All the King’s horses: Engeland is stuk

Tags

, , ,

Humpty Dumpty

Vooral de laatste dagen moet ik aan het rijmpje van Humpty Dumpty :

Humpty Dumpty sat on a wall,

Humpty Dumpty had a great fall .

All the king’s horses, and all the king’s men,

Couldn’t put Humpty together again.

Humpty Dumpty is een fantasiefiguur uit een kinderrijmpje. Klein, eivormig en onhandig. Waar het mij om gaat is de tekst dat zelfs ‘all the king’s horses and all the king’s men’ niets meer konden doen toen hij uit elkaar viel.

De politiek in Engeland is kapot. Niets is er meer dat die politiek kan maken. De politici zelf doen niets meer voor het land en de inwoners ervan. De aanstichters van de Brexit zijn gevlucht. Cameron is weg, Farage gaat door met zijn sloopwerk op de loonlijst van de door hem zo verfoeide EU. Hij bijt in de hand die hem voedt. Rees-Mogg heeft zijn financiële schapen op het droge. De politici die nu de boel slopen en traineren zullen geen last hebben van de Brexit. De mensen die zij zouden moeten vertegenwoordigen gaan de rekening betalen. Letterlijk.

Als er iets ontbreekt in het VK is het leiderschap. Een leider die opstaat en een einde maakt aan deze wanvertoning waar het parlement eerst de macht grijpt, zelf met alternatieven komt en die dan een voor een wegstemt. Dát is de deconfiture van de democratie. Een stel ongeloofwaardige egoïsten die dit alles zien als een spel, meer niet. Er is niemand meer die geeft om het land op zich. En er dan van opkijken dat mensen de politiek niet meer geloven.

Het gaat me ook echt aan het hart. Ik voel geen Schadenfreude, geen blijdschap of wat dan ook. Ik kijk toe en zie een land zonder leiding, zonder idee van een oplossing naar een Hard Brexit glijden. Stomverbaasd ben ik. Dat is het. Het land waarover ik lees in de memoires van Churchill, waar er duidelijkheid was, eenheid en de zekerheid van een doel. Dat alles ontbreekt. Al meer dan twee jaar heeft deze regering de tijd om alles te regelen en er ligt niets. May is al jaren machteloos heen en weer gegaan tussen Straatsburg en Londen en is vergeten de thuisblijvers te managen.

Het ooit zo machtige Engeland is verworden tot de gemeenteraad van een vechtgemeente. Meer niet.

De beste songtekst over deze situatie komt van The Alan Parsons Project:

“There’s a sign in the desert that lies to the west
Where you can’t tell the night from the sunrise
And not all the king’s horses and all the king’s men
Have prevented the fall of the unwise..”

I rest my case.

Advertenties

Duurzaamheid is niet alleen een milieuvraag (*)

Tags

, ,

Nederland maakt serieus werk van duurzaamheid. De politiek buitelt over elkaar heen om maar duidelijk te maken welke partij het meest is gericht op het milieu. Als de ene partij dit weekeinde een scoop heeft, dan hoef je maar te wachten op de andere partij op maandag.

De Klimaattafels hebben een pakket geformuleerd van meer dan 600 maatregelen die nog in een mist van onduidelijkheid zitten. Eigenlijk weet niemand precies welke maatregelen er worden voorgesteld. Soms komt er een naar buiten en dan vaak als karikatuur. Zo mogen we, volgens een landelijk dagblad, in de toekomst nog maar twee gehaktballen per week eten.

Duurzaamheid is kortom door iedereen erkend als serieus item, maar hoe geef je er concreet handen en voeten aan? Een dilemma dus. Tenminste, het is alleen een dilemma als je puur kijk naar het biologische milieu.

Er is ook iets als sociale duurzaamheid.

Sociale duurzaamheid

Draagvlak voor allerlei maatregelen wordt groter naarmate mensen meer grip op hun eigen bestaan hebben. Dat varieert van goed geïnformeerd zijn tot aan het heft in handen hebben. Dat betekent dat het invoeren van milieumaatregelen makkelijker gaat als mensen goed geïnformeerd zijn, maar vooral als mensen in een wijk het gevoel hebben betrokken te zijn bij hun wijk en alles wat er gebeurt.

In veel steden lijkt dat een brug te ver. Buurten kennen veel onderlinge anonimiteit. En als dat het geval is dan sta je als bouwer of woningcorporatie op achterstand. Verzet en onbegrip zullen dan dominant zijn.

Hoe werk je aan sociale duurzaamheid?

Als je streeft naar een buurt die met het klimaat bezig is, moet je werken aan sociale duurzaamheid. De manier om daaraan te werken is door de veiligheid per buurt te verhogen, door bewoners bij elkaar te betrekken. Vroeger was er de dorpspomp of de buurman die op je huis kon passen, de overbuurvrouw die alles zag omdat ze achter het raam zat. Dat is allemaal verdwenen.

Wat ervoor terug is gekomen is het “internet der dingen”. Slimme moderne technologie die jouw huis in de gaten houdt, je informatie verschaft over energieverbruik én die op je past ook als je er zelf niet bent. Technologie die je buren betrekt bij jouw veiligheid áls het nodig is.

Technologie zorgt voor meer contact met de buren

Uit onze ervaring weet wij, dat met dat soort toepassingen mensen tot 40% meer contact hebben met hun buren. Dat de buurt gezelliger en veiliger is geworden. Gemiddeld scoort het gevoel van veiligheid in een sociale huur wijk na een project met Homies een 7,6 én het veiligheidsgevoel in huis een 8,35. Met technologie mensen ondersteunen in hun alledaagse leven. Mooier kan niet.
In die buurten staat men meer open voor vernieuwingen, verbeteringen en waarderen de bewoners de inzet van hun woningcorporatie gemiddeld met een 9!

Milieukwaliteit begint dus met sociale duurzaamheid. Kwaliteit van leven komt eerst, pas dan willen mensen openstaan voor de langere termijn.

Het milieu begint dus vandaag in de geborgenheid van je eigen woonomgeving. Technologie ondersteunt ons daarbij.

(*) Ook gepubliceerd op corporatie.nl

De politiek en de dood

Tags

, , , ,

De politiek

Politiek houdt me bezig. Zo lang ik me kan herinneren ben ik bezig met politiek. Als lid van twee verschillende partijen, als bestuurslid in mijn jonge jaren. Niet lang geleden ben ik opnieuw lid geworden van een partij, na vele jaren van niet lid zijn. We praatten in het gezin waar ik uit kom altijd over politiek. Mijn moeder was vol vertrouwen in Joop den Uyl, mijn vader was altijd wat sceptischer. Hij zei altijd dat ‘den arbeider’ als eerste moest inleveren en als laatste er wat bij kreeg. Was mijn moeder vol hoop (‘Op naar het licht‘), mijn vader was volgens hemzelf de realist. En nog steeds zijn de gesprekken aan mijn gezinstafel gelardeerd met politiek. De meningen lopen nogal uiteen, zal ik maar zeggen.

Politiek is belangrijk. Als mensen om me heen zeggen dat ze zich niet met politiek bemoeien, denk ik altijd ‘maar de politiek bemoeit zich wel met jou’. Van internationaal niveau tot aan lokaal. Of je nu wilt of niet.

Politiek is functioneel. Niet alleen gaat het om wetgeving, het gaat ook om verdeling van macht, inkomen, kansengelijkheid, belastingen et cetera. In die zin vormt de politiek een soort verkeersleiding van de samenleving.

Die verkeersleiding is niet objectief. Zoals ik ooit mijn zonen probeerde uit te leggen wat het verschil is tussen links en rechts. Dat wilden ze graag weten. Rechts, zei ik, zorgt voor het kapitaal en is heel optimistsch over de mens. Daardoor valt er wel eens iemand van de kar die niet mee kan komen. Links, zei ik, is zorgelijker en zorgzamer voor de mens. Zelfs zo ver dat mensen vergeten voor zichzelf te zorgen en afhankelijk worden.

Vervolgens kregen we het over keuzes en hoe die tot stand komen. En we hadden het over verkiezingen. Zoals deze maand.

De verkiezingen deze maand heb ik op de dag zelf niet gevolgd. Ik wist wat er ging komen: een klinkende overwinning voor Forum voor Democratie. Achter die neutrale fijn klinkende naam gaat voor mij het een en ander schuil. Warrige Spengler-achtige ondergangsfilosofieën van Baudet. Oudemannengemopper van Hiddema. Harde prietpraat van Otten, meen ik. En vooral een totaal gebrek aan een coherent verhaal of visie. En als ik dan vervolgens termen als ‘ondergang, boreaal, uil, einde’ hoor, dan ben ik inderdaad terug in wat duister verleden.

Een verleden waar ik over mee kan praten doordat mijn vader in de oorlog in een kamp zat (en ik dat mijn hele jeugd heb geweten en gevoeld). Daar is door Joseph Kotälla in de jonge Koopman veel realisme én veel afkeer van bruine fantasieën geslagen. Dat herkennen van de eerste tekenen van moreel verval én van tweedeling heb ik met de paplepel ingegoten gekregen. Ook het herkennen van NSB gedrag. Heulers, Farizeeërs, meelopers. Volgens mijn vader kun je niet alert genoeg zijn, en kun je er beter eens naast zitten dan het over het hoofd zien.

Door deze achtergrond ben ik er na de verkiezingen hard ingegaan. Ik vertrouw FvD in het geheel niet. Salonfähig zijn zij vergeleken met de PVV. Eleganter, beter bespraakt, schimmiger in hun standpunten, aanvaardbaarder. Daarmee ook sociaal aanvaardbaarder. Niet mijn partij.

De politiek hield me bezig en ik streed mijn strijd. Op mijn manier. Zonder welk gevaar voor het eigen leven dan ook. Comfortabel dus.

De dood

Nog geen week later reis ik af naar een dorp aan zee. Daar, in de hervormde kerk, ga ik een uitvaartdienst bijwonen. De moeder van een van mijn beste vriendjes is overleden. Ze was doodziek en uiteindelijk op hoge leeftijd is ze gestorven. Het kerkje was klein en wit en licht. De kist stond centraal en wij allen zaten er omheen. De sfeer was sereen en passend.

De toespraak van mijn vriend was mooi en ontroerend. Hier stond een zoon die opeens wees was geworden. Ik herkende het gevoel van 12 jaar geleden toen mijn vader overleed, en ik wees werd. Je kijkt over je schouder en daar staat niemand meer. Die leegte. Hij verwoordde dat heel mooi. Ook de vrede die hij had met de dood van zijn moeder omdat het echt niet meer ging.

De dood is onomkeerbaar en onherroepelijk. En soms is de dood een goede vriend die je verlost van een lijden.

Na de dienst stonden wij in twee rijen buiten om nog eenmaal de kist voorbij te zien komen. De zon scheen, het waaide en in de lucht rook ik de zee. En op dat moment werd het weer, opnieuw, duidelijk waar het echt om gaat in het leven.

De politiek is belangrijk, blijft belangrijk. Maar nooit zo belangrijk als het leven en hoe je het leeft. Wat je betekent voor concrete anderen. Niet de medetweeps die je niet kent, soms wel, maar meestal niet. Het gaat ook niet om mijn boze soundbites op twitter waarin iedere nuance verdwijnt.

Tussen de politiek en de dood zit het echte leven. Daar, langs dat pad, besloot ik al dat gedoe rond partijpolitiek maar even te bewaren voor echte gesprekken. Social is de vluchtigheid van het bestaan, verder niet.

Symbolen worden tot cymbalen in de ure des doods, zoals de grote dichter al schreef.

Demonisering is hip

Tags

, , ,

Woorden zijn daden. Ieder woord dat ik uitspreek is een handeling. Soms, als ik alleen ben, is de handeling het doorbreken van de stilte. Of een bevestiging van een gemoedstoestand, of een aansporing, of een vervloeking.

De meeste woorden die ik uitspreek spreek ik uit in sociaal verband. Ik breng mijn gedachten naar buiten, ik zorg ervoor dat anderen mijn gedachten kunnen volgen. De taal die ik gebruik verschilt. In de liefde zijn de woorden anders gekozen dan in zaken. Zoals je moduleert in toonhoogte en intonatie, zo moduleer je ook in woordkeuze. Als ik mijn zonen aanzet tot huiswerk gebruik ik het woord ‘schattie’ bijvoorbeeld. Dat zal ik binnen mijn bedrijf nooit doen. Soms als ik word afgezeken door mijn salesmeneer dan zeg ik ‘jij bent ook een schatje’. Aan alles weten hij en ik dat dat anders bedoeld is dan je kinderen liefde toewaaien.

Taal is het cement van de samenleving. Taal zet aan tot actie, verbindt, verklaart, verdeelt, maakt duidelijk, positioneert. Taal is nooit neutraal, taal dirigeert en wil dingen. Taal is ook nooit individueel. Je spreekt de taal van je peergroup of van de groep waar je bij wilt horen.

Demoniseren?

Er is iets vreemds aan de hand in politiek Nederland met taal. Op het moment dat een terrorist zich bedient van taal die één op één te herkennen is als de taal waar sommige politici van bedienen, en je stelt dat vast, dan krijg je het verwijt van demonisering.

Dat is nogal inconsequent.

Een politicus bedient zich van duidelijke taal. Hij stelt bijvoorbeeld dat er een stop moet komen op immigratie (waar hij geen Denen of Britten mee bedoelt overigens), dat Nederland wordt omgevolkt (hij bedoelt geïslamiseerd), dat bepaalde wijken ghetto’s zijn, dat Rutte bloed aan zijn handen heeft als er een terroristische aanslag komt, et cetera, enzovoort. Hij zegt dingen die internationaal ook gezegd worden. In alle Europese landen zijn er partijen die dit roepen. Trump zegt soortgelijke dingen. Met elkaar willen ze een eind aan een in hun ogen failliet immigratiebeleid.

Die taal gebruikt hij om kiesgerechtigden op te roepen op hem te stemmen. Zijn taal is een handeling en hij wil dat anderen hem daarin volgen. Als keizer moet ik me erin herkennen en vervolgens op hem gaan stemmen. Het mooist is het eigenlijk als ik zijn taal ga gebruiken en anderen zo ver krijg op hem te stemmen. Stel, zijn partij wordt de grootste, dan zal hij de overwinning claimen op basis van zijn ideeën en de weerklank daarvan.

Als je dan stelt dat mensen op hem stemmen omdat dat het gevolg is van zijn verbale talent en de kracht van zijn argumenten, dan zal hij dat beamen. Zonder hem immers zouden als die mensen niet op hem hebben kunnen stemmen. Daar is niets mis mee.

Nu een ander geval. Zijn ideeën worden overgenomen door iemand die een stapje verder gaat. Die denkt ‘laat ik van mijn woorden eens een actie maken’. Die vervolgens in Christchurch 50 mensen vermoordt. Zich bedient van terroristentaal.

Op het moment dat er, door wie dan ook, een verband wordt gelegd tussen de woorden, de taal van de politicus en die terroristische daad demoniseer je. Let wel, je zegt niet dat de politicus het heeft gedaan, of dat hij opdracht heeft gegeven. Je zegt dat er door zijn taal, en iedereen die hetzelfde zegt, een klimaat wordt geschapen waarin het ondenkbare plausibel wordt. Haalbaar, passend in een genormaliseerd gesprek over stoppen van migratie, over het een halt toeroepen aan de islam. Dát zeg je. Geen causaliteit, wel samenhang. Op dat moment valt de wereld over je heen en moet je dekking zoeken.

Demoniseren is het willens en wetens woorden en intenties zo verdraaien dat de ander in een zeer kwaad daglicht komt te staan. Dat is iets anders dan constateren dat uitlatingen wel heel erg op elkaar lijken.

Stel, je zegt hetzelfde bij een verkiezingsoverwinnig. Dat zijn winst te danken is aan zijn woorden. Dat de kracht van zijn woorden ervoor zorgt dat het ondenkbare werkelijkheid wordt: de nieuwe partij de in een klap groot wordt. Dán zal hij en zijn aanhang dat voluit beamen. Trots zijn.

Het zou helpen als mensen die worden aangesproken op hun taal consequent zijn en als ze het een durven claimen (de overwinning) dan ook het andere durven claimen (het falen). Dat is een logische keuze.

De mensen die er als de kippen bij zijn om de politicus ter verantwoording te roepen hebben de plicht dat heel geserreerd te doen en heel precies. De dader van een aanslag is de dader en verder niemand. Het verhaal waarin hij gelooft kan worden gedeeld of verwoord door anderen. Ook als de ander die politicus is. Maar de politicus is niet verantwoordelijk voor de daad van de dader. Wel voor zijn eigen woorden. En hij mag daar dus op bevraagd worden.

Mensen die klagen over demoniseren zijn hoogst inconsequent en gebruiken het zoals het hen uitkomt.

Er moet debat mogelijk zijn over de gevolgen van woorden. Anders is de democratie, maar ook de samenleving als geheel dood. Iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij wil, en iedereen moet dat ter discussie kunnen stellen.

Taal is het cement van een goede samenleving.

Engeland is kapot

Tags

, , ,

Ik kan me nog herinneren dat ik wakker werd op 24 juni 2016, en op de radio hoorde dat het VK had gestemd vóór een Brexit. Ik kneep mezelf een paar keer, maar ik was echt wakker. Men wilde uit de EU.

Ik ben pro EU, laat me daar duidelijk over zijn. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat je eruit wilt. Toen ik de analyses zag snapte ik het al beter. De verwende jeugd die weinig historisch besef bleek te hebben was collectief thuis gebleven. Waarschijnlijk met het idee dat het zo’n vaart niet zou lopen. Oude mensen hadden besloten voor de jongeren. Zoals hun vervloekte ouders dat ooit ook hadden gedaan. Nu weer.

Maar goed, het besluit lag daar.

De dagen daarna keek ik op tv naar de overwinnaars. En ik wist: dit wordt niks. Cameron is snel teruggegaan naar een zeer luxe privéleven. Farage, toch een beetje een onbetrouwbare kikker met een kakkineuze stem, die overliep van winnaarsvreugde. Gewoon het volk voorliegen en achter je krijgen, het bleek te werken. En natuurlijk ben je dan trots. Vervolgens vertrok hij naar dat verfoeide EU-parlement om vrolijk alles te declareren wat maar mogelijk is. Boris Johnson, die een prachtbiografie van Churchill heeft geschreven, maar zich ten onrechte daarmee identificeert. Hij is van alles, maar hij wil zeker niet het beste voor het VK. Wel voor zichzelf. Rees-Mogg, de meest 19de eeuwse van het stel. Inmiddels zeven miljoen Pond rijker door de Brexit. Maar ook de charlatan Corbyn die vooral geen uitspraak doet waar enige inhoudelijke kennis uit blijkt. Een fraai stel waarbij het mij een raadsel is dat gewone mensen in hun geklets zijn getrapt. Het maakt je over de menselijke intelligentie niet heel hoopvol.

Brexit kwam. Maart 2019. Waar we nu leven.

Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder vanaf het referendum. Noch ervoor, noch erna zijn er concrete plannen gemaakt hoe die Brexit eruit zou zien en vooral hoe je die Brexit doet. En dat blijft verbazingwekkend. De initiatiefnemers van het referendum hadden en hebben geen plan, laat staan een idee over hoe de Brexit moet worden geregeld. De regering May heeft dat ook niet, na bijna drie jaar. We kijken toe vanaf het continent en zien een parlement dat perfect weet te verwoorden waar het tegen is, maar geen clou geeft wat er dan wél moet gebeuren.

En zo stevent men af op een no deal. Een no deal waar een kwart van de Britten van denkt dat er dan niets verandert! Terwijl alles verandert. Van importheffingen, wachten bij de douane tot aan verschuivingen in toerisme en verdwijnen van jong talent naar Europa.

Er is geen held, á la Churchill, die het heft in handen neemt, besluiten neemt en die gaat doorvoeren. May pendelt tussen Westminster en Straatsburg om dingetjes te regelen. Geen grote zaken maar inlegvelletjes. She’s just moving the deck chairs.

Als je complexe zaken simpel voorstelt en denkt dat je ze kunt regelen met een ja of een nee dan gaat het mis. Complex is complex en dat betekent dat je er goed over na moet denken, gebaseerd op feiten en niet op meningen, dat je moet analyseren en een alternatief plan moet bedenken. En pas dan, niet eerder, moet je een besluit nemen. Dat proces is het tegendeel van een referendum. Precies dat is er mis gegaan. En de slechtwillende of incompetente politici maken het er niet beter op.

Zoals Shakespeare als voorzag: “Then shall the realm of Albion
Come to great confusion…”

Engeland is kapot.

Kickboksen

Tags

, ,

Na een week griep op zondag weer naar mijn coach, Hakim, om te kickboksen. Eerst wat rondjes gelopen, wat zaktraining gedaan en wat optrekken. Kijken hoever ik kwam. En toen sparren.

Ik zag daar wel tegenop. Na een week griep met heel veel slapen, snotteren, spierpijn en heel zielig doen was er best een drempel. We begonnen. En, zoals het steeds gaat, na drie stoten zat ik er weer helemaal in. Alles liep lekker, alles liep goed. Wel was ik na twee rondjes gesloopt en moest ik echt even uitrusten. Ik draaide van het energielek.

Maar daar gaat het nu even niet om.

Waar het wel om gaat is dat ik na al die maanden trainen merk dat heel veel automatisch gaat. Waar ik voorheen moest denken bij wat ik deed, nu gaat het in een vloeiende beweging. De juiste stoten, de juiste dekking. Het afhouden van een trap met rechts en er dan links overheen met een mooie hoek. Na een vloeiende jab er met rechts overheen komen en dan dwars er doorheen een rechterknie. Na een leverstoot met dezelfde linkerarm een hoek, draaiend vanuit de heup.

Ik ben daar blij mee als een baby. Nooit had ik gedacht dat punt te bereiken.

Toen ik begon met boksen stond ik stram met mijn armen te stoten. Nu sta ik goed op mijn benen en beweeg vanuit mijn heupen. En dat gaat zo soepel dat ik met minder kracht meer momentum heb en het dus langer uithoud.

Dát punt bereiken in iets wat je doet – sport, werk, leven, koken, lezen, viool spelen, fietsen – , het punt waarop het vanzelf lijkt te gaan en nog goed ook, dat is mooi. Enige hippe jaren geleden noemden we dat flow. Het zal nu wel anders heten, dat weet ik niet. Hoe dan ook, dat punt is top om mee te maken. Ook na een week griep. Zeker na een week griep.

Een goed begin van de week.

Zeist saai? No way.

Tags

, , ,

Verkeersplan 3 maart 2015

Al bijna 20 jaar woon ik in Zeist. Een plaats. Geen dorp, zeker geen stad. Wel zo’n 63.000 inwoners dus klein is het ook weer niet. Saai is het wel. Geen opgewonden toestanden hier, geen opstootjes, geen relletjes. Af en toe een cultureel evenement en eens per jaar het Shantyfestival. Reden om Zeist tijdelijk te verlaten.

Maar die tijd van gezapigheid is nu echt voorbij.

Dat zit zo. Al jaren geleden (2015) heeft het college van B&W in goed overleg met de gemeenteraad besloten iets te gaan doen aan het centrum van Zeist. Er kwam een centrumvisie en de daarbij horende inspraakrondes. Vervolgens kwam er besluitvorming en werd een aantal amendementen van de Gemeenteraad aangenomen. Een volstrekt democratische procedure dus.

De behoefte aan een centrumvisie was wel groot overigens. De leegstand is fors en na het vertrek van V&D leek de ziel voorgoed verdwenen. En nog steeds verdwijnen er wekelijks zaken. Een sjieke kledingzaak, de Levi’s store, een computerzaak, een kookartikelenzaak, et cetera. Voor een bevolking die zeer divers was en is, is het centrum ook echt te groot. Te verspreid en lopen langs lege etalages is nooit leuk. Dat er dus een plan kwam om daar iets aan te doen is heel erg goed. De gemeente stak de nek uit en kwám met een visie. En ja, soms gaan dingen heel traag en ook Zeist heeft een open economie. Winkeliers kunnen zich vestigen en de boel opdoeken.

Naast die centrumvisie was er ook een bijbehorend verkeersplan. De uitvoering daarvan liep anders dan gepland.

Geruime tijd hebben we hier te maken gehad met wegen die opgebroken waren. En niet een week, maar maanden. ’s Morgens files om Zeist uit te komen en ’s avonds weer om erin te komen. Kruispunten die op onnavolgbaar onnozele manier werden omgelegd om maanden later weer in de oude toestand te worden hersteld. Uitvoering en nadenken over gevolgen bleken niet de sterkste kant te zijn van het bestuur. Mijn vermoeden is dat er nooit een verkeerspsycholoog hierbij betrokken is geweest. Ik kan het mis hebben.

Die toestanden zijn verleden tijd. Weinig opgebroken wegen meer.

Wat we nu hebben zijn afgesloten wegen. Opeens blijk je ergens niet meer in te mogen. Waar je gisteren linksaf kon, kan dat vandaag niet meer. Mannen met hesjes bevolken kruispunten om je onbarmhartig terug te sturen. En vervolgens rij je kilometers om.

Het politiek wenselijke argument is dat je meer de fiets moet gebruiken. Maar dan wordt de functie van het centrum niet begrepen. Aangezien funshoppen in Zeist niet echt voor de hand ligt (daarvoor ga je naar Utrecht), shop je heel functioneel. (En ik hoop dat dat nog lang zo is en dat men minder op internet koopt.) Dat betekent dat je hier bijvoorbeeld je huishoudelijke apparatuur koopt, kleding, een stoel, een grote kandelaar, na je werk even snel langs de boekhandel gaat, even langs bij de apotheek, de slijter, de supermarkt, enzovoort. De winkels zijn hier om je te ondersteunen bij je leven en hoe je het inricht. Dat kán per fiets maar veel vaker ook niet. Zeist ís geen grote stad, heeft geen groot centrum en is niet uitnodigend (meer) voor de regio.

Ik denk dat het lange termijneffect van een autoluw Zeist voor winkeliers niet positief zal zijn. Mensen zullen nog meer via internet kopen zodat alles bij je thuis wordt afgeleverd. Mensen gaan altijd voor gemak en dat zal nu niet anders zijn. Ik vind het economisch een ondoordacht plan.

Terug naar de ophef over alle afsluitingen. Facebook is ontploft, de televisie kwam hier langs om met verontwaardigde burgers te praten, de krant schreef erover en men heeft het erover in winkels. Heel Zeist is overvallen door de maatregelen.

En dat is vreemd.

Op 3 maart 2015 is het besluit aangenomen in de Gemeenteraad. Het was een openbare discussie tussen college en gemeenteraad. Allen democratisch gekozen. De uitvoering nu is het resultaat van besluitvorming in de openbare raadsvergadering van die datum. Iedereen, ik ook, had dus op de hoogte kunnen en moeten zijn. Ergens is iets misgegaan. Communicatief is dit niet het beste voorbeeld van een mooi traject. Integendeel. Het had beter gekund. Democratie is ook een plicht van halen en brengen. Van beide kanten.

Hoe het ook zij, we rijden met elkaar meer kilometers in Zeist nu. Het is zoals het is.

Links klimaatgedoe

Tags

, ,

Scholieren, jongeren die demonstreren voor een beter klimaat. Nog niet zolang geleden kon je lezen dat jonge mensen geen idealen meer hadden. Niet meer van het grote verhaal maar van de korte boodschappen waren. En nu opeens is er het grote verhaal van het klimaat.

En, heel eerlijk, ik ben niet voldoende deskundig om alle grafieken en onderzoeken goed te interpreteren. Als ik al een mening heb, dan is die mening gebaseerd op een beeld. Een beeld dat tot stand komt doordat ik alle debatten volg en alle opmerkingen van voor- en tegenstanders van het klimaatalarm.

Wat ik merk in alle discussies is dat er weinig op inhoud wordt gediscussieerd. De klimaatalarmisten buitelen over elkaar heen met maatregelen en suggereren met hun 0,01ºC verschil dat ze precies weten wat zij doen en ook het allemaal 100% kunnen beïnvloeden. De klimaatsceptici daarentegen suggereren helemaal niks maar maken de alarmisten alleen maar verdacht. Zij doen niet eens een poging serieus het gesprek aan te gaan. Ja, oud hoogleraren worden geciteerd als bewijs. Maar die zijn óf echt oud, dus niet meer courant, óf zij waren ooit hoogleraar in de numismatiek. Niet serieus te nemen dus.

Doordat volwassenen met ieder een eigen agenda de discussie kapen weten en voelen jongeren dat zij niet gehoord worden. Zo is het ook. Jongeren zijn lastig.

Waar de volwassenen verzuurd zijn voelen de jongeren hoop. Volwassenen die roepen dat die jongeren eerst maar hun smartphone moeten weggooien, niet meer op vakantie moeten gaan, naar school moeten et cetera, enzovoort. Het zijn domme verbitterde verdachtmakingen vanuit vooral rechtse hoek. Ik vraag me dan altijd af wanneer mensen zo verzuurd zijn geraakt, want geboren word je niet zo.

Maar los van wat mensen van dat hele klimaat denken, het feit dat het verandert is een gegeven. Waardoor dat ook komt. Dat wij als mensen daar ook een effect op hebben is eveneens een gegeven. Ik heb het niet over de grootte van dat effect maar gewoon het gegeven dat het zo is. En als het klimaat ons aangaat en beïnvloedt, en als wij het klimaat beïnvloeden, waarom zouden we dan niet iets positiefs willen bijdragen daaraan? Wat is toch de moeite die mensen hebben met het optimisme van de jeugd? Ik denk dat ik het weet.

De jeugd confronteert de verbitterde oudere mens met zijn eigen falen. De dromen en idealen die je ooit had en hebt ingeruild voor een volwassen bestaan met volwassen verantwoordelijkheden. Dat je ’s morgens voor de spiegel staat en de totale deceptie in je eigen bestaan van de spiegel druipt. Dat je nooit geworden bent wat je wilde en dat dat ook nooit meer gaan lukken. Dat iedere stap die je zet zwaar aanvoelt. Dat iedere optimistische jongere jou laat voelen dat je leven klaar is. Op. Afgerond.

Precies dat is er wat met die zeurpieten op social mis is. Het cynisme van het verspilde bestaan.

Ik hoop dat die stakende jongeren blijven staken. Dat ze oproer veroorzaken, dat zij een toekomst in gang zetten die van hen is en niet van hun ouders. Ik hoop dat mijn kinderen de kansen van een veranderend klimaat zien en aanpakken. Ik hoop ook altijd maar dat ikzelf leef volgens de woorden van Jacques Brel: “être vieux sans être adultes“, oud worden zonder ooit volwassen te zijn. Ik zal jonge mensen met hoop en een ideaal dat positief is altijd steunen. Altijd wel en nooit niet. En met mij weet ik dat velen dit delen.

Het zou mooi zijn als de volwassenen weer even jong worden en meedoen in plaats van af te zeiken. Dat minister Slob niet regentesk is (tut tut tut jongens wat doen jullie nou?), maar met hen aan tafel gaat zitten over hun toekomst. Dat er een klimaattafel komt met jonge mensen met maar één belang, de eigen toekomst. Een tafel zonder lobbyisten van links of rechts. Politiek is namelijk nu niet zo belangrijk.

Het klimaat is niet links. Het klimaat maakt geen onderscheid tussen mensen en meningen.

Begrip voor allerlei hesjes

Tags

, , ,

Als ik lees dat de energierekening omhoog gaat dan wacht ik af wat dat betekent per maand. Als ik lees dat de hypotheekrenteaftrek wordt afgebouwd, dan reken ik de procenten door en pas de teruggave daarop aan. Als ik lees dat het 2 voor 12 is met het milieu dan denk ik na over consuminderen in het nieuwe jaar. Als ik weet dat de BTW omhoog gaat op de meest basale producten, wat ronduit idioot is, dan merk ik dat niet bij het afrekenen. En ook ik weet dat het hele verhaal dat iedereen erop vooruit gaat in 2019 electorale propaganda is.

Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar de kern van mijn leven is dat ik een bovenmodaal inkomen heb. Dat ik weet dat ik niet zonder zit als de lasten stijgen. Dat kan niet eeuwig doorgaan want dan bereik ik wel een plafond. Maar dit jaar komt het wel weer goed. Als de omstandigheden gelijk blijven. Wat ik ook weet dat ik bovenmodaal weerbaar ben als mens. Ik heb veerkracht en strijdlust. Zeker, ik werk me daar drie keer in de rondte voor. Ik investeer in mijn kennis en kunde door nooit stil te zitten en altijd op de hoogte te blijven van alles wat nieuw is. Ik ben iedere dag kritisch op mezelf in mijn werk: iedere dag moet beter en met nog meer focus.

Ik mag me dus enerzijds gelukkig prijzen, maar dat geluk bevecht ik iedere dag weer. Dat doe ik al vanaf mijn 12de toen ik voor mijn ouders naar de MAVO moest en ik besloot dat ik wilde studeren. Toen is mijn strijd tegen afhankelijkheid ontstaan. Dus heb ik MAVO, HAVO en VWO gedaan en toen naar de Universiteit. Omdat ik wil.

Ik weet ook dat er anderen zijn in de maatschappij. Anderen met minder goede uitgangsposities (hoewel die van mij nou ook niet perfect was), met minder geluk, en vooral anderen die iedere week weer moeten kijken hoe ze het redden.

Dat op zich is geen reden om boos te worden. Hoogstens op jezelf. Zeur nooit over waar je bent in je leven, je bent er zelf naartoe gegaan tenslotte.

Wat wel een begrijpelijke reden is tot boos worden is de overvloed van rampscenario’s die over mensen heen komt. Het milieu komt nooit meer goed, wij zijn de laatsten die er wat aan kunnen doen! Nederland moet van het gas af, want anders! Er komen miljoenen vluchtelingen naar Europa! Ons dieet moet volstrekt anders want anders gaat het mis! De hele hypotheekrenteaftrek moet verdwijnen! Weg met het contante geld!

Ik zal zeker nog het een en ander vergeten, maar van al die berichten word ík wat lacherig en gelaten. Maar ik heb vrienden die weten dat bij een afschaffing van de HRA zij hun huis uit moeten en niets kunnen huren. Die al niet weten hoe ze nu hun maaltijden moeten regelen. Die blij zijn een ongeschoolde baan te hebben en bang zijn dat die wordt ingepikt. Die niet weten hoe zij een warmtepomp moeten betalen. Die weten dat ze de komende jaren nooit een elektrische auto kunnen betalen als hun tweedehands diesel de steden niet meer in mag. Die, kortom, het gevoel hebben een wereld in te stappen die de hunne nooit zal worden.

Een goede fatsoenlijke overheid zorgt voor demping van heftige markteffecten. Die zal het niet aanwakkeren met blabla verhalen. Die zal niet triomfantelijk roepen dat dit het beste klimaatakkoord ooit is, zonder te kunnen vertellen wat het dan concreet inhoudt. Een overheid die betrouwbaar is zorgt ervoor dat al die ontwikkelingen worden vertaald in normale taal. Wat betekent dat voor de individuele burgen? Welke zekerheid kan ik mensen bieden? Kan ik beloven dat zij er financieel niet aan onderdoor gaan? Kan ik beleid zo temporiseren dat het effect heel klein is?

Als snelle ontwikkelingen niet kunnen stollen in het alledaagse leven, zodat ik er aan kan wennen en het een plek geven in míjn leven, dán voelen groepen zich buitengesloten, genegeerd. Dán ontstaat het beeld van een elite die zich opsluit in het eigen gelijk, in de eigen zorgeloosheid en zich geen biet aantrekt van gewone mensen die het niet breed hebben.

Veel te makkelijk is het dat te wijten aan individuele verantwoordelijkheid. Dat iedereen dan maar zijn best moet doen om te stijgen op de ladder. Als het zo simpel was dan was het bovenaan de ladder heel druk.

Van het bedrijfsleven kun en hoef je niet te verwachten dat zij zorgen voor die demping van effecten of voor verlaging van het tempo zodat ontwikkelingen kunnen stollen in normen en waarden. Van de overheid móet je dat verwachten. Dat kost geld. Maar hoe het nu gaat kost de rust van de burgers die het betreft. Kost het levensgeluk. Dat is niet goed.

Iedere overheid krijgt het hesje dat zij verdient.

Zuivelvrij leven: crème brulée!

Tags

, , , ,

Je hebt een zoon die op enig moment van zijn leven op de ICU ligt. Allergie. Geen idee waarvoor. Een nacht doorbrengen op een stretcher naast je zoon die bijna dood was. Wakker worden omdat je gepord wordt met de opmerking “pa, je snurkt”. Denken, “Gode zij geprezen, hij is er nog.”

Het is me overkomen.

Na veel onderzoek wordt de oorzaak gevonden: melkeiwit. Die uitslag betekent een totale disruptie van je leven. Vanaf dat moment weet je dat iedere druppel, iedere molecuul melkeiwit het einde van je kind kan betekenen. En overal zit melk in. En nee, boter mag dus ook niet. En nee, een ei is geen zuivel.

Maar er is ook een up side! Ik heb opnieuw moeten leren koken. Zonder zuivel. Altijd en steeds weer. En zo heb ik deze week crème brulée gemaakt zonder melk en room. En dus hier het recept.

Crème brulée zonder zuivel

Wat heb je nodig voor 4 personen:
5 eieren, waarvan 2 heel en drie alleen de dooier
130 gram suiker
vanillestokje (wel goede, geen uitgedroogde Jumbo- of AH-stokjes)
2 dl Oatley Barista
250 ml soja kookroom
beetje maizena

De bereiding:
Verwarm de oven op 150ºC.
Klop met een mixer de eieren met de suiker net zolang tot je een bleekgele mooie romige substantie krijgt. Moet een beetje luchtig zijn.
Verwarm in een pannetje de Oatley met vanille. Deze snij je in lengte eerst open en je verwijdert de zaadjes. Die doe je met het stokje in de oatley en verwarm je mee. Als het handwarm is geworden doe je er de soja kookroom bij en verwarm je al roerend het geheel tot handwarm. Gas uit en een minuutje of tien laten trekken.
Verwijder de vanillestok uit de vloeistof en giet voorzichtig al roerend de warme vloeistof bij het ei-suikermengsel. Niet in één keer omdat je dan het risico loopt scrambled eggs te maken.
Voeg lepeltje maizena toe en mix alles met de mixer goed dooreen. Het moet een mooie egale vloeibare custard worden.

Zet vier ramequins in een ovenschaal. Vul de ramequins tot net onder de rand met het mengsel. Vul de ovenschaal met warm water tot ongeveer op tweederde van de hoogte van de ramequins. Zet ze in de oven voor een minuut of 30.

Als je ze uit de oven haalt is het best nog wel vloeibaar. Laat ze afkoelen op het aanrecht en zet ze in de koelkast om helemaal koud te worden. Je zult zien dat de textuur stevig wordt.

Nu komt het leuke deel: vlak voor het opdienen met een laagje suiker bestrooien en met de brander de suiker karamelliseren. Liefst doe je dat met een goede brander die je voor weinig kunt kopen bij bijvoorbeeld de Hanos. Ik heb ooit uit zuinigheid een Praxis verfbrander gebruikt maar toen stond de broodplak in brand. Is dus niet handig.

Het enige wat je nu nog moet doen is met liefde en aandacht opdienen.

De zoon in kwestie heeft alles tot de laatste druppel opgegeten wat voor hem best wel uniek is.

Ik heb in de afgelopen jaren geleerd alles te bereiden zonder zuivel. Ik bak brood (zit vaak magere melkpoeder in), bak taarten zonder roomboter en zelfs lasagne weet ik goed op smaak op tafel te krijgen. Nog even ik kan een kookboek schrijven.