Tags

, , ,

Ooit, lang geleden toen ik jong was, was de algemeen aanvaarde gedachte dat afwijkend gedrag (wat dat is kom ik zo op terug) alleen te duiden was vanuit de samenleving. Die was de schuldige en het individu was een soort marionet.

Afwijkend gedrag is al het gedrag dat niet werd gesteund door dominante waarden in de samenleving. Omdat iedereen trouwde was ongehuwd samenleven ooit afwijkend. Het homohuwelijk bestond in mijn jonge jaren ook niet. Homo’s wel en die kwamen er ook schoorvoetend voor uit. Afwijken was, kortom een kwestie van meerderheden en minderheden, van groepen en buitenstaanders.

Veel werd niet getolereerd toentertijd. Onbeschoft zijn tegen gezagsdragers bijvoorbeeld. En die groep was groot. Zo was het not done tegen de hoofdmeester op mijn school in te gaan. Als het zover was dat je bij hem moest komen zweette je peentjes. Mijn zonen vertellen nu lachend hoe ze naar Lokaal 100 moeten omdat ze iets hebben uitgevreten.

Waar in mijn jeugd de samenleving door werd gekarakteriseerd was een opdeling in zuilen, katholiek, protestants en sociaal-democratisch, én een grote machtsafstand tussen mensen. De baas was gewoon de baas, de medewerkers waren medewerkers. “Mijn baas en ik tutoyeren elkaar. Althans, hij mij.” Als je voor een dubbeltje was geboren was de kans klein dat je een kwartje zou worden. De grens tussen standen of klassen was helder en scherp.

Afwijkend gedrag, verboden gedrag, werd gezien vanuit de zuil en daarbinnen weer de klasse. Dus in mijn zuil was het voor mijn moeder ondenkbaar bij een RK-bedrijf te gaan werken en ook om daar een zaak van te maken. Het was gewoon zo.

Erg rigide maar tegelijkertijd ook erg duidelijk. Wat mensen er zelf van vonden was niet echt relevant. Het waren structuren die zichzelf in stand hielden, los van individuen.

Zuilen zijn verdwenen, machtsafstanden zijn verdwenen en het hele idee van een groter goed waarbinnen je als individu een plaats hebt ook. We leven in een hyper-geïndividualiseerde samenleving waarin zelfredzaamheid voorop staat. Een mooi neo-liberaal idee, bedacht door hen die het goed hebben. Door hen die het zo willen houden.

Het gevolg is er geen gemeenschappelijke referenties meer zijn waaraan je kunt toetsen of gedrag wel of niet door de beugel kan. Waaraan moet je dat immers toetsen? De pastoor? De hoofdmeester? Bromsnor? De huisarts? Politieke leiders? Wetenschappers?

De toetssteen voor het beoordelen van gedrag is het individu zelf geworden. Los van structuren die iets van richting geven leven we met het humeur van vandaag. Wat afwijkend wordt gevonden, en dus verkeerd, is vooral wat ieder van ons afwijkend vind. Tel daarbij op dat je allemaal een mening mag hebben (sinds wanneer is een mening een visie?), dat alle meningen gelijkwaardig zijn én dat iedereen mag zeggen wat hij vindt en je hebt het over nu.

Nu naar de verboden in 2019.

Mensen zullen zich meer verenigen rond een mening of opvatting om zo op te vallen en in de media te komen. Ik denk dat de Gele Hesjes het in Nederland niet gaan redden, maar dan komt er iets anders. “Ik ben het zat” stond op een van de spandoeken en dat is het algemene gevoel. Ongericht, diffuus alles zat zijn. Niet kunnen zeggen wat dan wel moet gebeuren, vooral aangeven wat weg moet. Van Rutte tot aan buitenlanders. Alles moet weg.

Omdat er geen gemeenschappelijke wereldbeschouwing is zal dit alles niet beklijven. Uiteindelijk zullen deze groepen uiteenvallen in losse teleurgestelde individuen.

Wat wél zal beklijven zijn individuen en (kleine) groepen met een sterk ideologische inslag. Groepen die wél een sterk wereldbeeld hebben. Die de wereld indelen in goed en slecht met een bijna bijbels fanatisme. Die weten wanneer je slecht bent als mens en je daarop aanspreken en etiketteren.

Dus wat wordt verdacht(er) in 2019: Zwarte Piet en iedereen die voor is, of althans niet tegen is. Vleeseters. Mensen met een houtkachel. BBQ fans. Rokers sowieso. Dieselrijders. Witte mannen. Vuurwerk. Alcohol. Gutmenschen en deugdmensen. Links. Moskeeën. Ouderen. Gasfornuizen.

De scheidslijnen die in 2019 scherper worden zijn er twee: mensenrechten en milieu.

Ingevuld door ieder van ons. Zo is het een mensenrecht om Zwarte Piet te houden en zo is het een mensenrecht diezelfde Piet te willen afschaffen. Hetzelfde geldt voor het milieu. Ook daar zal de polarisatie toenemen.

En omdat er niet meer wordt gepolderd, blijft er maar één ding over: verbieden. En waarom? Omdat ik er last van heb. De verbinding zoeken zal in 2019 nog minder gebeuren. De eigen vierkante meter eerst.

Het behaaglijke eigen gelijk. En iedereen die het niet met me eens is, moet weg.

Advertenties