Tags

, ,

unnamed-7

Afgelopen zaterdag. Wat vroeg naar de Ziggo Dome om ergens nog iets te kunnen eten. Altijd de keuze voor de verkeerde tent, maar ik vraag me af of er goede tenten zijn daar. Iets na de grote drukte naar binnen, onze plekken zoeken en zitten. Het licht gaat uit en daar komt, heel klein en best breekbaar Paul Simon het podium op. En gaat zingen. ‘America‘. En opeens lopen mijn ogen vol. Ik had dit niet zien aankomen.

Die kleine man daar beneden zingt mijn verleden bij elkaar. Twee uur en dertig minuten lang komt alles voorbij waar ik ooit op heb lopen zingen, bewegen, drinken, plezier maken, vrijen en oeverloos ouwehoeren met vrienden. Song na song.

Ik kijk om me heen en zie mannen en vrouwen die ouder zijn dan ik. De gemiddelde leeftijd hier ligt hoger dan mijn gemiddelde leeftijd. We komen voor hetzelfde: afscheid nemen van een muzikale held en genie en van onze eigen jeugd.

Dát is de reden dat mijn ogen steeds vollopen. Vrouw en zonen kijken opzij en denken er het hunne van. Ik ben nooit bang voor mijn emoties en ik vier dit soort momenten in stilte.

Als ‘The Boxer‘ komt ben ik weer slap in de benen. Ik heb dit altijd het mooiste nummer van Simon&Garfunkel gevonden. Ieder woord ken ik. Iedere stembuiging. Ieder loopje. En opeens dringt het tot me door, na al die jaren: die boxer, dat is mijn vader. Gehavend door het leven en de oorlog. Die boxer ben ik nu, met mijn eigen handschoenen en de spierpijn van de training nog in mijn lijf. En ik zie mezelf weer zitten op mijn bed in een kleine kamer. De LP op de Lenco draaitafel en ik meezingend.

In de Ziggo Dome ben ik gewoon weer een jongen die ieder woord opzuigt. Daar ben ik ook opeens de man die voelt dat die jongen voor altijd weg is. Dát zijn de tranen. De weemoed. De herinnering aan ooit. En nee, ik zou niet terug willen. Maar het leven glijdt onder de mens vandaan en dat wordt zichtbaar, voelbaar hier bij dit concert.

Het is een farewell tour voor iedereen die hier is. Het applaus en de overdonderende staande ovaties zijn enorm. Simon blijft doorgaan met zingen en eindigt heel klein, in zijn eentje op het podium met slechts een gitaar.

Dan is het voorbij. In de drukte gaan we naar buiten waar het nog steeds een beetje licht is. Waar de temperatuur aangenaam is. We lopen naar de auto in dit gebied waar werkelijk niets gedaan is om het ook maar een beetje aangenaam te maken. In de auto naar huis luisteren we naar de opnames die we zelf hebben gemaakt. Zingend. Thuis neem ik een whisky en weet: dit komt nooit weer terug.

 

 

Advertenties