Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor carces en hiver

Lang, lang geleden zei mijn beste vriend: ‘wanneer je ook in Frankrijk bent, er is altijd iets open, je kunt er altijd eten en drinken en het is altijd gezellig’. Dat was voor ik met mijn vrouw 20 jaar geleden op kastelentocht in de Loire ging in november. Ik had een lijstje gemaakt van alle kasteelhotels en daar gingen we. We hebben heel wat hekken gezien vanaf de buitenkant, heel wat dorpen waar echt alles dicht was en heel veel verlaten D-wegen bereden. Uiteindelijk ben ik naar Tours gereden en daar bij het station een hotel geboekt. Tenslotte is er bij een station ook altijd een hotel. Het bed was brak zoals dat kan in Frankrijk, maar de stad verwelkomde ons.

Ik moest denken aan de woorden van mijn vriend toen wij enige jaren geleden besloten in de winter af te reizen naar ons huis in de Var. Ik wist natuurlijk al dat alles weer opengaat in mei en zo’n beetje oktober weer sluit. Dat het altijd wat rustiger en ingetogener wordt. Dat is ook het mooie van oktober. De rust, het mooie weer, L’été Indien en het ontbreken van toeristen.

Dus wij in de kerstvakantie, kinderen op de achterbank, op naar Carcès. De eerste dagen laafden we ons aan de rust. De kinderen waren nog klein en vermaakten zich volkomen met gamen en televisie kijken. Het was koud maar de open haard deed het prima. Op zondag besloot ik nog even boodschappen te doen. Ik naar de Mousquetaires maar die was gesloten, de gehele zondag. Dan maar uit eten. Geen restaurant was open in het dorp. Nabij in Cotignac was er één restaurant open, een prima pizzeria.

Daags erop begon het te sneeuwen en ik moet zeggen, dat is wel prachtig. Het dal zo wit te zien, de rust die er over het land komt. Alles was prachtig. En glad. De berg afrijden was een ding maar we besloten toch even naar Lorgues te gaan. Ook daar heerste diepe rust want ook daar bleek alles dicht te zijn. En zo ging het door. Mijn moedertje zaliger zou gezegd hebben ‘het is dichtgeplakt met ouwe kranten’.

De vakantie duurde korter dan gepland. Ik hield mijn familie niet meer gemotiveerd om te blijven. Je moet ook wel een sterk gestel hebben om in diepe rust en stilte je leven te slijten op een berg met als enige afleiding het uitzicht. Ik kan dat. De rest kon het niet.

Hoezeer ik het ook mis, gewoon de stilte opzoeken van een dorp in coma en heerlijk lezen en uitrusten, ik heb inmiddels niet meer de neiging in de winter naar de Var te gaan. In Les Trois Vallées kun je tenminste nog skiën. Dus doet mijn familie dat. En ik kijk dan vanaf mijn balkon naar het zuiden en weet dat een paar honderd kilometer verderop ons huis is. Op ons wachtend tot maart, april.