Mondkapjes

Al enige maanden heb ik mondkapjes in huis. Ooit een doos met 50 stuks gekocht omdat je maar nooit weet. Een paar gebruikt door de oudste zoon in het openbaar vervoer, en dat was het dan weer in Nederland.

En als ik alles lees wat er te lezen is over mondkapjes dan krijg ik geen eenduidig beeld. Nu is virologie niet mijn specialisme dus daar zal ik me sowieso niet aan wagen. Ook ben ik niet afgestudeerd in de wetenschap der aerosolen, dus ook daar zal ik geen uitspraken over doen. Ik kan hierin niet anders dan volgen.

Ik heb wel verstand van groepsdynamica, sociale psychologie en sociologie. Ik kan gedrag van mensen in een groter verband plaatsen en dat op die manier proberen te snappen. Dat is dus wel wat ik de hele dag doe, als een soort tweede natuur inmiddels.

De afgelopen dagen ben ik met mijn jongste zoon in Duitsland geweest, in Düsseldorf. We hebben de eerste dag 14 kilometer gelopen door de stad. Van de Altstadt tot en met Klein Japan. Dat is heel goed te doen. We hebben lekker geluncht in de Altstadt, op een terras in de drukte. Gedronken aan de rand van een drukke weg bij een klein barretje, gegeten bij een Koreaans restaurant en geslapen in een lekker hotel. De tweede dag zijn we naar de Classic Remise gegaan om ons onder te dompelen in mooie en minder mooie auto’s. We zijn heel veel op straat geweest en veel in de horeca, buiten én binnen. We zijn een warenhuis binnen geweest, Manufactum, en hebben daar een en ander gekocht.

We hebben kortom heel veel tijd doorgebracht met en tussen anderen.

En hoe is dat in Duitsland?

Nou, dat is heel prettig. Binnen, overal, is een mondkapje verplicht. Zoals ik al zei: ik heb geen verstand van de medische werking ervan! Wat die plicht wel doet is iedereen er én besmettelijk én solidair laten uitzien. Overal zie je hetzelfde beeld: mensen met een mondkapje die in een binnenruimte rekening met elkaar houden. Afstand houden. Bij iedere ingang hangt een automaat met gel. We hebben geen lege automaat aangetroffen. Anders dan in Nederland, zoals bij mijn lokale Jumbo, waar het veelal een bende is, is het in Duitsland goed geregeld. Goed werkende en volle dispensers.

Het mondkapje is het symbool dat zegt: ik kan iets onder de leden hebben zonder dat ik het weet én ik wil niet dat anderen door mij ziek worden. Het is het symbool van een solidaire samenleving. Een samenleving die qua kennis in verwarring is, door het volstrekt nieuwe karakter van Covid19 en waar mensen een leidraad moeten krijgen.

Als voorbeeld het Koreaanse restaurant. Als je binnengaat dan zet je je mondkapje op en je reinigt je handen. De tafels staan ver uit elkaar en er zitten schotten tussen. Je krijgt een formulier waarop je je naam, adres en mobiele nummer schrijft zodat je traceerbaar bent in geval van. Als je eet, eet je heel relaxt. Als je naar het toilet gaan, en dus het restaurant doorloopt, doe je je mondkapje weer op.

Iedereen doet dat en niemand doet dat niet. Dat brengt rust. En als we iets kunnen gebruiken is het wel rust in deze tijden. Duidelijkheid, discussie over de juiste dingen en niet over een verlies aan vrijheid als zo’n kapje draagt.

Dat argument in Nederland overigens is een diep egoïstisch argument. Je draagt geen kapje voor jezelf maar juist voor alle anderen. En als iedereen dat doet krijg je terug wat je erin stopt.

Het effect buiten was ook wonderlijk rustgevend. Geen mensen die tegen elkaar op lopen. Als het op een plek druk wordt op straat wachten mensen tot anderen weer voorbij zijn zodat het weer veilig is.

Het gedrag van mensen, ook van mij en mijn zoon, wordt heel erg inclusief. Je denkt actief aan alle anderen als je je kapje opdoet. Soms vergaten we het overigens. Als we in het hotel de gang opliepen was een kapje ook verplicht. Als we het vergaten deden we het snel op. Het went snel die disciplinering.

Ik ben niet zo van de discipline die wordt opgelegd. In dit geval maak ik een uitzondering. Als iedereen op deze manier laat zien dat de ander ertoe doet maakt dat samenleven eenvoudiger. Niet uitgaan van je eigen leven (‘ik vind dat niet nodig’) maar van dat van iedereen.

Ik ben erg voor Duitse toestanden hierin. Het voelt prettig, eenduidig en ja, ook eenvormig. Dat is dan maar even zo.

Iets verkeerds gegeten

Nee, niet de chips hierboven waren niet ok. Integendeel. Maar daarover later.

Eerst maar even hoe we tot de chips gekomen zijn.

Gewoon een avond met vrienden afgesproken bij een strandtent in Den Haag. Laan van Poot auto geparkeerd en hoppa de duinen in. Stuk lopen en daar waren de vrienden. De aanleiding was 50 jaar vriend!

Corona, dus hoewel zij gereserveerd hadden moesten we wachten en er moesten nog tafels bij elkaar worden gezet. Het begon allemaal wat rommelig. Maar goed.

Een bekentenis.

Ik moet eerst een bekentenis doen. Ik was al wat chagrijnig. Ik heb het nooit zo op strandtenten. De mensen zijn er te uitgelaten, er zijn altijd honden en het is altijd een rommeltje in bediening en eten. Ze blinken nooit uit in iets lekkers en het hoogtepunt is gewoon friet met saté.

Maar deze kaart beloofde echt wat anders. Wagyu carpaccio, veel vegan en redelijk divers. Voor elk wat wils.

Toen we gingen bestellen bleek de helft op te zijn. Ik wilde graag vegan curry maar die was helaas op, en zo ging het nog een paar keer. Maar ja, het is coronatijd dus dat kan gebeuren. Uiteindelijk had iedereen besteld.

De zoon.

Nou heb ik een zoon (17) met een klein probleem. Hij is allergisch voor melkeiwitten. Dodelijk allergisch. Dus niet zoals in intolerantie dat je aan de rees raakt en buikpijn hebt, nee, hij overlijdt ten gevolge van melkeiwitten. Sinds enige jaren laat ik ook niet na dit te benadrukken in restaurants. Let op! Laat me alle verpakkingen zien! Kijk uit voor kruisbesmetting! Et cetera. Hilarisch is wel dat veel koks denken dat hij ook geen eieren mag hebben. (Boter, kaas en dus eieren).

Afijn dat is mijn zoon.

We letten altijd extra op. Zo ook in deze strandtent. Vooraf gezegd, met de bediening gesproken en met de chef en de eigenaresse. Dat moet want niemand kent deze allergie en dat is niet vreemd. En eigenlijk werkt de horeca altijd mee. We hebben nooit problemen en iedereen is professioneel klantvriendelijk.

De strandtent.

Ook nu leek het daarop. De chef had de fles met saus gelezen en daar zat geen melk in. Bij navraag werd mijn vrouw weggebonjourd en de eigenaresse zei nog fijntjes dat het natuurlijk in orde was.

Niet dus.

Na iets minder dan een half uur kon ik met de zoon door de duinen naar de auto lopen. Ik was heel trots op hem. Hij zei ‘pa we gaan want dit wordt heel heftig’. Toen ik vroeg of hij een epipen wilde zetten was het antwoord nee maar ik moest wel 112 bellen. Pas bij de auto zette hij zelf de pen en zei nogmaals dat het heel slecht met hem ging.

Snel en veel te langzaam was de ambulance er en men is zo’n 45 minuten met hem bezig geweest. Het personeel top en in alle rust en ik zag mijn zoon wegzakken. Als ouder sta je erbij dood te gaan. Het heet een anafylactische shock. Een soort shut down van het lichaam waarbij je hartslag op ziet lopen, bloeddruk ziet dalen en zuurstof gevaarlijk laag ziet worden.

Het Haga-ziekenhuis.

Met loeiende sirenes zijn we naar het ziekenhuis gegaan waar hij op de high care heel goed werd behandeld. We moesten blijven ’s nachts en ik mocht erbij blijven. Dat was heel mooi. Toen hij aan me vroeg of ik een oplader bij me had wist ik dat het allemaal weer goed kwam.

De nacht doorgebracht met melkvrije chips, veel cola en Top Gear en de volgende dag naar huis. Veel geslapen. Hij, maar ik ook.

Het verzorgend personeel was weer top. Louter lieve mensen die zorgen dat je je goed voelt en daar alles voor doen. Een topziekenhuis.

Daarna.

Toen mijn vrouw iets zei tegen de eigenaresse van de tent, zei die ‘ja maar met zo’n kind moet je ook niet uit eten’. De chef werd boos en reageerde alsof mijn vrouw iets verkeerd had gedaan. De volgende dag is er contact geweest met de eigenaresse. Of zij nog iets kon betekenen. ‘Nee’, zei mijn vrouw, ‘maar één ding: laat het 99 keer overdreven zijn met alle bezorgde ouders, de 100ste kan een dood kind opleveren. Neem dus altijd iedereen serieus en handel goed.’

En ik? Ik sla mezelf voor mijn kop dat ik niet de fles met saus heb bekeken en dat ik niet gewoon friet heb besteld voor hem. Ik kan nooit verslappen in mijn alertheid en hij zelf overigens ook niet.

Dit is ons leven. Het is zo het is.

Weekeindje weg

127 dagen sinds mijn begin van de ‘lock down’. Tussen aanhalingstekens omdat de lock down in Nederland natuurlijk peanuts was vergeleken bij andere landen. Wij hoefden niet massaal echt binnenshuis te blijven, week na week. Dus tussen aanhalingstekens.

127 dagen omdat mijn lock down een week eerder begon dan de rest van mijn dorp. Een partner die werkt in het zuiden van Nederland en een rauwe keel maakten dat ik besloot een week eerder thuis te blijven. De week erop ging heel Nederland dicht.

127 dagen: als je het zegt schrik je er van. Ik kan me nog herinneren dat we tegen elkaar zeiden dat het wellicht tot april en misschien tot en met mei zou gaan duren. Dat was een naar vooruitzicht. En hier zitten we: begin juli is het.

Nog twee weken eerder is het dat ik wegreed uit Les Ménuires, na een week onbezorgd in de sneeuw. Toen niet onbezorgd, maar met terugwerkende kracht wel. Deze tijd zet alles in een nieuw licht. De wereld voor covid19 was onbezorgd, licht, makkelijk, gezellig. Normaal dus. Het is al heel lang niet normaal.

En dan opeens een weekeindje weg in Friesland, Beetsterzwaag. De aanleiding was de tachtigste verjaardag van mijn schoonvader. Hadden we al veel eerder willen doen maar toen (maart) kon het opeens niet meer. En nu dus wel. Het hotel was compleet covidproof: looproutes, overal desinfecterende middelen, 50% bezetting, de tafels ver uit elkaar, maximaal vier mensen in het zwembad. De gasten hielden gepast afstand en waren zeer welwillend. De kamer was top en het diner was de ster meer dan waard. Alles klopte dus.

Dat weekeindje voelt nu, achteraf, aan als een week weg. Hoe je bijna vergeet hoe lekker het is om in een goed hotel te zitten waar alles geregeld is. Hoe het is om met een glas wijn het gazon op te lopen en ergens in de zon te gaan zitten. Hoe je ’s avonds het restaurant binnenloopt en het ene na het andere fantastische gerecht met een topwijn erbij geserveerd te krijgen.

De natuur, de Hollandse luchten boven de bossen. De ooievaars die langzaam overvliegen en op het nest gaan zitten klapperen. De wespen die en masse op het suikerbrood zitten. De geur van het gras. Alles. Alles opzuigen alsof het nieuw is.

Een weekeindje weg heeft het effect van een ouderwetse vakantie die oneindig leek te duren. Na zoveel dagen dagelijkse routine die oneindig lijkt te duren.

Naar het strand!

Frankrijk. Waar de stranden heerlijk zijn omdat het Franse stranden zijn. De breedte van de stranden bij Lacanau, Mimizan, de golven. Het wisselvallige weer. Zuid-Frankrijk met fijne badplaatsen als Cassis, Sainte-Maxime. Tarte Tropézienne eten op de boulevard. Ach, het Franse strand.

Vaak zul je me er echter niet vinden. En dat ligt niet aan de bedjes die je voor veel te veel geld kunt huren, of het zand dat echt overal zit als je weer eenmaal in de auto naar huis zit. In mijn geval is het wat anders.

Laat het me uitleggen.

Ik woon in een dorp in het midden van het land, een dorp met nogal wat welgestelden die allen van het goede leven genieten. Ik ken er nogal wat en als je elkaar tegenkomt is het altijd gezellig.

En nu weer terug naar de Franse kust.

Jaren geleden gingen we naar Sainte-Maxime. Meestal nemen we daar de boot naar Saint-Tropez maar die dag hadden we een beter idee. We zouden gaan lunchen op het strand, net buiten het centrum ligt La Voile. Een tent met valet parking service en dat leek me wel handig. Geen gedoe met parkeren en gewoon gratis. Hoe mooi kan het zijn.

Afijn, autosleutel afgegeven, bedjes gehuurd en daar lagen we. Beetje op elkaar gepakt maar dat neem je er dan maar bij. De jongens waren blij, gingen direct de zee is en ik erachter aan. Heerlijk. Je zwemt de zee in, je kijkt om en daar ligt het dorp onder de Provençaalse zon. Geel, bruin, kleurrijk blakerend, prachtig. Ik word daar gelukkig van. Na enige tijd ging ik de zee uit keek om me heen en zei tegen mijn vrouw ‘daar verderop zitten de Berkjes’. Een familie uit mijn dorp. Beetje zwaaien want wij waren ook gezien. Even later zegt mijn vrouw ‘en daar zul je de Bordewijkjes hebben!’. En verdomd ze waren het.

Die ochtend schoven Martijn nog aan, heeft een huis in Sainte-Maxime, en de familie De Wolf. En voor we het wisten waren we uitgenodigd om te lunchen en zaten we aan een lange tafel onder de parasols aan het strand. Het was gezellig. Het was net thuis in Nederland.

Het was ook de laatste keer dat ik dat deed, en dat heeft niets met al die mensen te maken. Daar is niets mis mee. Het ligt aan mij. Er zijn twee soorten vakantiegangers: zij die met zoveel mogelijk mensen op pad gaan en dat heerlijk vinden. Samen een villa huren en twee weken iedere avond met elkaar feest vieren. En er zijn vakantiegangers die dat nu juist allemaal niet willen. Gewoon met elkaar op een fijne plek genieten van het leven. Zonder dat het leven van alledag er ook is.

Ik behoor tot die laatste groep.

Dus wat te doen?

Simpel: een alternatief hebben. En dat is er. Ons huis in de Var ligt precies tussen de kust en het Lac de Sainte-Croix in. Een meer aangesloten op de Gorges du Verdon. De volgende keer gingen we dus naar het noorden, door Aups, en dan na een beetje touren ben je er. Het meer. Je ziet het, als je door de bergen aan komt rijden in een bocht in de weg voor je liggen. Prachtig blauw, spiegelend. We parkeerden ergens bij Les Salles-sur-Verdon.

Spullen mee en je loopt tussen louter Fransen naar een kiezelstrand waar de rust over je neerdaalt. De bergen, het blauwe koude heldere water, de afwezigheid van toeristen (nou ja, vier wel) en vooral de sfeer. Bij de plek waar wij zitten heeft een surf dude op leeftijd een tentje waar je broodjes en drank kunt kopen. Je bestelt wat, hij mompelt iets en dan ga je zitten wachten op een van de stoeltjes onder de bomen. En het kan dan tien minuten duren maar ook zomaar meer dan een half uur. Hangt van zijn energieniveau af.

De loomheid hangt over de mensen. Er wordt uitgebreid geluncht, het zijn tenslotte Fransen, en een beetje gebabbeld. Loom dus. Hier en daar een fles champagne, in ieder geval altijd wijn.

Je huurt een waterfiets en je gaat een uurtje dobberen. Beetje ervan af springen, wat zwemmen en weer opdrogen. Meer is het echt niet. Geen opwindende plek.

Een paar jaar geleden had men iets geks bedacht: een gigantisch opblaaskasteel op het water! Lang geduurd heeft dat niet, want op dag drie brak iemand zeer stevig arm en schouder toen hij ervan af sprong. Het kasteel hebben we niet meer gezien.

En ach, waar gaat het allemaal over? De dorpsbewoners in Sainte-Maxime zijn aardige mensen en de sfeer is goed. Maar mijn thuis meenemen op vakantie vind ik echt niks. En nee, bij het Lac is geen valet parking, geen dure bedjes te huur en mondain is het ook al niet. Maar wat is het heerlijk om zonder drukte zo te kunnen genieten van zon, zee en, ja, kiezels.

La France me manque.

Teams! Leuk! Teams!

Tags

,

0730-0830 douchen, ontbijt, 7 espressi

0830-0900 laptops openklappen, inloggen, diep zuchten, voorbereiden op heel veel teams

0900-0930 teams

0930-1130 teams

1130-1230 teams

1230-1256 schreeuwen en hapje eten

1300-1400 teams

1400-1415 geen teams

1430-1530 teams

1530-1630 teams

1630-1700 teams

1715 belletje over verloop teams van 1300

1745 conclusies en acties nav belletje over verloop teams van 1300

1800 mail, geen teams

1830 voorbereiden teams morgen om 0800

1845 koken

Februari 2022, week 82

Tags

Dinsdag 15 februari.

Vandaag de geboortedag van mijn vader. 101 zou hij nu zijn. Ik ben blij dat hij dit allemaal niet meemaakt. De winter gaat flink tekeer. Gisteravond is het gaan sneeuwen en het sneeuwt nog steeds. In een paar dagen tijd is er bijna dertig centimeter gevallen. Vannacht was het -13ºC. Ik kan me nog herinneren dat het jaren geleden zo koud was op wintersport in Les Ménuires. Wintersport, hoe lang ben ik er al niet geweest. Maar koud is het wel.

Woensdag 16 februari.

Vandaag wat hout naar binnen gehaald. De open haard draait overuren. Ik ben best trots op het feit dat ik een ombouw heb gemaakt met een warmtewisselaar zodat we toch gewoon kunnen douchen. De jongens zijn er blij mee. Ik weet nog dat we van het gas af moesten vorig jaar zonder dat ik direct een alternatief had. Geprobeerd zonnepanelen aan te schaffen maar er was schaarste. We staan op de wachtlijst dus ze komen wel maar geen idee wanneer. Dan maar zo. De jongens kunnen gewoon douchen en het huis is warm. De oudste had het zich wel anders voorgesteld ooit: studeren in Eindhoven, maar ze wonen beiden nog steeds thuis. Waarom zouden ze ook weg willen? Alle colleges nog steeds on line en mijn eten is top. En ik vind het top, iedereen dichtbij.

Donderdag 17 februari.

Gisteravond de persconferentie. Rutte deed het weer goed. Na de verkiezingen van vorig jaar is er een rust over de politiek gekomen. De vier doen het goed samen. En de rest van de partijen heeft het nauwelijks gered. Milieu bleek niet echt nog meer een item te zijn omdat de lucht schoon was en we na de ramp in Rusland sowieso van het gas af moesten. En alle extremistische partijen zijn gereduceerd tot splinters. Was ik erg blij mee. Gewoon ouderwetse partijen die gedegen politiek willen bedrijven. Ik had al niks met die politieke toeristen.

Maar het blijkt ook dat er nog steeds nieuwe gevallen zijn. Volgens mij is de gemiddelde leeftijd in Nederland flink gedaald maar dat weet ik niet eens zeker. Ik volg de cijfers al lang niet meer. De IC’s zijn en blijven op sterkte en dat is goed. Vorig jaar ging het allemaal best prima tot iedereen weer ging reizen. Wij niet, althans niet ver. Frankrijk was weer top maar we mochten nauwelijks het huis uit. Wel boodschappen en dan weer snel terug. Maar met elkaar lekker eten en drinken en spelletjes doen was lekker. 1300 kilometer in de auto was wel een gedoe, vooral onderweg. Om de beurt naar de plee langs de poortjes met UV. Na mei vorig jaar zijn we gewoon niet meer weg geweest.

Dat iedereen weer ging vliegen heeft ons de das omgedaan. Met alle toeristen die terugkwamen uit de VS en Afrika waren we weer terug op het niveau van november 2020. Dat was dikke shit.

De persconferentie leverde trouwens weinig nieuws op. De nieuwe voorraad mondkapjes wordt vanaf morgen weer aan huis afgeleverd, dus we kunnen weer boodschappen doen. Verder veel video met de vrienden en vooral vanuit huis werken.

Vrijdag 18 februari.

Uitgeslapen want geen vroege vergaderingen. Ik kijk uit naar morgen want dan hebben we de wekelijkse vriendenborrel. Die wordt steeds uitgebreider. Ieder van ons kookt een gang en die leveren we bij elkaar af en dan met elkaar eten en drinken en vooral zeiken over elkaars eten. “Beetje boers”, “iets teveel Ottolenghi” etc etc. Erg leuk en we worden steeds creatiever. Zelf nu in het derde jaar lock down blijven we met elkaar optrekken en dronken worden.

Het is weer een koude dag. De hemel is helderblauw na de afgelopen dagen sneeuw. De laatste jaren lijkt de lucht toch veel blauwer dan ik me kan herinneren in mijn leven. Ik zal het me wel verbeelden.

Zaterdag 19 februari.

De bezorging van de groothandel is net weg. Ik heb weer alles in huis. Eten en drinken. Ik ga zo buiten op hout koken want ik heb de gasflessen nog niet omgeruild. Ik mag pas volgende week. Het went, dat koken op hout. Het is wel koud maar daar kun je je op kleden. Alles krijgt een lekkere rooksmaak. Das ook het nadeel trouwens. Vanavond maak ik het tussengerecht. Lekkere risotto met truffel. Hoe we het land op afstand laten werken blijft een wonder. Ik heb gewoon verse truffel en een topwijn erbij. De ongemakken zijn klein.

Waar ik blij mee ben is dat mijn boekhandel er nog steeds is. De enige nog in het dorp. De rest is failliet gegaan. Veel winkels zijn sowieso verdwenen maar er zijn er ook veel bijgekomen. Online shops hebben nu een eigen afhaalplek in het dorp. Er zijn afhaalrestaurants die goed draaien en ook thuis bezorgen. We zijn met elkaar heel creatief geworden met elkaar. Maar sneu is het wel voor de rest. We hebben hier in het dorp een aantal anderhalvemetercafé’s gelukkig. In een ervan, ‘5 feet down’, kom ik af en toe met de mannen. Wel spaarzaam want voor ik het weet zijn mijn tokens op en dan moet ik weer maanden wachten.

Zondag 20 februari.

Op de BBQ croissants gebakken! En ze zijn weer gelukt. Krant lezen en dan ga ik de familie maar eens wakker maken. Weer een zondag als alle andere. Wandelen, genieten van de natuur want ook vandaag is het snerpend koud én heel helder. Even naar de Mariakapel om een kaarsje te branden voor de doden. Blijf ik doen. Vroeger deed ik dat in Kevelaer maar dat kan niet meer. Ik ben benieuwd wanneer Duitsland weer opengaat. Ik mis de zult.

Begraven in coronatijd

Tags

,

Afgelopen week heb ik een familielid begraven. De tijd ligt niet zo lang achter ons dat we dan met elkaar naar een begraafplaats gingen, stonden te wachten in een hal voor we naar binnen mochten en dan een uur aanwezig waren bij de afscheidsdienst. Daarna nog bijpraten in een zaaltje en dan weer naar huis.

Dat is nu toch een beetje anders. Er mochten maximaal 30 mensen aanwezig zijn en dit familielid had een grote familie. Dat betekende dat ik kon inloggen op een site om live mee te maken wat er gebeurde. En dat is best vreemd.

Om een aantal redenen.

Allereerst ben je na een week of zeven online vergaderen en meeten gewend dat je camera aanstaat en dat je gezien en gehoord wordt. Dat is nu helemaal niet het geval terwijl je echt heel keurig stil blijft zitten met de camera aan, maar je microfoon uit. Hoe we in korte tijd nieuwe gewoonten ontwikkelen.

Daarnaast mis je de mensen om je heen. Een lachje, een knikje, even je hand op een schouder leggen ter troost. Het is er allemaal niet. Gewoon vanachter mijn tafel waar ik de ochtend werkte en na de dienst weer verder zou gaan keek ik toe. Vanuit allerlei hoeken ook nog eens. Waar je in aanwezigheid aan je stoel bent gekluisterd, krijg je nu allerlei camerastandpunten. Je ziet echt alles.

Je mist ook de sfeer van een aula. Niet dat dat mijn favoriete plek is, maar bij een begrafenis maant een aula je tot nederigheid en aandacht. Al in de auto naar de begraafplaats toe verandert je gesteldheid, je gemoed. De wandeling naar de aula maken je nog bewuster van de eindigheid van het leven. Je bent er niet voor jezelf en je wilt zo ingetogen als mogelijk afscheid nemen.

En als laatste de muziek en de toespraken: in een aula zit je daar als het ware middenin en achter je laptop niet.

En toch was het een mooie dienst zo van een afstand. De muziek klopte volkomen. Er werden herinneringen opgehaald die ik volkomen herkende. De overledene kwam helemaal aan bod. Mooi, open en eerlijk. Het was niet altijd een makkelijk mens en dat kwam naar voren. De ruwe bolster, blanke pit. De grote mond en talloze onafgemaakte projecten. Eerlijk en met liefde gebracht. Met humor ook.

Na een klein uur was het voorbij. De mensen verlieten de aula langs de kist. Sommigen legden hun hand erop, anderen liepen snel door. Ieder op de eigen manier.

En wat er toen gebeurde..

En wat er toen gebeurde heb ik met dubbele gevoelens gadegeslagen. Bij een normale uitvaart verlaat je de zaal en mogen de meest intieme relaties nog even achterblijven om in stilte afscheid te nemen. Dat werd eveneens integraal uitgezonden. En dat was best gek. Ik zag mijn familie opstaan en elkaar bij de kist troosten. Even de bloemen verleggen. Met elkaar praten. Armen om elkaar heen geslagen. Heel de intimiteit van dat moment werd openbaar. Ik vond dat aan de ene kant voyeurisme dat niet kies was.

En toch stopte ik niet met kijken.

Want er was ook een opmerkelijk positieve kant aan: ik voelde op dat moment hoezeer je via videobegraven bij de levenden betrokken bent. Veel meer dan normaal. Normaal ben je er voor de dode om afscheid te nemen met respect. Maar omdat er zoveel techniek zit tussen wat er in een aula gebeurt en jou als kijker ontbreekt die intimiteit volkomen. Wat je wel meekrijgt zijn alle beelden van de aanwezigen. Volop. Alles en iedereen zie je en daarmee ben je meer met hen bezig dan in een normale setting.

En die laatste minuten zag ik de mensen van wie ik hou in al hun kwetsbaarheid bij de kist staan, bloemen verleggend, de kist aanrakend, strelend, elkaar aanrakend. Dat was ontroerend mooi. Iets wat je verder niet ziet in normale omstandigheden.

Overigens ben ik van mening dat de uitzending moet stoppen als iedereen de aula verlaat. Dat is toch de betere optie.

Het zijn rare tijden.

Zaterdag in Carcès, laatste deel.

Tags

, ,

(Droomblogs in een coronacrisis)

Die ene man dus, daar moest ik nog even langs.

De straat verder omhoog en daar zit hij, de truffelman. Jaren geleden had hij een winkel in visuitrusting en wapens. Toen kwam de crisis en hadden mensen al een hengel of een gun. Hij verkocht niets meer. Van zijn spaargeld heeft hij toen land en een hond gekocht en zoals gehoopt had hij beet: truffels! En nu verkoopt hij door de hele Var op markten truffels. Goede geurige truffels voor een mooie prijs.

Ik schud zijn linkerhand, zijn rechter is niet helemaal ok, en koop drie truffels voor €15. Geen geld. Hup, in de tas met het brood en op naar het terras van Bar “Le Central”.

Ik wandel de straat weer af naar beneden. In een half uur is het al drukker geworden. Het geroezemoes is toegenomen, mensen staan met elkaar te praten. De pastoor is er ook weer. Ik groet hem. Onder zijn arm een fles wijn, gekregen van een lokale wijnboer. Zo scharrelt hij zijn maaltijd bij elkaar. Wat brood, een stuk kaas, een lekker worst…oh wacht, worst! Ik zou bijna worst vergeten. Drie worsten voor €10, het is weer geen geld. Ik koop er drie: een sanglier, een au romarin en een noix. Hop in mijn tas.

Het terras is nog redelijk leeg om deze tijd, het is vroeg. Mijn vriend de artiest zit er al achter een glas witte wijn. Ik ken zijn naam niet, we praten al jaren wat met elkaar. Hij ziet eruit als de Franse broer van Steven Seagal. Ruwe bolster, blanke pit. Hij zegt dat hij artiest is maar hij is erg vaag waarin dan. Maakt niet uit. Aardige vent die hier altijd zit. We wisselen wat woorden uit.

Comme d’habitude wordt mij koffie met een glas water gebracht. Ik zit en kijk mensen, zoals iedereen in Frankrijk op een terras doet. En als ik uitgekeken ben leg ik geld op tafel, sta op en loop naar de kerk. Iedere dag steek ik hier een of meerdere kaarsjes aan. Voor de levenden en voor de doden. Het schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.

Het schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.

Zoals altijd komt er een grote rust over me als ik de treden afga de kerk in. De kerk is niet groot maar voor een dorp als dit zeker voldoende. Er klinkt altijd muziek uit de luidsprekers, zacht en bijna onhoorbaar. Boven de ingang is een soort caveau op hoogte gebouwd met daarin het orgel. Sinds de nieuwe pastoor er is, zijn er lichteffecten aangebracht. Langzaam gaat het van rood naar blauw, paars, geel, groen en weer terug. Een beetje kermis maar wel leuk. Ik kijk naar boven en het is paars.

Ik koop een kaars en loop met knerpende zolen door de kerk naar de Mariakapel. Ik steek de kaars aan en zet die neer bij Maria. De eerste in deze week. Morgen brandt de kaars nog net als ik er een nieuwe naast zet. Ik blijf even stil staan, draai me om en loop weer de zon in.

De straat verder uit, langs de kippenboer en weer rechts op weg naar huis. De tas met brood en worst en truffels gevuld. Ik weet dat als ik eenmaal thuis ben ik nog naar de Hypermarché ga om de rest te komen voor de komende week. Drank, chips, koffie, thee, van alles en nog wat en een fles whisky. Dan is het leven klaar om mee te beginnen.

Intussen wandel ik weer langs Les Chineurs, groet Seb voor de tweede keer en moet ik nog anderhalve kilometer. Onder de platanen door, de brug over en de Chemin Caramy op naar boven. Het eerste stuk, langs de zusters, is heel relaxed. Vlak bij ons huis gaat de weg omhoog met een procent of 25 schat ik. Ik voel mijn benen na een nacht in de auto. Heerlijk. De bocht door en het hek bij het zwembad door. Het zweet op de rug.

De familie slaapt nog. Het is diepe stilte in huis. Ik doe alle luiken heel zachtjes open, het licht stroomt het huis in, pak koffie en een kontje van de baguette. Ik loop naar buiten het overdekte terras op. Het is koeler dan ik dacht. Ik ruik de Var in de ochtend. Ik hoor de vogels en verder helemaal niets.

Zo nog naar de supermarkt, het kippetje halen op de markt en we zijn klaar voor een week hier in de Var.

Ik zit alleen op het terras en ben intens gelukkig.

Thuiswerken in een klooster

Tags

, , ,

Pietro Perugino cat48l.jpg

Huh, thuiswerken in een klooster? Wie van ons woont er nou in een klooster? Ik niet in ieder geval. En toch werk ik thuis alsof ik in een klooster werk. Alsof ik een Benedictijner monnik ben, maar dan met een gezin en een eigen huis. Daar kun je dus wel het een en ander op afdingen. Maar wat bedoel ik nu eigenlijk? En hoezo werk ik thuis als in een klooster?

Laat ik beginnen met wat achtergrond hierbij.

Sinds Benedictus zijn Regel schreef zijn kloosters daarop gebaseerd. Het is de perfecte handleiding voor time management, leidinggeven en ritmiek in het bestaan. Als je de regel volgt, en ik tracht dat al geruime tijd zo goed mogelijk te doen, dan merk je dat je minder stress hebt, dat je meer grip krijgt op je dagelijkse leven en dat je meer tijd hebt om over dingen na te denken. Als manager is het voor mij ook een richtlijn. Het hoofdstuk over het zijn van een goede Abt helpt enorm.

Wat betekent dat voor alle mensen die thuis werken? Zoals ikzelf. Nu, voor de vierde week, zit ik aan tafel. Ik begin iedere werkdag met een gezamenlijke call en als ik niet oppas dan ga ik van call naar call tot een uur of 17.30, 18.00 uur. Videocalls en gewone per telefoon. Soms als ik zit te videoconferencen word ik weer gebeld. En zo maar door.

Wat zou Benedictus hiervan zeggen? Welke tips zou hij geven.

Allereerst een ijzeren ritme in de dag inbouwen. Begin de dag op hetzelfde tijdstip, sta op hetzelfde tijdstip op en doe daarna de dingen die je altijd doet om de dag aan te vangen. Voor mij is dat douchen, scheren, aankleden en ontbijten. Drie espresso’s in één beker, twee sneden brood. De krant erbij en lezen wat er gebeurd is.

Voor een ander is dat wakker worden en sporten, of youtube kijken of wat dan ook. Het maakt niet uit. De kern is steeds: doe alles met aandacht! Opstaan en douchen en scheren: met aandacht. Wees in het moment. Ik ben er inmiddels in getraind en het werkt heel goed. Je bewust zijn van weer een mooie dag! Wakker worden! Je bent er nog steeds en je kunt van het leven genieten! De vogels zingen, de zon schijnt, het huis is nog stil.

Daarna zorg ik dat de tafel waaraan ik werk een echt werkdeel heeft. Er mag van alles op liggen maar waar mijn laptops staan is opgeruimd, leeg. Voor negen uur heb ik in principe geen afspraken. Daarna verloopt alles zo veel mogelijk in vaste blokken met steeds een kwartier ertussen. Alleen op die manier kun je iets goed afsluiten en je voorbereiden op de nieuwe afspraak. Bij een nieuwe afspraak denk ik na over het onderwerp, wat ik ervan vind, welke vragen ik heb en welk besluit er moet worden genomen.

Benedictus spreekt over werken in de tuin. Als dan de bel gaat voor het gebed, zo zegt hij, maak je het gereedschap schoon en je legt het netjes weg. Daarna ga je in stilte naar de kapel en tijdens de wandeling laat je de tuin achter je en bereid je je voor op het gebed. Alleen dan kun je vol aandacht bidden, bij God zijn.

Je hoeft niet gelovig te zijn om dit na te volgen. Het werkt perfect.

Je dag kun je dus goed indelen, net als je week. Zorg voor gaten in je agenda omdat er altijd iets tussendoor komt. Maar ook opdat je tijd voor jezelf hebt. Ik heb bijvoorbeeld een legpuzzel onder handbereik. Heerlijk hersenloos stukjes zoeken en passen. Plan je lunch, een wandelingetje. Een half uur ‘wheeler dealers’ op tv. Muziek. Maakt niet uit. Plan!

Alles mag.

En als het dan einde van de middag is dan kijk ik nog een keer naar mijn mail, check ik of ik alles heb gedaan en kijk naar mijn agenda voor de volgende dag. Daarmee weet ik wat gaat komen en ik kan inschatten hoe belangrijk alle items zijn. Ik check ook nog een keer of alle actiepunten bij de juiste mensen terecht zijn gekomen. Ik sta even stil bij wat die dag is bereikt, besproken of gewoon weggewerkt. Geen losse eindjes. Geen dingen die me vannacht komen bezoeken in de vorm van vervelende stemmetjes.

Ik weet dan al wat ik ga koken, dat bedenk ik ’s morgens, en ook dat doe ik met dezelfde aandacht. De mise en place klaarmaken, een glaasje wijn inschenken, relaxen en beginnen. Daarna lekker eten met het gezin en in de herrie die wij met elkaar maken de dag bespreken. Iedereen door elkaar heen, snel, gevat, reagerend en met heel veel lol.

Op vrijdagmiddag rond 17.00 uur pak ik mijn laptops in, haal alle stekkers eruit en doe alles in mijn tas die ik vervolgens in de kast zet. Ritueel stoppen met werken. Vooral nu in quarantaine, merk ik hoe belangrijk het is dat je heel bewust weekeinde kunt vieren. Dat de dagen niet gedachteloos in elkaar overlopen.

Op zater- en zondag hou ik op vaste tijden mijn mail en berichten in de gaten. Niet de hele dag maar om de paar uur.

De kern is dat je alles met aandacht doet. Dat je je niet alleen van alles voorneemt te doen maar ook werkelijk begint me de dingen. Dat je de dingen niet rommelig doet. Dat je dingen begint én afmaakt. Het zijn stappen die je zet: wat je in feite doet is goed luisteren. Je luistert letterlijk goed naar je collega’s, maar ook naar de urgentie van zaken, de inhoud. Het eerste woord van de regel is niet voor niets ‘luister’!

’s Avonds doe ik al jaren iets wat ik ook van Benedictus heb geleerd: heilig lezen. Een uur in stilte lezen. In het begin lees ik op hoge snelheid, zoals ik altijd doe. Maar ergens na zo’n drie kwartier lees ik steeds langzamer en laat ieder woord tot me doordringen. Ik vertraag in mijn lezen en kijk wat de woorden die ik lees betekenen voor mij en mijn leven. Ik probeer naar binnen te keren.

Op dat punt gekomen leg ik mijn boek weg en ga ik slapen. Heel zachtjes op de achtergrond ‘Met het oog op morgen’, en langzaam wegdommelen.

Ik woon dus niet in een klooster, maar gebruik een oude regel van 1500 jaar geleden als leidraad voor mijn alledaagse wereldlijke leven. Het helpt me, het geeft rust, het geeft aandacht en focus en het houdt me evenwichtig. Maar niets hoeft. Denk maar aan de woorden van Benedictus in hoofdstuk 18 waarin hij heel streng de weekvolgorde van de psalmen voorschrijft.

‘Als deze volgorde je niet bevalt, doe dan maar een andere. Prima! Zo lang je er maar voor zorgt dat ze allemaal aan de orde komen.’

Het heet een regel, maar je bent er zelf bij. Je eigen regel dus.

Zaterdag in Carcès, deel 2

Tags

,

(Droomblogs in een coronacrisis. Vervolg op deel 1)

Rechts op de Avenue Ferrandin is een aantal huizen. In één ervan woont de pastoor. Ik hoop hem nog even tegen te komen want het is een apart geval, onze pastoor. Jaren geleden was de kerk zo goed al leeg en toen kwam hij in het dorp. Abbé Augustin Gempp heet hij, een nog jonge vent. Groot en breed en altijd in soutane. En getooid met een zonnebril. Oranje of roze. Hij is zeer zichtbaar in het dorp. Hij is er altijd, wandelend, pratend met iedereen. Sinds hij er is zit de kerk weer redelijk vol. Best bijzonder wat een mens kan doen met en voor anderen.

Ik loop verder en zie rechts de plataan met het ingegroeide bord van een oliemerk, Kervoline. Stamt uit de jaren 30 en is dus in 90 jaar voor een groot deel opgeslokt door de plataan. Links is de weg het dorp weer uit, richting Le Val en Brignoles. Rustig nog. Hoe anders is deze weg als er ’s zomers kermis is! Dan loopt iedereen uit om ’s avonds eendjes uit het water te halen of te schieten op ballonnen.

De markt komt dichterbij. Het is nog helemaal niet druk. Langs de weg is een beperkt aantal auto’s illegaal geparkeerd. Dat wordt de komende uren anders. De markt van Carcès heeft een regionale functie. Veel lokaal bezoek en niet al te veel toeristen komen hier. De sfeer is altijd top en heel erg Frans. Hier kom ik graag vroeg mijn bed voor uit.

Op de hoek is een opvallende Française bezig met het opbouwen van haar stand met goedkope bloesjes en broeken. Zij staat hier net zo lang als ik hier kom, en ik begin mijn wandeling over de markt altijd hier. Naast de matrassenman. Verkoopt dat nou een beetje kun je denken. Het antwoord is ja, volgens hem. Een matras gaat niet eeuwig mee en hij gaat van markt naar markt. Verdient zo zijn geld.

Ik loop verder en ruik al een van de redenen om hier vroeg te komen: kip!

Ik weet niet eens of ik de kip nou echt superlekker vind maar daar gaat het niet om. Het gaat, om het maar eens modern te zeggen, om de beleving. Het hoekje om en daar sta ik in de rij. Er staan zo’n vijf mensen voor me en die bestellen van alles. Op dit moment is er namelijk nog niets klaar. En dus bestel je iets voor later. Ik ben aan de beurt en bestel een poulet fermier, een grote boerderijkip. Erbij kun je een barquette met gebakken piepers bestellen. Superlekker maar ik weet ook dat je je aderen voelt dichtslibben als je die eet. Die liggen namelijk de hele ochtend onderaan het grote spit te sudderen in al dat kippevet. Wat ik zeg: erg lekker maar moddervet. Ze verkopen nog veel meer. Hammetjes, poulet au riz, paella en veel soorten worst.

Rond 11.30 kan ik mijn kipje komen afhalen. Dat is mooi want dan heb ik een reden om terug te moeten naar de markt.

Die kip ga ik gebruiken om lekker te lunchen. De avondmaaltijd weet ik al: pizza bij Seb. Lunch met kip is heerlijk maar wat verse groenten erbij maakt het een tikkie gezonder. Dus loop ik door.

Het gekke is dat ik langs allerlei groentekraampjes loop zonder iets te kopen. Op weg naar die ene aan het einde van de markt. Ik denk dat iedereen dit zo doet. Ook staan er twee kippeboeren, maar ik koop altijd kip bij de ene en niet bij de andere. En geloof me, de kip is net zo lekker. In de loop der jaren heb ik zo mijn gewoontes. En dus loop ik de groenteboeren voorbij.

Links is het terras van Bar Le Central, daar kom ik zometeen wel terug. Net als de kerk achter de kraam met allerlei kruiden, pesto’s en olijven. Ook daar kom ik nog terug.

De straat loopt hier omhoog. Vlaggetjes hangen boven de straat, de zon schijnt, er is geroezemoes en gebabbel en ik ben gelukkig. Rechts in de Rue Maréchal Foch zit de bakker. De rij staat buiten, veelal oude dorpsbewoners. Ik loop naar binnen en de bakkersvrouw reageert verheugd: daar ben ik weer! Hoe lang ik blijf en of de baguette en de restau goed doorbakken moeten zijn of juist een beetje blond. Voor de jongste zoon neem ik een morceau pizzá fromage mee.

Het leven kan zo simpel zijn. Even je gezicht laten zien bij de kippenboer, de bakker, herkend worden, even kletsen en ik kan weer aarden. Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn. Kleine dingetjes, gekoesterde routine. Heerlijk. Zo kom ik ook de bakker uit.

Nu nog tomaten en komkommer halen voor de lunch. In deze straat was tot voor enige jaren een groenteboer, een goede met goede producten. De man was inmiddels wat ouder aan het worden, de handel liep terug doordat ook de dorpsgenoten naar de Hypermarché gingen en hij had geen opvolger. Hij stopte en een tijd zaten we zonder. Maar zoals altijd komen er dan nieuwe initiatieven. Marie kwam. Met de beste groenten uit de buurt zo zei zij. En Marie heeft nu een levendige handel, tegenover de voormalige groenteboer.

Ik koop de lekkerste tomaten die je kunt hebben: Coeur de Boeuf. Hoewel je deze ook in Nederland kunt kopen zal de smaak niet eens in de buurt komen van deze Franse. Deze zijn zoet als pruimen en met een beetje peper en zout op een stuk brood is het een hemels gerecht.

Ik reken af en moet nog even één man een hand geven voor ik terugloop richting kerk en café.

Nog één man.

Word vervolgd.