo’n 500 meter verderop.

Zo gaat het meestal.

Deze zondagochtend ging het allemaal iets anders. We, mijn jongste zoon en ik, liepen langs het register en ik zag dat het ging om een jonge vent van 27. Dat komt altijd anders binnen dan een tachtigjarige. Die heeft een lang gevuld leven achter de rug en als het meezit was dat een mooi leven. Als je 27 bent ligt dat anders. Dan hoor je niet te sterven. Dan hoor je te dromen over je leven en alles wat er nog gaat komen. Je gang naar de begraafplaats moet zijn achter de kist van familie op leeftijd, eventueel opa of oma. Meer niet.

Zelf hoor je niet in een kist te liggen. We schrokken er dus samen van en spraken erover op weg naar huis. En we bespraken het bij het ontbijt. Als ouders voel je wat er allemaal achter zo’n bericht zit.

Een paar dagen later waren we natuurlijk weer in het dorp en toen was de mis gaande voor de uitvaart. Voor de kerk stond de rouwwagen, altijd een busje, en erachter stonden wat motorrijders. Een stuk of zes.

De deuren van de kerk stonden open en de kist werd naar buiten gedragen en in het busje geschoven. Toen kwamen de mensen naar buiten en onder hen een groot aantal in voetbalshirts. De jonge man die dood was was een sportliefhebber, zoveel was wel duidelijk.

Na een vijftal minuten, diepe stilte ook op ons terras, werd het busje gestart en toen brak de hel los. Beetje rare uitdrukking in deze context maar zo klonk het wel. De motorrijders startten hun motoren en gaven vol gas. Niet een keer maar vele keren. Zeer luid. Iedereen schrok zich dood. Toen het busje begon te rijden reden de motoren erachter aan met hetzelfde kabaal. De hele hoofdstraat door met meer decibellen dan goed is voor de mens. Tot aan de begraafplaats hoorden we hen.

Indrukwekkend en verwarrend was het zeker.

Later hoorden we dat de man in kwestie zich had doodgereden op zijn motor. Dat hij jong en heel sportief was en een mooie toekomst voor zich had liggen. Ineens was alles gestopt.

We waren erg onder de indruk van deze brullende begrafenis. Mooi ook.

Een raar land.

Tags

, , , ,

Er zijn er die het land haten. Wat zij die dat doen erover zeggen is dat het wel mooi is maar de inwoners zo arrogant zijn. Nooit aardig. En ook dat je er niet lekker kunt eten. En ook overigens dat de dorpen saai en leeg zijn. Dat er niets te doen is. Dat het, kortom, een land is dat je beter kunt mijden.

Er zijn er die van het land houden. Die een beetje de taal spreken en er dan achterkomen dat de bewoners eerder schuchter zijn dan arrogant. Die weten dat niet alle dorpen opwindend zijn maar dat niet heel erg vinden. Dat het, kortom, een land is dat je moet omarmen zodat het land jou omarmt.

Frankrijk.

Ik hoor tot de tweede groep mensen. Ik hou van Frankrijk en ik hou van de Fransen. En zeker, de allereerste keer dat ik er was – in Parijs – trof ik niet anders dan afstandelijke norse mensen aan. Ik sprak geen woord Frans en ik ontmoette geen enkele hulp. Mijn Engels was niet goed besteed.

Dat is vele jaren her. Inmiddels spreek ik Frans, heb ik een tijdje in Parijs doorgebracht en kom ik met mijn gezin alweer 17 jaar in de Var, in een klein dorpje met een paar duizend inwoners.

En het ís een raar land. Althans, in onze ogen. De mensen hebben een hekel aan Parijs, vooral de politiek in Parijs, én verwachten dat datzelfde Parijs wel met een oplossing komt voor de lokale problemen. Die zijn groot. De armoede in de Var is groot en de crisis laat nog steeds zijn sporen na. Winkels sluiten, mensen hebben geen of weinig vangnet en als je rondloopt op de avondmarkt zie je dat er niet veel welvaart is. In een dorp verderop, Le Luc, wordt al jaren gebouwd aan een miniatuurparijs door de gele hesjes. Zij waken erover en spreken je aan als je er langskomt. Zij fulmineren tegen de politiek en eisen ingrijpen door diezelfde politiek.

Het Front National is in bijna alle dorpen de grootste.

De tradities worden in ere gehouden. La France Profonde tegen Parijs tot aan de jaarlijkse feestjes die met verve gevierd worden. Ieder jaar zijn er naast 14 juli allerlei redenen om met elkaar feest te vieren. Dan is er kermis en op het grote plein is er bijvoorbeeld een Grand Aïoli. Met elkaar eten aan lange tafels waarbij een zangeres liedjes zingt van Edith Piaf. Vals.

Deze zomer kwamen we terecht op zo’n feestje, zonder dat we dat overigens vooraf wisten. We wilden wat eten en schoven aan. Eén menu was er: koude pasta vooraf, pizza en ijs na. En wijn, veel wijn.

Het terras zat bomvol en er was een DJ. Veel muziek met heel veel lichteffecten. Het oogde allemaal wat goedkoop. Op enig moment draait hij een voor mij onbekend nummer en binnen drie minuten staan er zo’n twintig vrouwen collectief hetzelfde dansje uit te voeren. Een soort line dancing maar dan net anders. Simultaan exact dezelfde pasjes. Daarna de Macarena en nog zo het een en ander. De andere mensen, vooral mannen, op het terras klapten, zongen mee en hadden plezier. Het dorp vierde feest en hoe. ’s Avonds was er natuurlijk vuurwerk.

De volgende dag kom je elkaar weer tegen op het terras en bij de bakker. Twee zoenen en zeggen dat het een leuk feestje was. Dat er nu gewoon weer hard gewerkt moet worden. En hard werken doet men. De winkels zijn vroeg open tot laat op de dag. Veel mensen hebben werk in de wijnbouw. Slechts enkelen zijn daar rijk mee geworden, de rest zeker niet. Mensen klussen veel bij. Maken zwembaden schoon, doen klusjes. Sommigen rijden naar Nice, anderhalf uur rijden, om daar te werken.

Mijn ervaring is dat als je een beetje de taal spreekt en je best doet, de Fransen niet afstandelijk of arrogant zijn. Integendeel. Verwelkomend en open. En ik weet ook wel dat ik er nooit bij zal horen, nooit echt. Maar dat is mijn doel ook niet. Als ik dat zou willen dan moet ik er gaan wonen. Dan lukt dat wel.

Ik weet ook dat als je in oktober door de Bourgogne naar het zuiden rijdt en daar door dorpjes komt er echt helemaal niets te doen is. Geen restaurants die uitnodigend open zijn, geen flamboyante cafés. Niets. Wel in de steden, niet in de dorpjes. Dat is in de Var niet anders. Dichtgeplakt met oude kranten noemde mijn moedertje dat.

Maar als je een neus voor Frankrijk hebt dan kijk je verder. Dan zie je dat niet alles dicht is en dat je wel lekker kunt eten. De de lucht gevuld is met de geur van open vuur als de boeren zich gereedmaken voor de winter. Dat in de verte het geknal van de jacht is te horen. Dat de wijnvelden langzaam tot roodbruin verkleuren en dat de lucht steeds kouder wordt. Dát zijn de dagen waarop mijn liefde voor Frankrijk nog groter is. Het moment op het terras waar dat nog net kan qua temperatuur, met een goed glas en soms een vleug tabaksrook van de buurman die zo op Steven Seagal lijkt.

Gelukkiger kun je me niet meemaken.

Een mooi dagje Monaco (*)

Tags

,

1976, het jaar dat ik voor het eerst in Monte Carlo was met mijn ouders. Ik herinnerde me er niet veel van. Een groot plein voor het Casino waar een agent met een azuurblauw pak en een witte helm het verkeer stond te regelen. Meer niet.

2019, mijn jongste zoon wil naar Monaco om daar over het F1 circuit te kunnen lopen. Zeg daar maar eens nee tegen. Dus na bijna twee uur rijden parkeren we in een van de vele parkeergarages en komen boven direct op het plein dat ik me herinnerde uit mijn jeugd. Niets groot en leeg! Druk en vol met de duurste auto’s die je je kunt voorstellen. Kentekens uit de vele landen. Veel Russen, viel mij op.

Enfin: met een zoon door Monaco lopen die gek is van F1 is heel leuk. Inderdaad het circuit, dè tunnel en veel merchandising. Een zaak aan het begin van de tunnel waar je werkelijk alles kunt kopen over de F1. Tot een leren jas van veel te veel Euros toe.

Daarnaast is het ook gewoon kijken wat rijkdom is. Echte rijkdom.

De etalage van Cartier met sieraden die ik gedurende mijn gehele werkzame leven niet bij elkaar zal sparen. Het casino waar je als plebs wel in het deel met de slotmachines mag komen maar verder ook niet. De boten in de haven: groot, groter, grootst.

Het is een uitstalling van weelde en welvaart. Het enige goede is dat de dure auto’s hier gewoon worden gebruikt om in te rijden en niet alleen maar om te laten zien dat je er een hebt. Gebruiksvoorwerpen dus.

Ik dacht met een uurtje wel klaar te zijn maar we zijn er een dag geweest. Wandelend, kijkend, een lunch pakkend. En om heel eerlijk te zijn, de lekkerste straat vond ik waar de start van de F1 plaatsvindt: de Boulevard Albert 1er. Een Franse boulevard met café’s, winkels en drukte.

Kortom, een mooie bestemming voor een dag en je kunt je er ogen uitkijken.

(*) Ook gepubliceerd op https://www.coteprovence.nl/een-mooi-dagje-monaco/

Speedboattocht in de Golf van Saint Tropez (*)

Tags

, ,

Jarig zijn in augustus heeft zo zijn voordelen.

Ik vier het altijd in de Var bijvoorbeeld. Er is altijd Tarte Tropézienne én champagne. Dit jaar kwam er nog eens iets fantastisch bij: een boottocht vanuit Cogolin. Wat ik niet wist was dat de boot een heel snelle zou zijn. Met zijn achten aan boord waarbij de kapitein ons verwelkomde, en toen vertrokken we pruttelend uit de haven.

Het was een ruige zee en dat hebben we geweten. We waren nog niet buitengaats of we hobbelden alle kanten op. Maar wat een ervaring! De zee op, en Saint-Tropez zien opdoemen, een scherpe bocht naar links en dure huizen kijken. Wat zwemmen in de baai en weer door naar een klein toprestaurantje (1) aan zee.

Voor anker gaan en afgehaald worden met een klein bootje om even later aan het strand heerlijk te lunchen.
We hadden de boot een hele dag en de kapitein was zeer flexibel. Daarna zijn we verder gevaren naar Plage de Pampelonne, clubs kijken, en van daaruit met een zeer ruime bocht over zee weer terug. En toen ook voluit met 300 pk, stuiterend over de golven.

We vertrokken om 11 uur en waren iets na 17 uur weer terug. Het was een memorabele dag, én aan te raden. Het kost wat maar dan heb je ook wat.
De boot hadden we gehuurd bij Houseboat (2). De telefonische contacten waren wat stug, ondanks dat alles in het Frans was, maar eenmaal daar waren de mensen vriendelijk en zeer meegaand. We kregen zelfs een upgrade naar een grotere en snellere boot.

Wat wil een mens nou nog meer voor zijn verjaardag?

(1) LesGraniers
1 Plage des Graniers, 83990 Saint-Tropez (Var)

(2) Houseboat
29 Quai de La Galiote, 83310 Cogolin (Var)

(*) Ook gepubliceerd op https://www.coteprovence.nl/speedboattocht-in-de-golf-van-saint-tropez/

Futiele feiten

Tags

, ,

Drie weken van een afstand naar Nederland kijken. Dat heb ik gedaan. Iedere ochtend mijn digitale krant lezen en na maximaal tien minuten klaar zijn. Zoveel gebeurde niet. Het was zomer immers en dan lijken gebeurtenissen zich ook koest te houden. Pas als mensen weer dingen gaan doen komen er ook gebeurtenissen.

Hoe dan ook: van een afstand was Nederland een paradijs waarin alles voortkabbelde. Tot ik zo af en toe ook eens op Twitter keek. Daar was het als vanouds oorlog, strijdgewoel, gedoe, geruzie enzovoort.

Twitter nodigt uit tot het uitvergroten van heel kleine zaken tot enorme proporties. Futiliteiten worden groot nieuws. Soms veroorzaakte ik het zelf. Door bijvoorbeeld te reageren op een tweet van een bekende ruziezoeker. Dom, dom, dom. Tot dagen daarna kreeg ik heel veel shit in mijn timeline van zijn trollenleger. Twitteraccounts, vaak anoniem, met maximaal 150 volgers die opkwamen voor hun held.

Bijzonder.

Ik werd er moedeloos van.

De relativering hiervan is natuurlijk dat het slechts Twitter is. Dat op Twitter ook slechts een deel van de mensen actief is en dan ook nog eens het deel met veel negativiteit. In het echte leven kom ik hen niet tegen.

Nederland is een paradijs waarin mensen boos zijn. Er alle ruimte voor hebben. Mensen die beweren dat we hier in een dictatuur leven en dat dag in, dag uit doen, zonder te worden opgepakt. Mensen, politici ook, die willen dat we uit de EU stappen omdat dat echt beter zou zijn voor ons. Het komt allemaal voorbij. Complotgekkies die continu de lokale temperatuur tweeten om aan te tonen dat het klimaat helemaal niet verandert.

Soms reageer ik met feiten om bijvoorbeeld te laten zien op welke plaats Nederland in allerlei ranglijstjes staat. Steevast bij de beste presterende landen. Maar feiten maken geen enkele indruk meer. Het gaat om perceptie. En als de perceptie negatief is dan zijn feiten te wantrouwen. Sterker nog: feiten die het wantrouwen tegenspreken versterken het wantrouwen.

En dat alles bezien vanaf mijn bergje, diep in Frankrijk. Een land met een armoede die we hier niet tegenkomen. Met een wantrouwen, niet ten opzichte van feiten maar ten opzichte van politici in Parijs. Een land ook waar mensen met elkaar ’s morgens om 10 uur op het terras de stand van zaken bespreken en er nog een glas op drinken. Waar mensen boos zijn maar ook weer niet tè boos want dan heb je een slecht leven. En dat is al niet te best.

Het zou ons land helpen als en wanneer we onszelf niet al te serieus zouden nemen. Idem onze perceptie: die is altijd voorwaardelijk waar. Percepties kunnen geheel los staan van de werkelijkheid zoals die is. Percepties zijn meningen, overtuigingen, privé constructies, meer niet. En als we die ook niet al te serieus nemen dan worden we met elkaar ook wat relaxter. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen, niemand uitgezonderd, tien jaar geleden andere overtuigingen had dan nu. En over tien jaar weer. Die relativiteit ten opzichte van jezelf voelen werkt heilzaam.

Nederland is het minst slechte paradijs denkbaar en laten we daar een glas op drinken. En voordat de discussie grimmig wordt nog een glas. Gewoon, omdat hoe dan ook we het met elkaar moeten doen. Er is geen keuze.

De feiten zijn nu eenmaal wat zij zijn.