Een Franse elektricien

Met mijn zoon zit ik op het terras van Bar le Central. Comme d’habitude met een espresso en een Cacolac. En opeens zie ik Luc langslopen. Ik zeg tegen Sam ‘daar loopt Luc, onze oude elektricien’. Sam kent Luc niet en dat kan ook niet anders, want dat ‘oude’ slaat op jaren terug.

Waar ken ik Luc van?

Voor ik dat uitleg eerst even het feest der herkenning: werklieden in Frankrijk. We hebben alles meegemaakt. Zwembadaanleg door mensen voor wie, naar later bleek, het hun eerste zwembad was. Muurtjes net niet recht, tegeltjes net niet aansluitend, infinity-randen die scheef zijn zodat het water er maar in één hoek overheen loopt. Het verbouwen van het huis waar men op eigen houtje besluit een doorbraak om te bouwen tot een mooi rond poortje want dat past beter bij het huis. Frankrijk is een feestje én een grote zen-oefening. Kwaliteit en betrouwbaarheid zijn niet echt vast waarden.

Terug naar Luc. Luc is elektricien, zoals gezegd. Toen wij ooit in het dorp kwamen wonen moest er natuurlijk ook van allerlei elektra worden aangelegd. En na wat rondvragen kwam de naam van Luc naar boven. Dus Luc gebeld, afspraak gemaakt. Tot onze verbazing kwam hij niet alleen op de afgesproken dag maar zelfs op de afgesproken tijd. Een jonge vent met heldere blauwe ogen. Hij woonde in het dorp en had klanten in de hele regio. 

We vertelden wat er moest gebeuren, hij nam een en ander op en kwam met een offerte. Het was ons al gezegd, hij was niet de goedkoopste. Mais bon. 

Daarna liep alles zoals onze eerste afspraak. Luc belde vooraf wanneer hij kwam en wat er ging gebeuren. En dan kwam hij op tijd, deed wat was afgesproken en was op tijd klaar. Als hij vertrok werkte alles en hij liet nooit troep achter. Alles was top in orde. Luc bleek een onfranse vent te zijn.

Op een dag wilden wij verwarming voor het zwembad. Vooral in het voorjaar leek dat ons lekker. En hoe het is gebeurd kan ik niet meer voor de geest halen, maar de keuze viel niet op Luc maar op een ander die we weer via via kenden. Dat via via was een imker die soms het zwembad schoonmaakte. Een goede zachtaardige vent, maar een beetje een rommelkont. We hadden beter moeten weten.

De verwarming werd neergezet en aangelegd en alles werkte. Een week of twee. Toen bleek het mannetje niet van plan om er ook maar iets aan te doen. En onze ‘via via man’ kon ook niets betekenen. Helaas. Désolé. Toen hebben we met hangende pootjes Luc gebeld. Of hij wilde helpen.

Zijn antwoord was een duidelijk: ‘non!’

Wij hadden zelf gekozen voor een veel lagere kwaliteit en hij was niet op de wereld om de shit van anderen te herstellen. Dan hadden we maar bij hem moeten blijven. Niet goedkoop, wel betrouwbaar en heel veel zekerheid en service. We werden, heel terecht, afgeserveerd.

Daarna hebben we heel wat mannetjes voorbij zien komen. En steeds ging het hetzelfde. Aankomen, kijken, drie keer zuchten en ‘bof!’ zeggen. De volgende dag terugkomen met een verkeerd relais, weggaan, terugkomen met weer een verkeerd relais, ‘bof!’ zeggen, en uiteindelijk, na weken, de boel herstellen. Eenmaal een gesmolten elektrakast bij de zwembadpomp. Ach ja.

Inmiddels hebben we wel goede werklieden weten te vinden via een Nederlander die in de Var in het onderhoud van huizen zit. Als iemand niet op tijd is krijgt hij van hem geen klussen. Nederlandse aansturing en duidelijkheid dus.

De weg hier naartoe was een lange met slechts éen domme fout van onze kant. Als je in Frankrijk een goed iemand kent, blijf daarbij! Ga niet weg, ook niet als die goedkoper is. Kwaliteit is schaars en kost gewoon geld.

Als ik Luc zie lopen dan groeten we elkaar gewoon. Daar loopt een betrouwbaar mens, denk ik dan altijd.

We hadden beter moeten weten. Maar ja.

Dag 199 op het Narrenschip

Sinds het begin van mijn hyperintelligente lockdown hou ik de dagen bij. Met nummer en een korte aantekening in een dagboek. Aantekening variëren van ‘een blauwe hemel zonder vliegtuigen of condensstrepen’ tot aan ‘zin in vakantie’. Van alles dus.

Soms schrijf ik ook over hoe we met zijn allen omgaan met deze toestand. En ik ben oud genoeg om ouders te hebben die als jong volwassene de oorlog hebben meegemaakt en daarover wel eens spraken. Dat waren vijf jaren die nooit meer uit ons leven zijn verdwenen.

Het is nu niet eens een jaar maar het duurt wel lang. Ook naar mijn gevoel is het lang, hoewel ik me erop heb ingesteld. Ik werk thuis, ik doe voorzichtig boodschappen en ik hou afstand. Ik wil niet ziek worden maar ik moet er ook niet aan denken dat ik iemand anders ziek zou maken. En als gezin proberen we met elkaar ook goed op te letten.

Ik lees dus ook al 199 dagen kranten en kijk naar het nieuws. In het begin was het echt forse crisis. Alle seinen stonden op rood en de wereld werd een gesloten paviljoen met hoogst besmettelijke mensen. IC’s liepen vol en in mjin omgeving kwam al snel de eerste corona-dode. Dat had een enorme impact op mij en de mijnen.

Hoe anders is dat geworden in de loop der maanden. Er kwamen twijfels bij de aanpak. Twijfels die ik ook had maar ik kon mijn twijfels niet toetsen. Ik ontbeer eenvoudigweg de kennis om er een goed oordeel over te hebben. En dat is nog steeds zo. Ik heb dus geen oordeel.

Uit de twijfel rezen mensen die minder terughoudend in hun eigen beperkingen zijn dan ik. Mensen die opeens alles wisten. Meestal ook tegendraads op het RIVM en de regering. Mensen met de blik van mensen zonder verstand maar met een sterke overtuiging. Mensen waardoor het mij kil om het hart werd. Dansleraren, statistici, orthomoleculair kwakzalvers: een heel Narrenschip vol.

Deze mensen kregen tractie. Ze kregen aandacht in alle talkshows en zij konden hun verhaal doen zonder stevig tegengas. Opeens waren ze er en gingen niet meer weg.

Mensen gingen de straat op om te demonstreren tegen de dictatuur en gingen daarna weer naar huis. Niet doorhebbend dat zij in een dictatuur waarschijnlijk zouden zijn verdwenen.

En dan nu, na zoveel lange maanden wachten op een vaccin is daar opeens een groep BN’ers die oproept zelf wel te bepalen wat we moeten doen. En hun pay off is ‘Free the People’. Waarbij zij dat fonetisch uitspreken als ‘frie de piepel’ want een opleiding is niet bij iedereen blijven hangen.

Ik ga er verder niet op in omdat iedere aandacht teveel eer is. Wat wel zo is, is dat ik merk dat ik nauwelijks nog verbaasd ben hierover. En dat is verontrustend. Dat door alle gekken met zendtijd, ik de gekte zo normaal ben gaan vinden dat dit me niet meer verbaast. Tuurlijk, denk ik, dit kan er ook nog wel bij. En ik zie artiesten uit het schnabbelcircuit met lege blikken zich voordoen als verzetsstrijders. Ze hebben geen idee waartegen want dat kunnen zij niet bevatten.

En heel eerlijk, ik weet niet wat ik erger vind. De slechtheid van een dansleraar die voelt dat hij opeens beroemd is geworden en niet meer te stoppen is, of de grenzeloze domheid van dit stel C artiesten.

Wat ik wel weet is dat de kalmte en zachtheid van een geïnformeerd en overwogen oordeel als heel ouderwets wordt gezien. In het beste geval. In het slechtste geval wordt het gezien als bewijs van het grote complot.

En zo verliest de rede.

Dát is alles bij elkaar genomen nog het grootste verlies. Dat de rede die eeuwen geleden zich een weg vocht door de nadagen van de hermetisch zwarte middeleeuwen naar het licht, dat die rede verdacht is. Dat mensen niet alleen niet meer verlicht zijn maar ook niet verlicht willen worden.

Die situatie duurt nu in al zijn omvang al 199 dagen. De schade van deze geestelijke verschimmeling is op den duur groter dan de schade van Corona. Er komt een vaccin tegen Covid19. Er komt nooit een vaccin tegen geestelijke onttakeling.

En zo leven wij met zijn allen op het Narrenschip.

Helemaal klaar met Teams

Teams.

Het klinkt zo top. ‘Together Each Achieves More’ heb ik ooit ergens gelezen. Een acroniem na lang zoeken gevonden en waarschijnlijk gebruikt tijdens een teambuildingsessie ergens in een bos waarbij ook bruggen moesten worden gebouwd zonder spijkers. Of zo. Van die bijeenkomsten waar niet zoveel uit kwam omdat morgen het werk er nog steeds lag. En de collega’s bleven wie zij waren, net als jij.

Teams. Klinkt beter dat ‘alones’ of ‘groups’. Heeft iets ‘samen-ervoor-gaanderigs’, we regelen het wel, we zijn een team.

Teams klinkt ook beter dan afdelingen. Daar zitten tenslotte gewoon losse collega’s die ieder voor zich wat doen. Al dan niet belangrijk. En als het meezit werken ze aan eenzelfde doel. Als het meezit. Nee, dan een team. Dat zijn op elkaar ingesteld professionals die hyperfunctioneel lean&mean de targets gaan halen. Daar is de vijand en wij zijn een team, dus kom maar op.

Teams. Klinkt als een yell op een groepsbijeenkomst. We hebben en T, we hebben een E ……

Ik ben er helemaal klaar mee. Ik mis mijn echte, real time, in real life team. Mijn cluppie, mijn bedrijf.

We zijn een half jaar onderweg met Covid in dit bijzondere jaar 2020. Het is september en sinds half maart zitten we thuis. Gekluisterd aan beeld en smartphone zoeken we en hebben we contact. We zijn hiermee, nolens volens, in maart begonnen dus. Van de ene op de andere dag.

En dat ging ok. Zeker in het begin zat er iets van ‘we laten ons er niet onder krijgen, verdomme nog an toe’ in. Iedereen werkte zich een slag in de rondte, was on-line van de ochtend tot de avond, was scherp, gezellig et cetera. Technisch ging het ook ok, soms tot mijn verbazing. Door de super IT-collega’s van het moederbedrijf waren er geen haperingen. Zelfs niet in de beveiligde dichtgetimmerde omgeving waarin we moeten werken. Alles lukte.

De eerste maanden gingen voorbij in een sneltreinvaart. En natuurlijk waren er soms dingen lastig. Met elkaar ergens over nadenken gaat in het echt beter dan online. Vooral als je over iets nieuws moet denken en beslissen. Maar we kwamen er doorheen. Dat wisten we gewoon en we moesten deze periode aanpakken om een aantal zaken permanent te verbeteren.

De vakantie kwam. Alles wat ik voor de vakantie had bedacht ging niet door en ik was niet de enige. Iedereen kon zijn plannen in de la leggen. We hebben vouchers tot aan het jaar 2032. We zwermden uit naar de eigen tuin of Schoorl. Dat was het zo’n beetje. We gingen klussen en sommigen hadden net een nieuw huis gekocht. Anderen gingen tijd met elkaar doorbrengen. Tot rust komen. Lezen, Netflixen, sporten, tuinieren, BBQ’en.

De zomer ging voorbij.

En nu is het begin september. De vakantie ligt achter ons. De mensen komen weer terug en de schermen vullen zich weer met de bekende gezichten. Sommige wat bruiner, andere nog net zo bleek. Iedereen blij en gemotiveerd. We zijn blij elkaar weer te zien en bezig te zijn met de groei van ons bedrijf.

En toch is het anders. Er is een soort gelatenheid in gekomen. We zijn nog steeds op tijd bij de meetings en we doen nog steeds uitermate ons best. Er komen nieuwe ideeën en we werken aan groei. Allemaal top. En toch. We zijn er een beetje klaar mee. Moe van het staren. Hunkerend naar echt contact met elkaar. Naar een beetje oudehoeren over de wereld en het werk. Lachen, elkaar jennen, verder komen, stuk zitten, herrie maken, geconcentreerd zijn. Met elkaar in dezelfde ruimte. Fysieke nabijheid.

We zijn ook moe aan het worden over de duur van de vrijwillige afzondering. Voor de vakantie was er nog een soort optimisme dat we dit varkentje wel even zouden wassen. Langzaam kwam het besef dat dat wassen wel eens lang kon gaan duren. Dat de enige uitweg een vaccin is en dat het maken van een vaccin tijd kost. Veel tijd, want veel onderzoek.

En wat we nu zien is dat die onbestemdheid moeilijk te verteren is. Zeker als je werkt aan een start-up waarin je zelf verantwoordelijk bent voor in- en output, waarin je moet geloven in de maakbaarheid van de wereld. Die maakbaarheid is nu uitbesteed aan de farmaceutische sector, aan deskundigen waar we niet bij kunnen. We moeten afwachten. En dat doen we op afstand van elkaar.

Ik mis het zorgeloos ’s morgens in de auto stappen, de file in en nadenken over de dag die komt. Paar belletjes plegen en hoppa binnenstappen in het kantoor. Kijken wie er al is en kijken hoe de rest binnenkomt. Goede dag of een wat mindere? Kinderen ziek of alles ok? Dat soort faits divers.

Ik mis het. En dat terwijl wij wel elkaar nu en dan zien. We hebben voldoende ruimte om veilig met zijn vijven bij elkaar te zijn. Onregelmatig dat wel. En altijd aangekondigd. Zo zien we elkaar maar het is anders. Het is niet vrijwillig, het is zo omdat het niet anders kan.

Voorlopig gaan we dus door met Teams, het zal niet anders kunnen. Zo gauw het anders kan gaan we het helemaal anders doen. Dan komt de club eerst thuis bij mij eten om de bevrijding te vieren. Dan gaan we inhalen op alle gemiste momenten dat we elkaar nodig hadden om even te kletsen om verder te komen.

Teams, het is een technisch hoogstandje maar het is ook armoe.

Drie toptips in de Var. (*)

Je kunt het je bijna niet meer voorstellen, maar nog niet zo lang geleden konden we in de auto stappen en onbezorgd twaalf uur door Europa rijden op weg naar de Var. Onderweg stoppen, met tientallen mensen in een supermarktje langs de Route du Soleil rondlopen en chips kopen. Zonder zorgen. De tijden zijn wat zorgelijker geworden. De grenzen zijn weer open en we kunnen weer op weg, maar de onbevangenheid is weg. Het is zo en het zal ook nog wel even zo blijven. En om toch een wenkend perspectief te hebben wil ik jullie meenemen op drie tours door de Var. Laten we de ziel en het lichaam voeden.

En route in de Var

We hebben de mazzel dat we sinds 2002 een eigen plek hebben midden in de Var. Een klein dorp met zo’n 3.450 inwoners, Carcès. Veel toeristen komen hier niet en dat is prettig. De kalmte, volgens sommigen de sufheid, van het dorp is weldadig. Er gebeurt niets. De dagen rijgen zich aaneen en voor je het weet is het weer zaterdag. Markt! Iedere zaterdag weer hetzelfde. Een echt Frans dorp dus, waar ’s zomers een kermis is, waar een paar keer per jaar een gezamenlijke aïoli maaltijd wordt gehouden en waar op Quatorze Juillet een namaak Edith Piaf optreedt. Snoeihard en vooral vals. Zo’n dorp. Overzichtelijk dus. 

En er is een middeleeuws deel van Carcès dat best leuk is om te bekijken, maar ook daar ben je binnen een half uur doorheen.

Om iets mee te maken moet je er gewoon op uit en dat doen we geregeld. Een van de juweeltjes is de nabijgelegen Abdij van Thoronet. Een ander juweel is een oude Tempelierscommanderie in Flassans-sur-Issole en als laatste (want al dat spirituele moet worden afgewisseld) een tip in Cogolin.

L’Abbaye de Thoronet

De rit naar Thoronet is altijd heel lekker. Van de berg af, linksaf richting Lorgues een minuutje of twintig rijden. De weg met alle verlokkingen waar we niet op ingaan. De afslag naar Entrecasteaux, een topdorpje waar je voor je het weet doorheen bent en waar het heerlijk drinken is. Met uitzicht op het kasteel. Doen we niet. We rijden door. Rechts de plek waar je een kano kunt huren om een uur of twee de Argens af te zakken. Met overhangende bomen en zwarte libellen die boven het water zweven. Doen we ook niet. En het laatste wat we niet doen is even stoppen bij Sainte Croix La Manuelle om heel goede wijn te kopen. 

We parkeren de auto op de parkeerplaats van de Abdij en lopen het pad af naar de ingang. Je komt binnen in een klein winkeltje en dan kun je naar binnen, de abdij in. En vanaf dat moment is de buitenwereld verdwenen.

Halverwege de 12de eeuw is deze abdij gebouwd. Het is een Cisterciënzer abdij, gebaseerd op de oerplek Cîteaux in de Bourgogne. De stichter van deze orde is Bernardus van Clairvaux, een mysticus die wars was van alle wereldse pracht en praal. In reactie op de weelderigheid van Cluny bepaalde hij dat de mens moet afzien van alle wereldse genoegens en dat men bouwt ter ere van God en niet van de mens. Die goddelijkheid, die verstilde devotie, moest terugkomen in de bouwwerken. En ik moet zeggen, dat is in Thoronet goed gelukt. De stilte, het ontbreken van afleiding (in de vorm van beelden bijvoorbeeld) maakt dat je in jezelf keert. Zelf stil wordt. Het zijn prachtige gebouwen op een prachtige locatie. Het mooist is het om ergens op een muurtje te gaan zitten en het te ondergaan. Na een paar minuten voel je de rust in je komen. Wat goede architectuur met een mens kan doen. Bijna 900 jaar later nog!

En als we terugrijden doen we dat altijd via Cotignac om daar wat te drinken en te eten. Het voeden van de ziel is één, het voeden van het lichaam is wat anders. Aanrader. Altijd goed.

Op bezoek bij de Tempeliers in Flassans-sur-Issole

Op naar Flassans. Een rit van iets meer dan een half uur. De rit gaat langs het Lac de Carcès, een groot stuwmeer dat onder andere Toulon van drinkwater voorziet. Prachtige natuur. Cabasse door, over prachtige weggetjes onder de platanen en vervolgens onder de A8 door richting Flassans. Op de DN7 linksaf tot je rechts de afslag Peyrassol ziet. Iedere keer dat we hier rijden word ik blij want het is altijd voor een lunch. En lunchen kun je hier. Na een hobbelige weg kom je op het parkeerterrein en loop je naar de eeuwenoude gebouwen. Hier hebben echte Tempelridders gelopen.

De Tempeliers

Van Bernardus in Thoronet naar de Tempeliers is een vanzelfsprekende stap. Bernardus riep in Vézelay op tot de Tweede Kruistocht en degenen die vooropgingen waren de Tempeliers. Een Ridderorde die opgericht is in 1118, enkele decennia dus voor de bouw van Le Thoronet. Hun doel was het beschermen van de pelgrims die naar Jeruzalem gingen maar al snel werd het een orde van omvang. Ze legden de gelofte van armoede af waardoor veel persoonlijke rijkdom in de kassen van de orde vloeide. Binnen enkele jaren werd de orde rijker en rijker en daarmee ook machtiger. Door heel Frankrijk, maar ook daarbuiten (in Londen staat biivoorbeeld de Temple Church) bouwden zij kerken en buitenplaatsen waar zij onderweg konden verblijven. Kasten met boeken zijn over hen geschreven, heel interessant. Het is nog veel interessanter een Commanderie te bezoeken. Daarom zijn we hier in Flassans.

Het heet nu Commanderie de Peyrassol en het is eigendom van een rijk man, Philippe Astruy. Jaren geleden gekocht en omgebouwd tot een prachtig wijndomein. Alles is prachtig. Er is heel veel kunst, op het terrein en ook midden in de wijnvelden. Je kijkt je ogen uit. En als je je fantasie de vrije loop laat kun je hier Tempelridders zien lopen. Het is een prachtige combinatie tussen oud en nieuw, zoals je direct ziet bij de entree.

Je kunt overal wandelen, alles is vrij toegankelijk. Doen! Hier heerst een weldadige rust. En na het wandelen kun je hier uitstekend lunchen. In dezelfde sfeer. Onder de bomen voor een van de eeuwenoude gebouwen is je tafel gedekt en geniet je van het menu van de dag. Altijd weer top. De chef, Guillaume Delaune, is een topper en hij kookt ingetogen en met smaak. Alles uit eigen tuin. 

Bestel bij je lunch een mooie rosé van het eigen domein. Je zult alleen maar genieten. Peyrassol is voor ons de perfecte combinatie van geschiedenis en hedendaags genieten. En als ik heel eerlijk ben zijn de Tempeliers voor mij de beste smoes om hier te genieten.

Cogolin Plage/Saint-Tropez

En het laatste stapje is van genieten naar maximaal genieten. Dus, in de auto, weer langs Thoronet (we kennen de weg inmiddels), bij Le Luc onder de A8 door en via Grimaud naar Cogolin Plage. De rit, die al snel bijna anderhalf uur duurt, is prachtig. Je gaat dwars door het Massif des Maures. Natuur en nog eens natuur. De aankomst in het haventje is niet zo pittoresk, integendeel, ik vind het altijd nogal een rommeltje. Gedateerd op alle manieren. De gebouwen, het onderhoud ervan, hmm, niet echt inspirerend. Maar daar komen we niet voor. We hebben een boot gehuurd! Met schipper. En dat is mijn laatste tip. Doen, huur hier een boot en ga de zee op. Na alle voeding voor de ziel hiervoor is het nu tijd voor keihard over de golven en ergens lekker lunchen.

Dus: bel een van de bedrijven hier, spreek een dag af en ga varen. De golf van Saint-Tropez is prachtig. Blauw, groot, mondain. 

Handige tip is ook champagne met glazen, Tarte Tropézienne en zwemkleding mee te nemen. Nog belangrijker is het reserveren van een tafel aan de kust, bijvoorbeeld bij Les Graniers. Hier word je met een bootje opgehaald en je luncht met je voeten in het zand. Geen topprijzen, goede wijnen en prima eten. Deze dag doe je voor de lol en de ambiance.

Weer naar huis

Na een dag aan het water ga je weer terug naar de thuisbasis, het suffe Carcès. Voldaan de bergen door, en door de prachtige Var over slingerwegen weer terug. Langs dat mooie Thoronet, het wijnhuis. De raampjes open om de geur van een droog kruidig land op te snuiven. Yannick Noah op de radio, Destination Ailleurs. 

En eenmaal onderweg, even wachten tot je weer 4G-dekking hebt, even een tafel reserveren in het dorp bij de enige pizzeria van belang, Les Chineurs. Ontvangen worden door Patou en Seb. Zoveel heb je niet nodig. Een mens kan heel gelukkig zijn hier.

Adressen:

  • Logeren Carcès: Chez Fanny Chambre d’hôtes Carcès, contact@chezfanny.fr, +33 664 297 777
  • L’Abbaye du Thoronet, 83340 Le Thoronet, +33 494 604 390
  • Eten in Cotignac: Les 3 Marches (prima pizza of gegrild vlees), +33 494 046 599  of La Terasse (prima curries) +33 494 046 793 en nog heel veel meer
  • Commanderie de Peyrassol, RN7 Flassans-sur-Issole, +33 494 697 102
  • Boot huren: Cogolin Plage: Houseboat, 29 Quai de La Galiote C, +33 494 561 659
  • Eten aan het strand: Les Graniers, 1 Plage des Graniers, Saint-Tropez, +33 494 971 343
  • Eten in Carcès: Les Chineurs (pizza, mosselen), 62 Av. Ferrandin, Carcès. +33 494 043 199 

(*) Ook gepubliceerd in En Route, nummer 169

Mon paradis Provençal. (*)

Gevraagd naar mijn paradijs in de Var kan ik altijd heel kort zijn. Dat is ‘Le Sommet’ boven op een heuvel in een klein dorpje tussen Sainte-Maxime en het Lac de Sainte-Croix in. Tussen zout en zoet water, tussen de drukte en de rust, tussen massatoerisme en luierende Fransen in.

Mijn paradijs bestaat ook uit iedere dag dezelfde routine. Beetje vroeg opstaan, samen met de jongste zoon naar het dorp wandelen, naar de bakker en het café (espresso en een Cacolac) en een kaarsje branden in de kerk. Dat laatste schijnt ook te werken als je er niet in gelooft. Gratis tip dus.

Mijn paradijs is dan weer kletsend terugwandelen, even vriend Seb van het restaurant groeten en zien of het gezin verder ook wakker is. Dat laatste is niet altijd het geval. En dan ongegeneerd lang ontbijten.

Maar ja. Mijn versie van het paradijs kent ook zijn grenzen. Iedere dag hetzelfde trekt mijn gezin helemaal niet en zo wordt er altijd weer iets bedacht om te doen. Kanovaren op de Argens, boomklimmen in Flassans, kilometers wandelen naar het Lac de Carcès, ga maar door. Als het maar fysiek inspannend is dan is het goed. 

Een stukje België in de Var.

Zelf ben ik meer van het lezen over dingen. In mijn hoofd zit genoeg ruimte om op die manier van alles mee te maken. Zo las ik op een zeker moment over een stukje België in de Var. Althans, tot 1971, want toen werd dat stukje verkocht aan de Franse staat. Het was tot dat moment privébezit van een Belgische familie. Het ging om een eiland waar menigeen heerlijke zomers doorbracht. Zo kwam de schrijver Georges Simenon, van Inspecteur Maigret, er geregeld. Een prachteiland: Îles d’Hyères, Porquerolles.

In alle 17 jaar in de Var waren we daar nog nooit geweest. Dus toen ik het vertelde, tijdens het ontbijt waarschijnlijk, was het al snel beklonken. We gingen naar Porquerolles! Moest ik mijn eigen paradijsje toch verlaten.

Haventjes in Marokko.

We vertrokken voor ons doen vroeg, zo rond half negen. Ik vind rijden in de Var heerlijk. Raampje open voor de geur, Yannick Noah of Zaz op de radio en karren maar. Het is een klein uurtje rijden naar Toulon waar we wel geregeld komen. Een arme stad, maar helemaal prima. De haven is leuk en je kunt er lekker eten. Nu gingen we echter een iets andere kant op, het presqu’île de Giens. Daar waren we al een keer geweest en ik was er niet van onder de indruk. Een rommeltje, vergane glorie. Maar je moet er nu eenmaal overheen om uit te   komen bij de Tour Fondue, de aanlegplaats van de boot naar Porquerolles.

En daar begon onze echte reis. Klein is het er, met een parkeerplaats en een winkeltje en een luie haven. Dit deed me direct denken aan haventjes in Marokko. Dezelfde warme luie sfeer, dezelfde weldadigheid. Ik was om. Hoe had ik me zo kunnen vergissen? Ik had eerder gewoon niet goed gekeken. Wat wel vaker het geval is overigens. Het is mooi om te merken hoe een gewoon ritje om kan slaan in een vakantierit waar opeens al je zintuigen open staan.

Fiets huren.

Je stapt op de boot en zoals het altijd is; dat voelt altijd als echt vakantie. Het is maar twintig minuten varen en als het meezit, en het zit meestal mee in de Var, is de lucht prachtig blauw en ben je geheel gelukkig. Dat geluk wordt alleen maar groter als je eenmaal aankomt; eenzelfde lui haventje. En het grote voordeel van Porquerolles is dat er heel weinig auto’s zijn. Mijn advies is dan ook op je dooie gemak de aanlegkade af te lopen en direct fietsen te huren. Maakt niet zoveel uit bij wie, aanbod genoeg. Je krijgt een kaartje van het eiland en je kunt vertrekken. Wat drinken in de haven en op pad. Wat mij direct het meest opviel was de geur. Je ruikt de zee en je ruikt de kruidige droogte van het eiland.

Je kunt nu drie kanten op. Je kunt aan de noordkant blijven door naar links of rechts te gaan. Routes van slechts een paar kilometer overigens. Het eiland is niet groot en er zijn geen bergen. Alles is op de fiets te doen. Wij besloten naar het zuiden te fietsen en daar ook te gaan wandelen. Naar het zuiden dus met aan de overkant ligt Afrika. Een mooi idee.

De rust.

Wat is dit een prachtig eiland. Ik kon mijn thuisversie van een paradijs direct aanvullen. We waren er in oktober en dat betekent dat het niet heel druk is. Je kunt overal op je gemak komen, op de terrassen is altijd plek en als je gaat wandelen wandel je in een diepe rust. ’s Zomers is dat anders. Je moet gaan wanneer het je het best bevalt. 

Wat maakt Porquerolles nou zo paradijselijk? Natuurlijk de rust en de sfeer. Als je de haven uit fietst dan migreer je van een mediterrane naar een bijna Engels aandoende sfeer. Laantjes met lage muurtjes waarachter prachtige huizen liggen omringd door groen. In het dorpje is het weer traditioneel Frans. 

Een dorpspleintje met restaurants, bankjes met opa’s en oma’s die in de schaduw van bomen toezicht houden op hun kleinkinderen en voldoende aanbod om wat te drinken. 

Alles straalt rust uit.

Als je zoals wij deden naar het zuiden fietst dan rij je door een prachtige natuur. Lange lanen met bomen die door de wind scheef zijn gewaaid. Lommerrijk, geurend, Frans. De paden zijn zanderig maar prima te doen.

Na zo’n twee kilometer fietsen kom je aan bij de zuidkant van het eiland. Daar is de Rocher de la Croix. Een wandelgebied hoog boven de zee. Je parkeert je fiets en loop vanaf daar omhoog, steeds verder. Je moet het pad aanhouden richting de Cap d’Arme, zo’n 300  meter verderop. Hier moet je vooral naar toe als je lekker kunt wandelen en geen last hebt van de hitte. Het is een flinke klim maar het is zeer lonend. Eenmaal boven aangekomen heb je een prachtig uitzocht op de Middellandse Zee en op de rotsen en calanques van het eiland. Prachtig! De krijsende meeuwen die in duikvlucht over het water scheren, in de diepte de golfslag, de geur van de zee, de zon op je hoofd. Hier komt alles bij elkaar wat Frankrijk zo mooi maakt. Zonder massatoerisme, zonder strandtenten met bedjes. Eigenlijk is hier niets en daarmee alles.

Afbeelding met buiten, water, berg, natuur

Automatisch gegenereerde beschrijving

Loop op je gemak terug naar de fiets rij richting de Phare de Porquerolles. Een kort mooi ritje.  De vuurtoren is overigens niet altijd open dus als je die wilt bezoeken moet je even opletten. Maar ook als die niet open is, is dit een mooie plek en een mooie rit en klim. En weer het volgende prachtuitzicht.

Terug naar de haven.

Afbeelding met water, buiten, oceaan, strand

Automatisch gegenereerde beschrijving

En na een paar uur fiets je meanderend over het eiland terug naar de haven. Je fietst door het bos, tussen allerlei platte veldjes door, langs mooie huizen, hier en daar de eeuwige Mehari van een vaste bewoner. Relaxte mensen die je gewoon groeten en je welkom laten voelen. Drink en eet wat op het pleintje van het dorp. Kijk naar de mensen die daar in de hitte verkoeling zoeken, bestel een diabolo Menthe en geniet. Wij zaten bij een heel relaxt café met heel aardige bediening maar ik kan me niet voorstellen dat de rest niet ook zo is.

Fietsen inleveren en hop weer op de boot. De zon op je kop, rozig van het fietsen en de sfeer en de warmte. Je kijkt om en je weet dat je terug zult komen, en dan voor meer dan één dag. 

Wat is een paradijs?

Een paradijs is in de Var geen geloofskwestie in ieder geval. Het zijn die plekken waar je voelt dat alles klopt, dat niets te veel en niets te weinig is, waar je bijna onbewust bestaat in harmonie met mens en natuur. Porquerolles is een eiland waar dat zo is. Ik zeg er wel bij: ga in het najaar, hors saison! Pas als je weer terug in de auto zit weet je wat je mist. 

Adressen:

Boot naar Porquerolles: opstappen bij LaTour Fondue aan het einde van het presqu’île de Giens;

Fietsen huren: kan direct in de haven. Kwaliteit is gelijkwaardig;

Eten: LÉtal du Boucher, 8 Place D’armes Ile de Porquerolles, 83400

Hotel (hebben wij nog niet gedaan maar dit kwam heel aangenaam over, dus de volgende keer): Hotel Villa Sainte-Anne, Place d’Armes Ile de Porquerolles, 83400

Must do volgende keer: Fort Saint Agathe

(*) Ook gepubliceerd in Côte & Provence Nazomer 2020

Van geel naar oranje in Frankrijk

Veel vakantie was dit jaar al in het Covid-water gevallen. Geeft niet, het is hoe het is en zolang er geen vaccin is, zullen we ons moeten aanpassen. Toch hadden we bedacht een week naar Catalonië te gaan en dan door te gaan naar ons dorp in de Var.

Twee dagen na boeken werd Spanje oranje verklaard en dat wilden we niet. Dus snel nog even een nachtje Dijon en drie nachten Nice geboekt. En dan door naar de Var. En Marseille vooral rechts laten liggen.

Dijon was top. Iedereen liep buiten en binnen met een mondkapje. Mensen hielden afstand en we hebben de stad weer eens helemaal kunnen zien. Het blijft een mooie historisch belangrijke stad. Een stad ook waar je in een dag doorheen bent. En wat vooral opviel was de ingetogen drukte. Zeker, overal was het druk maar altijd op afstand. De restaurants hadden er alles aan gedaan de gasten op afstand te zetten en de bediening was top. Rond de Hallen was het een drukte van belang, maar wel op z’n 2020’s.

Vanuit Dijon door naar Nice. Een stad die ik niet goed kende. Goed hotel geboekt net naast het centrum. Wat direct opviel in het hotel waren de ver doorgetrokken Covid-maatregelen. Je kwam gewoon niet binnen zonder een mondkapje dat ook over de neus zat. En in het hotel was het vriendelijk streng. We gingen de eerste middag wandelen en werden door gendarmes aangesproken dat mondkapjes buiten ook verplicht waren. Daar hield overigens 98% van de mensen zich aan. Vanaf dat moment hebben we steeds met een mondkapje gelopen.

Dat is met 37 graden geen feestje maar het moest. Wandelen naar het Musée Marc Chagall, wat een absolute aanrader is. Eenmaal buiten het centrum mag het mondkapje af en dat klopt ook omdat er weinig drukte is. Bj het museum alles weer op etc etc.

Opvallend is ook dat overal goede en goed gevulde pompjes met gel staan. Dat is bij mijn lokale Jumbo in Nederland wel anders. Daar staan wat vieze halflege flessen waar iedereen aanzit met een grote rol beduimeld keukenpapier ernaast. Frankrijk neemt de boel serieus en investeert dus ook in middelen. In Nederland moet het weer voor een duppie.

Alle voorbereidingen voor de Tour de France waren volop aan de gang. Op de Place Masséna werden tribunes gebouwd en zelfs de stoeltjes op de promenade waren geschilderd in de kleuren van alle truien.

Alles was letterlijk en figuurlijk geel.

En dan, vijf dagen voor de start van de Tour, wordt Nice oranje. Opeens is het een gebied van waaruit je in quarantaine moet. En er is niet zoveel veranderd. De drukte was er, maar net zoals in Dijon. Afstand en overal mondkapjes. De reden dat het verandert is de Tour. En heel eerlijk, als ik Nice zie moet ik er niet aan denken dat er duizenden mensen bijkomen voor de Tour. Onhoudbaar wordt het dan.

En zo kan een code dus ook heel preventief worden gebruikt. Je kunt gewoon naar Nice maar je moet daarna wel twee weken in quarantaine. Dan ga je dus niet.

Wij zitten alweer lang hoog en droog en warm in de Var waar het code geel is. Mocht er iets veranderen dan blijven we gewoon op ons eigen erf. Geen enkel risico is toch het best. En over een paar dagen weer naar huis in Nederland.

We kunnen alleen maar wachten tot een vaccin. In de tussentijd moeten we vriendelijk en met respect met elkaar omgaan. Ik zou willen dat ook in Nederland een verplichting bestond om binnen altijd en overal mondkapjes te dragen. Het is zo duidelijk en het leidt tot een relaxte samenleving.

Maar ja, nuchter Nederland wil er niet aan.

Innoveren tijdens Corona

155. Dag 155 tijdens deze coronacrisis. Als iemand mij 156 dagen geleden had gezegd dat dit ons leven zou worden, had ik het niet geloofd. Maar hier zijn we met zijn allen. Over een maand werken we een half jaar vanuit huis en ontmoeten we elkaar achter het scherm.

Ik mag leiding geven aan een klein team jonge professionals. Samen hebben we een scale up, Homies Alarm, waar we zorgen dat mensen heel veilig kunnen wonen en leven. Simpel en heel modern. Vrijwel ieder alarmsysteem kan op ons worden aangesloten en daarna kun jij met je eigen netwerk zorgen dat je geholpen wordt als het nodig is. Door je eigen netwerk of door een professionele alarmopvolging. Goed en niet duur. Bij brand, bij inbraak of als je gewoon hulp nodig hebt. Onze klanten zijn tevreden en voelen zich veel veiliger dan voorheen. We voorkomen branden (al 3) en inbraken. We groeien en zien nieuwe kansen voor groei.

Begin maart waren we nog iedere werkdag bij elkaar. Niet iedereen was er altijd maar grosso modo was het contact dagelijks en intensief. En toen kwam corona. Sindsdien werken we vanuit huis.

Hoe kijken we terug?

We zijn dus 155 dagen verder. De eerste weken gingen als een speer voorbij. We zijn direct begonnen met een dagelijkse meet up. Om 08.30 uur hebben we het team ‘klanten’, om 09.30 het team ‘development’.

Het team klanten zit onze PO voor en we nemen de planning door. Communicatie, sales en klantenservice zitten bij elkaar en nemen alle tickets door en we bespreken de back log. Het team development wordt gevormd door back-end, front-end, service design en design. Ook zij nemen alle tickets door en bespreken hun back log.

Het totaal wordt gemanaged door de PO en de sprints duren twee weken. Iedere twee weken hebben we een retro en een demo. En het goede nieuws is dat we altijd iets te ‘demoën’ hebben.

Het is een klein team. Voor iedere functie is er één collega. Dat betekent dat je helemaal zelf verantwoordelijk bent voor jouw deel van het hele proces. Dat levert soms druk op en stress. Wat het ook oplevert is eigenaarschap: het is ook helemaal van jou en je kunt shinen en fouten maken. Alles kan. Fouten maken doet iedereen, dus no worries. Wel zorgen dat de fout wordt geanalyseerd en dat die analyse wordt gedeeld met het hele team. En hetzelfde doen we met alle successen. Zo leren we veel van elkaar.

Dit doen we nu al 155 dagen on line. De dagelijkse meet ups, iedere dag spreken we elkaar. Het bij elkaar zitten op deelonderwerpen, het doornemen van de voortgang, het bespreken van problemen, het hebben van ongelooflijk veel fun, het kletsen over niets: alles doen we via teams. Alle klantcontacten gaan gewoon door, evenals de verkoop. We regelen dingen voor hen, helpen hen en zorgen ervoor dat zij met tips over veiligheid de zomer doorkomen.

Waar we in het begin vraagtekens hadden bij het online werken, zijn die geheel verdwenen. Er wordt harder en vooral met meer focus en aandacht gewerkt dan eerder. Je zou bijna denken dat we dit heel lang kunnen volhouden.

Hoe kijken we vooruit?

Wat we dus zien is dat alles prima doorloopt. De mensen zijn super gemotiveerd en niemand haakt af. Maar toch.

Wat we ook zien hoe moeilijk innoveren is met alleen on-line contact. Natuurlijk bespreken we nieuwe dingen en zolang die als line extension kloppen gaat dat goed. Maar als Homies moeten we meer doen. We worden binnenkort actief in de zorg (je eigen netwerk altijd dichtbij, en je eigen GPS tracker met alarmknop), we hebben Buurtkring mogelijk gemaakt en we zijn een samenwerking gestart met KlikAanKlikUit. Dat zijn echt nieuwe dingen en innoveren is niet altijd een strak proces.

Natuurlijk, alle stappen die je zet zijn gestructureerd. Van idee tot testen, bijstellen et cetera. De stappen vormen het skelet en dat is heel mooi. Het vlees op de botten komt veel fuzziër tot stand. Je praat met elkaar, je zegt iets en denkt tegelijkertijd ‘nee, dat is bullshit’, je bedenkt wat anders. Anderen reageren op je, er vallen stiltes, je wandelt naar de koffie en opeens is er die ene inval. Dat geniale moment dat overigens nooit wordt omgezet in iets echts omdat het niet geniaal was. Maar wel de deur openzette voor veel betere ideeën. Dat organische, bijna intuïtieve zoeken en vinden gaat niet lekker via teams.

Via video mis je elkaars mimiek, wenkbrauwen, wegkijken, opveren, nadenken. Je hebt een uur en in dat uur heb je een agenda en die werk je af.

Innoveren tijdens Corona is dus een dingetje en dat voelen we als team met ambitie volop.

We moesten het dus anders doen.

Wat zijn we anders gaan doen?

We hebben een scheiding gemaakt tussen alle lopende zaken en de echte veranderingen. Als er geïnnoveerd moet worden, als het echt anders moet, dan komen we bij elkaar. Altijd en petit comité, met heel veel ruimte en de ramen letterlijk open.

Ik heb bij ons op kantoor op de meeste bureau’s NO GO stickers geplakt, handgel en spray neergezet en huisregels geschreven. Met maximaal 5 mensen op 200m2 mag er bij elkaar worden gekomen met een duidelijk onderwerp.

Zoals bijvoorbeeld zorg. We hebben voor de zorg IoT GPS-trackers besteld om te testen en de resultaten daarvan bespreken we, maar we laten ook aan elkaar zien hoe het ding werkt. Gaan ouderen ermee lopen? Hoe zwaar, hoe groot is ie? Hoe voelt ie aan? De service designer kijkt er eens goed naar, kijkt welke plek die tracker inneemt in de customer journey. We bedenken oplossingen, toepassingen. We praten over communicatie met de doelgroep, over USP’s. We interviewen de doelgroep, die het top vindt mee te werken aan een vernieuwing. Mensen willen graag contact en het betrekken van je klanten bij innovatie is niet alleen dankbaar maar momenteel ook belangrijker dan het was. Het wordt heel erg op prijs gesteld. Je laat hen namelijk ook voelen dat de wereld toch ook gewoon doorgaat.

We vinken alle items af om tot een MVP te komen en doen dat op een energieke, wendbare manier. Kritisch en met heel veel fun. We houden afstand, we wassen handen, we laten elkaar voorgaan in de gang en gaan per persoon met de lift.

En het werkt. Mensen blijven niet langer dan nodig. Iedereen houdt zich aan de afspraken en is uitermate voorzichtig. Als je je wat minder voelt kom je niet en bel je toch maar in. De dynamiek die ontstaat is precies dat wat ontbreekt on-line. En we vinden dit top. Het is fijn elkaar weer fysiek te zien, te zien hoe iedereen in zijn professionaliteit verder is gegroeid. Hoe zelfstandig men is geworden in de afgelopen maanden. En hoe we elkaar nodig hebben als team om je fijn te voelen en met de business verder te komen.

En nu?

Ik ga er vanuit dat deze coronasituatie nog maanden kan duren. We hebben onze werkwijze dus afgesproken tot het anders kan of moet. We blijven alle lopende zaken via teams doen en we zien nu al dat een aantal vernieuwingen al min of meer running business zijn geworden. Ook die komen terug in ons on-line leven.

De basale behoefte aan elkaar blijft ook bestaan. We zijn goed doordat we omringd worden door anderen die ons beter maken. Kwaliteit ontstaat ook door elkaar op de huid te zitten en door elkaar uit te dagen geen genoegen te nemen met gewoon goed. De scherpte, de innovatie en de fun zijn hard nodig. Zo lang het kan blijven we dus onder allerlei restricties zo nu en dan bij elkaar komen. Met een agenda met een onderwerp maar zonder vaste punten.

De kern is dus heel simpel. Wil je vooruit komen dan doe je dat samen. Zeker als start up of scale up heb je weinig legacy waarop je kunt terugvallen. Dus moet je de brug bouwen terwijl je erop loopt. En dat doe je samen. Vaak on-line maar ook af en toe fysiek bij en met elkaar.

Wat de toekomst ook wordt: ik heb vertrouwen dat we de juiste stappen zetten en dat op enig moment we weer ‘normaal’ kunnen leven en ondernemen. Tot dat moment is het gewoon innoveren tijdens Corona.

Want we móeten niet alleen door, we gaan ook gewoon door.

Mondkapjes

Al enige maanden heb ik mondkapjes in huis. Ooit een doos met 50 stuks gekocht omdat je maar nooit weet. Een paar gebruikt door de oudste zoon in het openbaar vervoer, en dat was het dan weer in Nederland.

En als ik alles lees wat er te lezen is over mondkapjes dan krijg ik geen eenduidig beeld. Nu is virologie niet mijn specialisme dus daar zal ik me sowieso niet aan wagen. Ook ben ik niet afgestudeerd in de wetenschap der aerosolen, dus ook daar zal ik geen uitspraken over doen. Ik kan hierin niet anders dan volgen.

Ik heb wel verstand van groepsdynamica, sociale psychologie en sociologie. Ik kan gedrag van mensen in een groter verband plaatsen en dat op die manier proberen te snappen. Dat is dus wel wat ik de hele dag doe, als een soort tweede natuur inmiddels.

De afgelopen dagen ben ik met mijn jongste zoon in Duitsland geweest, in Düsseldorf. We hebben de eerste dag 14 kilometer gelopen door de stad. Van de Altstadt tot en met Klein Japan. Dat is heel goed te doen. We hebben lekker geluncht in de Altstadt, op een terras in de drukte. Gedronken aan de rand van een drukke weg bij een klein barretje, gegeten bij een Koreaans restaurant en geslapen in een lekker hotel. De tweede dag zijn we naar de Classic Remise gegaan om ons onder te dompelen in mooie en minder mooie auto’s. We zijn heel veel op straat geweest en veel in de horeca, buiten én binnen. We zijn een warenhuis binnen geweest, Manufactum, en hebben daar een en ander gekocht.

We hebben kortom heel veel tijd doorgebracht met en tussen anderen.

En hoe is dat in Duitsland?

Nou, dat is heel prettig. Binnen, overal, is een mondkapje verplicht. Zoals ik al zei: ik heb geen verstand van de medische werking ervan! Wat die plicht wel doet is iedereen er én besmettelijk én solidair laten uitzien. Overal zie je hetzelfde beeld: mensen met een mondkapje die in een binnenruimte rekening met elkaar houden. Afstand houden. Bij iedere ingang hangt een automaat met gel. We hebben geen lege automaat aangetroffen. Anders dan in Nederland, zoals bij mijn lokale Jumbo, waar het veelal een bende is, is het in Duitsland goed geregeld. Goed werkende en volle dispensers.

Het mondkapje is het symbool dat zegt: ik kan iets onder de leden hebben zonder dat ik het weet én ik wil niet dat anderen door mij ziek worden. Het is het symbool van een solidaire samenleving. Een samenleving die qua kennis in verwarring is, door het volstrekt nieuwe karakter van Covid19 en waar mensen een leidraad moeten krijgen.

Als voorbeeld het Koreaanse restaurant. Als je binnengaat dan zet je je mondkapje op en je reinigt je handen. De tafels staan ver uit elkaar en er zitten schotten tussen. Je krijgt een formulier waarop je je naam, adres en mobiele nummer schrijft zodat je traceerbaar bent in geval van. Als je eet, eet je heel relaxt. Als je naar het toilet gaan, en dus het restaurant doorloopt, doe je je mondkapje weer op.

Iedereen doet dat en niemand doet dat niet. Dat brengt rust. En als we iets kunnen gebruiken is het wel rust in deze tijden. Duidelijkheid, discussie over de juiste dingen en niet over een verlies aan vrijheid als zo’n kapje draagt.

Dat argument in Nederland overigens is een diep egoïstisch argument. Je draagt geen kapje voor jezelf maar juist voor alle anderen. En als iedereen dat doet krijg je terug wat je erin stopt.

Het effect buiten was ook wonderlijk rustgevend. Geen mensen die tegen elkaar op lopen. Als het op een plek druk wordt op straat wachten mensen tot anderen weer voorbij zijn zodat het weer veilig is.

Het gedrag van mensen, ook van mij en mijn zoon, wordt heel erg inclusief. Je denkt actief aan alle anderen als je je kapje opdoet. Soms vergaten we het overigens. Als we in het hotel de gang opliepen was een kapje ook verplicht. Als we het vergaten deden we het snel op. Het went snel die disciplinering.

Ik ben niet zo van de discipline die wordt opgelegd. In dit geval maak ik een uitzondering. Als iedereen op deze manier laat zien dat de ander ertoe doet maakt dat samenleven eenvoudiger. Niet uitgaan van je eigen leven (‘ik vind dat niet nodig’) maar van dat van iedereen.

Ik ben erg voor Duitse toestanden hierin. Het voelt prettig, eenduidig en ja, ook eenvormig. Dat is dan maar even zo.

Iets verkeerds gegeten

Nee, niet de chips hierboven waren niet ok. Integendeel. Maar daarover later.

Eerst maar even hoe we tot de chips gekomen zijn.

Gewoon een avond met vrienden afgesproken bij een strandtent in Den Haag. Laan van Poot auto geparkeerd en hoppa de duinen in. Stuk lopen en daar waren de vrienden. De aanleiding was 50 jaar vriend!

Corona, dus hoewel zij gereserveerd hadden moesten we wachten en er moesten nog tafels bij elkaar worden gezet. Het begon allemaal wat rommelig. Maar goed.

Een bekentenis.

Ik moet eerst een bekentenis doen. Ik was al wat chagrijnig. Ik heb het nooit zo op strandtenten. De mensen zijn er te uitgelaten, er zijn altijd honden en het is altijd een rommeltje in bediening en eten. Ze blinken nooit uit in iets lekkers en het hoogtepunt is gewoon friet met saté.

Maar deze kaart beloofde echt wat anders. Wagyu carpaccio, veel vegan en redelijk divers. Voor elk wat wils.

Toen we gingen bestellen bleek de helft op te zijn. Ik wilde graag vegan curry maar die was helaas op, en zo ging het nog een paar keer. Maar ja, het is coronatijd dus dat kan gebeuren. Uiteindelijk had iedereen besteld.

De zoon.

Nou heb ik een zoon (17) met een klein probleem. Hij is allergisch voor melkeiwitten. Dodelijk allergisch. Dus niet zoals in intolerantie dat je aan de rees raakt en buikpijn hebt, nee, hij overlijdt ten gevolge van melkeiwitten. Sinds enige jaren laat ik ook niet na dit te benadrukken in restaurants. Let op! Laat me alle verpakkingen zien! Kijk uit voor kruisbesmetting! Et cetera. Hilarisch is wel dat veel koks denken dat hij ook geen eieren mag hebben. (Boter, kaas en dus eieren).

Afijn dat is mijn zoon.

We letten altijd extra op. Zo ook in deze strandtent. Vooraf gezegd, met de bediening gesproken en met de chef en de eigenaresse. Dat moet want niemand kent deze allergie en dat is niet vreemd. En eigenlijk werkt de horeca altijd mee. We hebben nooit problemen en iedereen is professioneel klantvriendelijk.

De strandtent.

Ook nu leek het daarop. De chef had de fles met saus gelezen en daar zat geen melk in. Bij navraag werd mijn vrouw weggebonjourd en de eigenaresse zei nog fijntjes dat het natuurlijk in orde was.

Niet dus.

Na iets minder dan een half uur kon ik met de zoon door de duinen naar de auto lopen. Ik was heel trots op hem. Hij zei ‘pa we gaan want dit wordt heel heftig’. Toen ik vroeg of hij een epipen wilde zetten was het antwoord nee maar ik moest wel 112 bellen. Pas bij de auto zette hij zelf de pen en zei nogmaals dat het heel slecht met hem ging.

Snel en veel te langzaam was de ambulance er en men is zo’n 45 minuten met hem bezig geweest. Het personeel top en in alle rust en ik zag mijn zoon wegzakken. Als ouder sta je erbij dood te gaan. Het heet een anafylactische shock. Een soort shut down van het lichaam waarbij je hartslag op ziet lopen, bloeddruk ziet dalen en zuurstof gevaarlijk laag ziet worden.

Het Haga-ziekenhuis.

Met loeiende sirenes zijn we naar het ziekenhuis gegaan waar hij op de high care heel goed werd behandeld. We moesten blijven ’s nachts en ik mocht erbij blijven. Dat was heel mooi. Toen hij aan me vroeg of ik een oplader bij me had wist ik dat het allemaal weer goed kwam.

De nacht doorgebracht met melkvrije chips, veel cola en Top Gear en de volgende dag naar huis. Veel geslapen. Hij, maar ik ook.

Het verzorgend personeel was weer top. Louter lieve mensen die zorgen dat je je goed voelt en daar alles voor doen. Een topziekenhuis.

Daarna.

Toen mijn vrouw iets zei tegen de eigenaresse van de tent, zei die ‘ja maar met zo’n kind moet je ook niet uit eten’. De chef werd boos en reageerde alsof mijn vrouw iets verkeerd had gedaan. De volgende dag is er contact geweest met de eigenaresse. Of zij nog iets kon betekenen. ‘Nee’, zei mijn vrouw, ‘maar één ding: laat het 99 keer overdreven zijn met alle bezorgde ouders, de 100ste kan een dood kind opleveren. Neem dus altijd iedereen serieus en handel goed.’

En ik? Ik sla mezelf voor mijn kop dat ik niet de fles met saus heb bekeken en dat ik niet gewoon friet heb besteld voor hem. Ik kan nooit verslappen in mijn alertheid en hij zelf overigens ook niet.

Dit is ons leven. Het is zo het is.

Weekeindje weg

127 dagen sinds mijn begin van de ‘lock down’. Tussen aanhalingstekens omdat de lock down in Nederland natuurlijk peanuts was vergeleken bij andere landen. Wij hoefden niet massaal echt binnenshuis te blijven, week na week. Dus tussen aanhalingstekens.

127 dagen omdat mijn lock down een week eerder begon dan de rest van mijn dorp. Een partner die werkt in het zuiden van Nederland en een rauwe keel maakten dat ik besloot een week eerder thuis te blijven. De week erop ging heel Nederland dicht.

127 dagen: als je het zegt schrik je er van. Ik kan me nog herinneren dat we tegen elkaar zeiden dat het wellicht tot april en misschien tot en met mei zou gaan duren. Dat was een naar vooruitzicht. En hier zitten we: begin juli is het.

Nog twee weken eerder is het dat ik wegreed uit Les Ménuires, na een week onbezorgd in de sneeuw. Toen niet onbezorgd, maar met terugwerkende kracht wel. Deze tijd zet alles in een nieuw licht. De wereld voor covid19 was onbezorgd, licht, makkelijk, gezellig. Normaal dus. Het is al heel lang niet normaal.

En dan opeens een weekeindje weg in Friesland, Beetsterzwaag. De aanleiding was de tachtigste verjaardag van mijn schoonvader. Hadden we al veel eerder willen doen maar toen (maart) kon het opeens niet meer. En nu dus wel. Het hotel was compleet covidproof: looproutes, overal desinfecterende middelen, 50% bezetting, de tafels ver uit elkaar, maximaal vier mensen in het zwembad. De gasten hielden gepast afstand en waren zeer welwillend. De kamer was top en het diner was de ster meer dan waard. Alles klopte dus.

Dat weekeindje voelt nu, achteraf, aan als een week weg. Hoe je bijna vergeet hoe lekker het is om in een goed hotel te zitten waar alles geregeld is. Hoe het is om met een glas wijn het gazon op te lopen en ergens in de zon te gaan zitten. Hoe je ’s avonds het restaurant binnenloopt en het ene na het andere fantastische gerecht met een topwijn erbij geserveerd te krijgen.

De natuur, de Hollandse luchten boven de bossen. De ooievaars die langzaam overvliegen en op het nest gaan zitten klapperen. De wespen die en masse op het suikerbrood zitten. De geur van het gras. Alles. Alles opzuigen alsof het nieuw is.

Een weekeindje weg heeft het effect van een ouderwetse vakantie die oneindig leek te duren. Na zoveel dagen dagelijkse routine die oneindig lijkt te duren.