Tags

,

1976, het jaar dat ik voor het eerst in Monte Carlo was met mijn ouders. Ik herinnerde me er niet veel van. Een groot plein voor het Casino waar een agent met een azuurblauw pak en een witte helm het verkeer stond te regelen. Meer niet.

2019, mijn jongste zoon wil naar Monaco om daar over het F1 circuit te kunnen lopen. Zeg daar maar eens nee tegen. Dus na bijna twee uur rijden parkeren we in een van de vele parkeergarages en komen boven direct op het plein dat ik me herinnerde uit mijn jeugd. Niets groot en leeg! Druk en vol met de duurste auto’s die je je kunt voorstellen. Kentekens uit de vele landen. Veel Russen, viel mij op.

Enfin: met een zoon door Monaco lopen die gek is van F1 is heel leuk. Inderdaad het circuit, dè tunnel en veel merchandising. Een zaak aan het begin van de tunnel waar je werkelijk alles kunt kopen over de F1. Tot een leren jas van veel te veel Euros toe.

Daarnaast is het ook gewoon kijken wat rijkdom is. Echte rijkdom.

De etalage van Cartier met sieraden die ik gedurende mijn gehele werkzame leven niet bij elkaar zal sparen. Het casino waar je als plebs wel in het deel met de slotmachines mag komen maar verder ook niet. De boten in de haven: groot, groter, grootst.

Het is een uitstalling van weelde en welvaart. Het enige goede is dat de dure auto’s hier gewoon worden gebruikt om in te rijden en niet alleen maar om te laten zien dat je er een hebt. Gebruiksvoorwerpen dus.

Ik dacht met een uurtje wel klaar te zijn maar we zijn er een dag geweest. Wandelend, kijkend, een lunch pakkend. En om heel eerlijk te zijn, de lekkerste straat vond ik waar de start van de F1 plaatsvindt: de Boulevard Albert 1er. Een Franse boulevard met café’s, winkels en drukte.

Kortom, een mooie bestemming voor een dag en je kunt je er ogen uitkijken.

(*) Ook gepubliceerd op https://www.coteprovence.nl/een-mooi-dagje-monaco/

Advertenties