Tags

, , ,

Woorden zijn daden. Ieder woord dat ik uitspreek is een handeling. Soms, als ik alleen ben, is de handeling het doorbreken van de stilte. Of een bevestiging van een gemoedstoestand, of een aansporing, of een vervloeking.

De meeste woorden die ik uitspreek spreek ik uit in sociaal verband. Ik breng mijn gedachten naar buiten, ik zorg ervoor dat anderen mijn gedachten kunnen volgen. De taal die ik gebruik verschilt. In de liefde zijn de woorden anders gekozen dan in zaken. Zoals je moduleert in toonhoogte en intonatie, zo moduleer je ook in woordkeuze. Als ik mijn zonen aanzet tot huiswerk gebruik ik het woord ‘schattie’ bijvoorbeeld. Dat zal ik binnen mijn bedrijf nooit doen. Soms als ik word afgezeken door mijn salesmeneer dan zeg ik ‘jij bent ook een schatje’. Aan alles weten hij en ik dat dat anders bedoeld is dan je kinderen liefde toewaaien.

Taal is het cement van de samenleving. Taal zet aan tot actie, verbindt, verklaart, verdeelt, maakt duidelijk, positioneert. Taal is nooit neutraal, taal dirigeert en wil dingen. Taal is ook nooit individueel. Je spreekt de taal van je peergroup of van de groep waar je bij wilt horen.

Demoniseren?

Er is iets vreemds aan de hand in politiek Nederland met taal. Op het moment dat een terrorist zich bedient van taal die één op één te herkennen is als de taal waar sommige politici van bedienen, en je stelt dat vast, dan krijg je het verwijt van demonisering.

Dat is nogal inconsequent.

Een politicus bedient zich van duidelijke taal. Hij stelt bijvoorbeeld dat er een stop moet komen op immigratie (waar hij geen Denen of Britten mee bedoelt overigens), dat Nederland wordt omgevolkt (hij bedoelt geïslamiseerd), dat bepaalde wijken ghetto’s zijn, dat Rutte bloed aan zijn handen heeft als er een terroristische aanslag komt, et cetera, enzovoort. Hij zegt dingen die internationaal ook gezegd worden. In alle Europese landen zijn er partijen die dit roepen. Trump zegt soortgelijke dingen. Met elkaar willen ze een eind aan een in hun ogen failliet immigratiebeleid.

Die taal gebruikt hij om kiesgerechtigden op te roepen op hem te stemmen. Zijn taal is een handeling en hij wil dat anderen hem daarin volgen. Als keizer moet ik me erin herkennen en vervolgens op hem gaan stemmen. Het mooist is het eigenlijk als ik zijn taal ga gebruiken en anderen zo ver krijg op hem te stemmen. Stel, zijn partij wordt de grootste, dan zal hij de overwinning claimen op basis van zijn ideeën en de weerklank daarvan.

Als je dan stelt dat mensen op hem stemmen omdat dat het gevolg is van zijn verbale talent en de kracht van zijn argumenten, dan zal hij dat beamen. Zonder hem immers zouden als die mensen niet op hem hebben kunnen stemmen. Daar is niets mis mee.

Nu een ander geval. Zijn ideeën worden overgenomen door iemand die een stapje verder gaat. Die denkt ‘laat ik van mijn woorden eens een actie maken’. Die vervolgens in Christchurch 50 mensen vermoordt. Zich bedient van terroristentaal.

Op het moment dat er, door wie dan ook, een verband wordt gelegd tussen de woorden, de taal van de politicus en die terroristische daad demoniseer je. Let wel, je zegt niet dat de politicus het heeft gedaan, of dat hij opdracht heeft gegeven. Je zegt dat er door zijn taal, en iedereen die hetzelfde zegt, een klimaat wordt geschapen waarin het ondenkbare plausibel wordt. Haalbaar, passend in een genormaliseerd gesprek over stoppen van migratie, over het een halt toeroepen aan de islam. Dát zeg je. Geen causaliteit, wel samenhang. Op dat moment valt de wereld over je heen en moet je dekking zoeken.

Demoniseren is het willens en wetens woorden en intenties zo verdraaien dat de ander in een zeer kwaad daglicht komt te staan. Dat is iets anders dan constateren dat uitlatingen wel heel erg op elkaar lijken.

Stel, je zegt hetzelfde bij een verkiezingsoverwinnig. Dat zijn winst te danken is aan zijn woorden. Dat de kracht van zijn woorden ervoor zorgt dat het ondenkbare werkelijkheid wordt: de nieuwe partij de in een klap groot wordt. Dán zal hij en zijn aanhang dat voluit beamen. Trots zijn.

Het zou helpen als mensen die worden aangesproken op hun taal consequent zijn en als ze het een durven claimen (de overwinning) dan ook het andere durven claimen (het falen). Dat is een logische keuze.

De mensen die er als de kippen bij zijn om de politicus ter verantwoording te roepen hebben de plicht dat heel geserreerd te doen en heel precies. De dader van een aanslag is de dader en verder niemand. Het verhaal waarin hij gelooft kan worden gedeeld of verwoord door anderen. Ook als de ander die politicus is. Maar de politicus is niet verantwoordelijk voor de daad van de dader. Wel voor zijn eigen woorden. En hij mag daar dus op bevraagd worden.

Mensen die klagen over demoniseren zijn hoogst inconsequent en gebruiken het zoals het hen uitkomt.

Er moet debat mogelijk zijn over de gevolgen van woorden. Anders is de democratie, maar ook de samenleving als geheel dood. Iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij wil, en iedereen moet dat ter discussie kunnen stellen.

Taal is het cement van een goede samenleving.

Advertenties