Tags

, ,

Er is een aantal dingen dat ik wil zeggen over vrijheid van meningsuiting.

Allereerst dat die vrijheid per definitie absoluut is. Dat wil zeggen dat iedereen altijd alles moet kunnen zeggen en schrijven en uiten op welke manier ook. Hoe leuk of hoe abject ook naar de mening van anderen, alles moet kunnen. Zo snel je hier mitsen en maren aan gaat koppelen heb je het over voorwaardelijke vrijheid. Dan verdwijnt de vrijheid.

Verder dat er maar één grens is aan die vrijheid en dat is het geldende recht, vastgelegd in wetten en in jurisprudentie. Dat betekent dat als er iets wordt gezegd waar een ander enorme aanstoot aan neemt, die persoon naar de rechter moet om zijn gelijk te halen. Die rechter zal dan objectief toetsend aan de wet laten weten of je over de juridische schreef bent gegaan of niet.

Dit wil niet zeggen dat alles even verstandig is om te roepen. In een volle bioscoop ‘brand, brand’ roepen is niet verstandig, tenzij er brand is. Het is echter altijd moeilijk om voorbeelden te geven van wat wel en wat niet verstandig is. Dat is contextgebonden. En het is vaak heel subjectief.

Je kunt de vraag stellen of het uiten van woorden gelijk staat aan het uiten van een mening. Is het dus nodig en noodzakelijk voor een beroep op die vrijheid dat je een mening hebt en niet zomaar het gevoel van de dag? Dat klinkt plausibel en heel redelijk, maar wie gaat dat bepalen?

Waak voor diegenen die zich beroepen op gezond verstand, fatsoen, de samenleving et cetera om de vrijheid in te perken. Ik vind ook niet alles even fatsoenlijk, maar dat is geen enkele reden om die vrijheid te beperken. Fundamenteel wordt dan namelijk de vraag ‘fatsoenlijk volgens wie?’. Met andere woorden, volgens wiens of wier standaarden moeten we dan een mening afkeuren of beperken?

Dus: vrijheid van meningsuiting is absoluut, welke mening ook wordt geventileerd. Maakt niet uit, in onze samenleving moet iedereen kunnen zeggen wat hij of zij wil. Dat is mijn overtuiging en die overtuiging is sterker naarmate ik het minder eens ben met iemand. Juist dan, bijvoorbeeld bij het roepen van “minder? Dan gaan we dat regelen!”, ben ik voor die vrijheid. Wat een prachtig land leven we dat dat soort uitspraken kunnen. En dan graag ook het harde debat daarover.

Brengt mij tot mijn laatste punt: mij valt op dat velen die zich beroepen op die vrijheid van meningsuiting, die vooral voor zichzelf gereserveerd zien. Hoe vaak de PVV al niet heeft gepleit voor een beroepsverbod voor mensen met een andere mening dan zijzelf heeft, valt niet meer te tellen. Hoe agressief men reageert op anti-Pieten protestanten en vice versa, en hoe men heden ten dage mensen bedreigt voor een mening: dit zijn voorbeelden van vrijheid voor zichzelf  en niet voor anderen. De gang naar de rechter in het geval Wilders vind ik een voorbeeld van hoe het hoort. Als je tegen zijn uitspraken bent moet je niet bedreigen maar de rechtsgang vinden om dat aan te vechten. Het is een grote schande dat hij al zolang moet worden beschermd vanwege zijn opvattingen. Beschermd tegen hen die niets moeten hebben van onze vrijheden. En als Wilders serieus zou menen dat vrijheid van meningsuiting absoluut was, ook voor anderen, dan zou hij in deemoed het hoofd buigen voor het recht en de uitspraak afwachten. Zo zijn de regels in dit land. Het voorbeeld geven.

Vrijheid van meningsuiting is een voorrecht dat moeite en energie kost. Het komt niet gratis en het is niet vrijblijvend. Wie denkt dat je het voor jezelf mag opeisen en anderen mag ontzeggen heeft het niet begrepen. Het heeft niets met particuliere opvattingen en normen en waarden te maken. Het is. En het is in ons land. Dát is waarschijnlijk het belangrijkste dat ons onderscheid van minder ontwikkelde landen. Van de barbaren waar je op je tenen moet lopen of zelfs moet vrezen voor je leven.

Vrijheid van meningsuiting is topsport.

Advertenties