Tags

, , ,

Via Linkedin kreeg ik een bericht over uitmuntend leiderschap. De kern was dat als je groots wilt zijn, je je moet omringen met grootse mensen. Je moet afkomen van iedereen die minder dan groots is want, ja, dan wordt je zelf niet groot.

Ik hoorde laatst minister Schippers op tv beweren dat zij niet zit te wachten op mensen die problemen aangeven. Oplossingen wil ze, en het liefst op een A4-tje. Zo ongeveer als: ‘als je geen deel van de oplossing bent, ben je deel van het probleem.’

De universiteit die geen zesjes meer aanneemt voor het master programma omdat dan de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat. Even los van het feit dat zo oorzaak en gevolg worden omgedraaid door mensen die beter moeten weten: een zes is voldoende. Daarom is het een zes. Of is zeven de nieuwe zes?

Het is een trend, de zoektocht naar adembenemende hoogstaande mensen die allemaal in eloquent Nederlands op minder dan één pagina hun werkende oplossing voor ieder probleem kunnen geven. Schreef ik Nederlands? Ik bedoel natuurlijk The King’s English want anders doet Nederland niet mee in het internationale speelveld.

Maar wat wordt hier nu allemaal mee bedoeld? Hoe kan ik me omringen met uitmuntende mensen? Wat bedoelt Schippers nu precies?

Ten eerste de uitmuntende mensen. Stel je gaat doen waar ik toe werd opgeroepen. Welke criteria ga ik gebruiken en hoe vertel ik het iedereen. Hoe kom ik ook aan nieuwe mensen want ik denk dat ik wel wat nieuwe mensen kan gebruiken. Ik kijk naar vrienden, familie, collega’s en ik kijk eens in de spiegel. Ik constateer dat er grootsheid in ieder zit maar die komt er niet altijd uit en ook nog eens ongelijkmatig. Moeten ik en de mensen om mij heen altijd groots zijn of hebben we soms ook vakantie? Mogen we ook slecht zijn in dingen? Ik denk erg slecht te zijn in neurochirurgie, mag dat? Mag ik dan nog in de buurt komen van anderen? Die groots willen zijn?

Dan Schippers. Een machtsvrouw die duidelijk maakt dat… ja wat maakt zij duidelijk? In het kort dit: ‘dit is mijn idee. Kom met een verbetering van mijn idee en kom niet met kritiek. Want mijn idee is prachtig en perfect. Omarm het en als het beter kan schrijf dat op maximaal één velletje papier. Kom niet aan met bezwaren want die zijn er niet.’ Het is de taal van de macht, van degeen die de lakens uitdeelt. Van iemand zonder twijfel. Ze lachte erbij.

Zo’n berichtje en Schippers alarmeren mij. Hier zit een wereldbeeld achter van een diepe scheidslijn tussen hen die weten en willen en hen die er niet meer bijhoren. Uit eigener beweging waarschijnlijk. Hierachter zit het dédain voor de gemiddelde mens. Maar ook voor de briljante pessimist die juist altijd wijst op mogelijke problemen. Dit is de taal van mensen die niet meer willen luisteren maar anderen gebruiken als spiegel voor hun eigen geweldige ego. Dit zijn uitspraken van mensen die zichzelf nooit als minder dan geweldig zien en zich altijd zien als onderdeel van iedere oplossing. Het is een neurotisch mensbeeld. Als dit dominant is dan ziet het er niet best uit.

Leve de gemiddelde mens die gewoon zijn best doet.