Le Boulanger

Tags

, ,

Op de foto staat, met kind op de arm, een van de twee boulangers van ons dorp in de Var. Zijn vrouw staat achter hem. Een hardwerkende man die iedere ochtend vroeg op is. De hele dag zorgt hij voor verse baguettes en andere lekkernijen. Zijn Tarte Tropézienne is onbehoorlijk lekker. Vooral met goede champagne erbij.

Iedere ochtend loop ik samen met Sam, mijn jongste zoon, zo’n anderhalve kilometer naar het dorp. Eerst de bakker, dan bij Bar Le Central koffie met een glas water voor mij en een glas Cacolac voor hem en als laatste een kaarsje branden in de Mariakapel van de kerk. Wij zijn gewoontedieren.

Althans, ik. Soms laat ik hem liggen als ik merk dat er geen behoefte is aan wandelen en Cacolac.

Dit doe ik dit jaar voor het achttiende jaar. In die jaren is de bakkerij van verschillende mensen geweest, maar deze zit er alweer lang.

Je zult zeggen: ‘ja en? Wat is er zo bijzonder hieraan?’ Dat zal ik vertellen

De boulanger is ook de plek waar men elkaar treft en een praatje maakt. Zo is er een mevrouw die altijd een taartje koopt voor zichzelf. Ze is alleen, ze woont in het dorp en ze houdt van taartjes. Geduldig wacht iedereen tot ze al haar munten bij elkaar heeft gevonden om te betalen. En er is een jonge vent die iedere dag een ficelle koopt. Een ander altijd ‘un restau’. Als de klanten binnenkomen ligt het als het ware al voor je klaar.

Zo kwam Charles Aznavour ook altijd bij de bakker. Op een oude sportfiets kwam hij aanrijden, heel langzaam, zette de fiets tegen de muur en kwam binnen om een baguette bronzé te kopen. En nee, het was niet Aznavour maar het had zijn broer kunnen zijn. Klein, zelfde mond, zachte stem en ogen vol leven. Met zijn brood stapte hij weer op de fiets en reed langzaam, licht slingerend weer weg. Naar huis. De man was oud en alleen, zo zei hij zelf.

Ik zag hem vaak in het dorp.

Tot vorige zomer. Iedereen kwam ik weer tegen. De pastoor, de truffelman, de artiest (waarvan ik overigens nooit iets artistieks heb meegemaakt) enzovoort. Maar niet Charles Aznavour.

Bij de bakker vroeg ik naar hem. Hij was eerder in het jaar overleden en het dorp was uitgelopen naar de kerk. Men miste hem want het was een vriendelijk mens. Maar wel oud.

En toen kwam de pointe. De ouden gaan dood en de jongeren verdwijnen uit het dorp. Dat was de verzuchtende conclusie. En zo is het ook. Charles staat model voor een ouder wordende bevolking van een klein dorp in de Var, in Frankrijk. De ouderen komen elkaar tegen bij de bakker en groeten elkaar. De jongeren vertrekken en masse naar Marseille, naar Aix, naar Lyon. De jongeren willen een diploma halen bij een goede school en zien een toekomst voor zich maar dan niet in het dorp. En langzaam dreigen de dorpen leeg te lopen.

De boulanger overigens was hoopvol. De jongeren komen op een dag terug. Dat moet wel. Want waar kun je brood vinden van deze kwaliteit, vroeg hij. Toch zeker niet in de stad. Dat is fabrieksbrood. Een schande.

Inmiddels ben ik ook 18 jaar ouder en moet ik toegeven dat het lekkerste brood toch gewoon te vinden is in de Rue Maréchal Foch.

De hel

Afbeeldingsresultaat voor foto's auschwitz

Het is alweer jaren geleden dat ik in Auschwitz was. Een hotel in Krakow, een geweldige stad. ’s Avonds wat eten op het grote plein, wat rondlopen en genieten van de stad en de relaxte sfeer. De volgende dag vroeg op en in de auto.

Het was een uurtje rijden meen ik me te herinneren en we kwamen aan in het stadje Oświęcim. Niet echt kleurrijk en we waren er ook zo doorheen. Het kamp konden we niet vinden en ik besloot aan iemand te vragen waar het was. ‘Dat is er niet meer’, was het antwoord. ‘Er is nu wel een museum, misschien bedoelt u dat?’ Terechtgewezen en de weg gewezen gingen we verder.

En zo liep ik voor het eerst van mijn leven de poort met het opschrift door, Auschwitz in. Het zag er keurig uit. Mooie gebouwen met een trapje ervoor. Aangeharkt. Als je niet wist wat de geschiedenis was zou je het zo een twee drie ook niet zien. We werden ingedeeld in een groepje en zetten een koptelefoon op. En daar gingen we. Stapje voor stapje de hel in.

Stapje voor stapje de hel in.

Ik kan me niet meer herinneren in welke volgorde en op welk moment ik alles zag maar de verschrikkingen vlogen me aan. Het gebouw met alle foto’s, de ruimten met haar, brillen, prothesen, koffers (waarvan sommige met ‘Kind’ erop geschreven en één met de familienaam ‘Fam. Komkommer’) eindeloos was het. Uiteindelijk kwam ik in een ruimte die geheel gewijd was aan de aankomst van de Hongaarse Joden in 1944. Veel foto’s, heel veel foto’s. Mannen, vrouwen, kinderen. Je weet wat hun lot zou zijn.

En opeens hangt er een foto van mijn zoon, Samuel Tibor. Hij kijkt me aan vanuit een ander heelal met zijn grote bruine ogen. Zijn brede deels Hongaarse hoofd met grote donkere nieuwsgierige ogen. Op dat moment brak ik in stukken.

De rest van de dag heb ik in een waas door Auschwitz 1 en Birkenau gelopen. Uren aaneen. Ik heb op het perron gestaan, door de velden met de overblijfselen van de barakken gelopen. Ik heb stil mijn adem ingehouden in de gaskamer. De verbrandingsovens. Uur na uur.

Aan het einde van de dag in de auto terug naar Krakow. Hotel in, omgekleed en de stad in. Daar hebben we op een terras zwijgend heel veel bier gedronken en Poolse worst gegeten. En ik hou niet eens van bier.

En nu, jaren later, is het 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd. Er zijn volop boeken verschenen, films op tv, tijdschriften. Ik heb er geen van gelezen of gezien. Ik word zo onrustig van de herinneringen aan die dag. En ik word zo boos als ik nu mensen achteloos over de holocaust hoor praten of die zelfs ontkennen. Het is ook dichtbij.

Twee ontkwamen

Het is dichtbij omdat mijn vader in 1944 op transport zou gaan naar Buchenwald. Tag der Abreise was 18.4.44. Hij was één van tenminste 180 mannen die vanuit Kamp Amersfoort zouden vertrekken. Hij had al enige tijd in het kamp doorgebracht en het was blijkbaar tijd om te gaan. Hij was nummer 177, na 176 Koopman, Arnold en voor 178 Kosterman, L. Daags voor het transport heeft de toenmalige directeur van het Stads en Academisch Ziekenhuis Utrecht (SAZU) een verzoek tot overplaatsing naar het SAZU ingediend bij Lagerkommandant Berg. De directeur kende mijn vader en wilde hem redden.

Zo gebeurde ook. Besloten werd dat mijn vader niet op transport zou gaan en hij werd eind mei 1944 ‘entlassen’. De naam van mijn vader is met een rood potlood doorgehaald. Op dezelfde lijst staat nog een naam rood doorgehaald, 164, Ketelaar, Reinder. Die ontkwam dus ook. Wat er van de anderen is geworden, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik dit schrijf doordat de naam van mijn vader met een rood potlood is doorgestreept.

Mijn jeugd in stilte over de oorlog, de foto van een jongen die lijkt op mijn jongste zoon, een doorgestreepte naam, een dag in Auschwitz, herinneringen aan mijn vader: ik leef ermee en het vormt mijn oordeel over de huidige tijd en welke ressentimenten er zoal leven.

Daardoor ben ik extra kritisch op huidige rechtse praat. Op ophemelen van onze Germaanse Noordse cultuur, over het afgeven op anderen. Nationalisme dat altijd een voorbode is van vernietiging. Ik kan niet anders.

En als mensen zich afvragen wat zij gedaan zouden hebben in de oorlog, kun je altijd de vraag stellen ‘wat doe je nu?’. Ik ben dat verplicht aan mijn vader, me iedere dag afvragen ‘wat doe ik nu’.

Hij deed in ieder geval het juiste.

De dood van Kees

Kees ken ik sinds 1998, het jaar dat wij in Zeist kwamen wonen. Kees was altijd aanwezig bij de slager en vanaf het allereerste moment klikte het tussen ons. Kees was altijd een beetje brommerig en in dat gebrom zat een heel klein hartje met hier en daar wat verlangen naar vroeger.

Met Kees maakte ik altijd een praatje over Zeist, dat ik nog niet goed kende en over lekker eten. Jarenlang kwam ik iedere zaterdag en ik werd het liefst geholpen door Kees.

De echte band kwam toen ik vader werd en Kees dat wist. Vanaf dat moment gaf hij altijd een ‘stukkie worst voor het jochie’ mee, en later voor beide jochies. De worst was (runder)kookworst. De jochies thuis noemden het altijd Keesworst. Ik vertelde het hem en hij vond het top en was ook wat ontroerd. ‘Zonder Keesworst is het weekend niet compleet’ vertelde ik hem.

Kees wist altijd wat ik wilde als ik zaterdagochtend vroeg kwam. ‘Jongens sporten?’, en dan het vaste riedeltje. Rosbief voor mijn vrouw, zult en leverkaas voor mij en een bakje Duitse vleessalade. ‘Aus der Heimat’ zei hij er altijd bij.

Hij hield van fietsen, zijn gezin en familie en hij hield van liefdevol mopperen. Op de wereld en waar het naar toe gaat. Over van alles maar uiteindelijk altijd positief en met heel veel hartelijkheid.

De jongens ontgroeiden de Keesworst maar hij bleef het meegeven. Voor mij dan.

En nu is Kees dood.

Ik hoorde het van vrienden en bij de supermarkt kwam ik een collega van Kees tegen die het beaamde. Ik kom al een tijdje niet meer bij de slager. Veranderende eetgewoonten en ik had het gevoel meubilair te worden. Ligt aan mij en niet aan de slager want die is fantastisch. En wat heb ik er spijt van want wat had ik graag nog tegen Kees in willen gaan. Terugmopperen. Zeggen dat we allemaal ouder worden en dat de wereld nu eenmaal verandert. Dat het niet anders is. Een stuk Keesworst meenemen voor ’s middags thuis op brood met veel mosterd.

Nooit meer Keesworst. Ik baal daarvan. En de rest van mijn leven zal ik aan Kees denken als ik kookworst eet. Dat dan weer wel.

Winter in de Var

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor carces en hiver

Lang, lang geleden zei mijn beste vriend: ‘wanneer je ook in Frankrijk bent, er is altijd iets open, je kunt er altijd eten en drinken en het is altijd gezellig’. Dat was voor ik met mijn vrouw 20 jaar geleden op kastelentocht in de Loire ging in november. Ik had een lijstje gemaakt van alle kasteelhotels en daar gingen we. We hebben heel wat hekken gezien vanaf de buitenkant, heel wat dorpen waar echt alles dicht was en heel veel verlaten D-wegen bereden. Uiteindelijk ben ik naar Tours gereden en daar bij het station een hotel geboekt. Tenslotte is er bij een station ook altijd een hotel. Het bed was brak zoals dat kan in Frankrijk, maar de stad verwelkomde ons.

Ik moest denken aan de woorden van mijn vriend toen wij enige jaren geleden besloten in de winter af te reizen naar ons huis in de Var. Ik wist natuurlijk al dat alles weer opengaat in mei en zo’n beetje oktober weer sluit. Dat het altijd wat rustiger en ingetogener wordt. Dat is ook het mooie van oktober. De rust, het mooie weer, L’été Indien en het ontbreken van toeristen.

Dus wij in de kerstvakantie, kinderen op de achterbank, op naar Carcès. De eerste dagen laafden we ons aan de rust. De kinderen waren nog klein en vermaakten zich volkomen met gamen en televisie kijken. Het was koud maar de open haard deed het prima. Op zondag besloot ik nog even boodschappen te doen. Ik naar de Mousquetaires maar die was gesloten, de gehele zondag. Dan maar uit eten. Geen restaurant was open in het dorp. Nabij in Cotignac was er één restaurant open, een prima pizzeria.

Daags erop begon het te sneeuwen en ik moet zeggen, dat is wel prachtig. Het dal zo wit te zien, de rust die er over het land komt. Alles was prachtig. En glad. De berg afrijden was een ding maar we besloten toch even naar Lorgues te gaan. Ook daar heerste diepe rust want ook daar bleek alles dicht te zijn. En zo ging het door. Mijn moedertje zaliger zou gezegd hebben ‘het is dichtgeplakt met ouwe kranten’.

De vakantie duurde korter dan gepland. Ik hield mijn familie niet meer gemotiveerd om te blijven. Je moet ook wel een sterk gestel hebben om in diepe rust en stilte je leven te slijten op een berg met als enige afleiding het uitzicht. Ik kan dat. De rest kon het niet.

Hoezeer ik het ook mis, gewoon de stilte opzoeken van een dorp in coma en heerlijk lezen en uitrusten, ik heb inmiddels niet meer de neiging in de winter naar de Var te gaan. In Les Trois Vallées kun je tenminste nog skiën. Dus doet mijn familie dat. En ik kijk dan vanaf mijn balkon naar het zuiden en weet dat een paar honderd kilometer verderop ons huis is. Op ons wachtend tot maart, april.

Noodweer in de Var

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor noodweer var

De afgelopen week: enorme regenval in de Var. Ik kom daar zo op terug. Eerst even een korte terugblik.

In oktober was het noodweer in de Var. Op een dag viel er meer dan 50mm regen en dat was te merken ook. De hele dag somber en bewolkt, wolken die bleven hangen tussen de bergen en aan een stuk door regen. En opeens hield het op met zachtjes regenen, zoals mijn moedertje altijd zei. Snel alle luiken dichtgedaan toen ik merkte dat de regen alle vloeren nat maakte. Het was avond en het werd steeds erger.

In de verte, in de bergen in het noorden, hoorden we onweer. Ook dat bleef hangen en ongeveer een uur lang donderde het dat het een lieve lust was. Sommigen vinden dat heel romantisch maar dat heb ik in het geheel niet. De avonden zonder licht zijn talrijk en het wachten op elektra daarna is inmiddels legendarisch in het mooie Frankrijk. Onweer en veel regen leveren altijd stress op.

We hadden dit jaar gelukkig wat slechte bomen laten kappen dus dat zat wel goed. En toch was er een verrassing. Mijn jongste zoon werd wakker van gekletter en geklater en we bleken een enorme lekkage te hebben. In een dikke straal kwam het water naar binnen. Emmer na emmer.

Het werd een onrustige nacht.

De volgende dag het dak geïnspecteerd. En toen bleek dat de keer dat er een studio aangebouwd is, er niet geheel conform bouwvoorschriften was gewerkt om het maar netjes te zeggen. Een dakgootafvoer was ergens gewoon afgezaagd en er zat geen pijp aan vast. De lokale aannemer was dat vergeten. Daardoor liep al het water op een klein dak dat dat niet kon verwerken. Als je Frankrijk gewend bent dan hadden we dit eerder moeten of kunnen opmerken, maar ja. Dat was dus pas na een natte nacht.

En nu vorige week. In twee dagen is 250mm regen gevallen. Er zijn doden gevallen in Le Muy en Cabasse (bijna om de hoek). Straten stonden blank, auto’s spoelden weg en de regen bleef maar duren.

En ik zat in Nederland te kijken naar het nieuws.

Dat voelt niet goed, kan ik zeggen. In oktober kon ik direct ingrijpen en de hulptroepen inroepen. Nu had ik geen idee. In deze tijd van het jaar is er niemand in het huis. Hoe is het met het huis. Hoe is het met de buren, het dorp? André die beneden woont aan de Argens, hoe is het met hem? De rivier stond in oktober al heel hoog, en nu?

Allemaal vragen die je op afstand krijgt. En natuurlijk, voor de mensen ter plekke is de narigheid veel groter. Je moet er niet aan denken dat jouw huis onder water staat, dat jouw auto wegdrijft, dat jouw winkel helemaal onder staat. De wijnboeren die de bauxietgrond over de weg zien wegstromen. De mensen die daar wonen kunnen geen kant op. En voor mij is het een luxeprobleem.

Maar toch: een huis in de Var is soms een lastig bezit.

Cassis, meer dan een drankje

Tags

,

Beter dan dit ging het niet worden in de Var: regen, regen en nog eens regen. Anders dan andere jaren, 22ºC en een loom zonnetje, was het een natte oktober. Zelfs de markt op zaterdag in ons dorp was gekrompen tot 5 standjes: twee keer kip, twee keer groenten en één keer kaas. Het was niet best. Maar een goede maaltijd kon je wel bij elkaar kopen.

De dagen dreigden zich aaneen te rijgen van binnenzitten, wat wandelen, nat worden en heel veel lezen. En lekker eten en drinken natuurlijk. Niet voldoende om een gezin met opgroeiende pubers rustig te houden. Hoewel de enorme lekkage die we hadden na een bui van 55mm regen wel voor afleiding zorgde, ook voor de pubers.

En wat doe je dan? Dan kijk je gewoon waar het niet regent, en dat was aan de kust, iets voorbij Toulon richting Marseille, en je stapt in je auto. We togen naar Cassis. Honderd keer aan gedacht maar nooit eerder naar toe geweest. Een mooie rit die steeds mooier werd qua landschap. Meanderende wegen en uiteindelijk Cassis, een echt Zuid-Frans kuststadje.

Cassis is niet groot, althans het is veel kleiner dan ik dacht dat het zou zijn. Maar: het was droog! Onder een grijze dreigende hemel lag daar de zee en het stadje gaf kleur aan een grauwe dag. Wat een lekker stadje is dit.

Wat winkeltjes, niet te veel, en vooral een lekkere boulevard met veel restaurants en cafe’s. Een relaxte sfeer en leuk volk. Geen opgefokte zomersfeer maar het gemoedelijke van het najaar na een zomer keihard buffelen. De baai ingesloten tussen wat bergen waarachter de calanques lagen. Als je de pier helemaal afloopt richting de vuurtoren ruik en voel je de zee. Je kijkt om en je ziet het stadje liggen. Rustiek, kleurrijk, Frans.

Heerlijk gegeten en gedronken, nog wat gewandeld en toen door naar de calanques die ongeveer om de hoek liggen. En dat is echt een aanrader om te doen. Dat maakt je bezoek aan Cassis volkomen compleet.

Hoe een druilerige korte vakantie kan leiden tot mooie ontdekkingen. En toch: volgende keer ga ik weer voor een warme Été Indien in de Var.

Marseille, fijne ruige stad

Tags

, ,

Met Marseille heb ik altijd een haat-liefde-verhouding gehad. Heel lang geleden ben ik in een buitenwijk beland doordat ik verkeerd reed. Het was nog voor de navigatieapparatuur en ik draaide ergens een weg in waar ik niet moest zijn. Jong en naïef reed ik door tot ik voelde dat de Goede Geest niet meer aanwezig was. Er gebeurde niets en toch voelde ik dat ik hier niet thuishoorde. Later heb ik in de haven nog lekker gegeten en zag ik de twee kanten van Marseille.

Een paar jaar geleden heb ik de Netflix-serie Marseille gezien. Een prachtige en prachtig gemaakte serie. Politiek gekonkel en gemarchandeer en vooral ook de achterkant van de stad. Duister, donker, onheilspellend. Mooi. Aantrekkelijk. In een aantal afleveringen geeft de serie alle kanten van de stad weer.

En precies zo is Marseille.

Intussen ga ik graag naar Marseille. De buitenwijken laat ik links liggen maar dat doe ik bij vrijwel iedere stad. Dat heeft niets te maken met (vermeende) criminaliteit. Ze zijn voor mij gewoonweg niet interessant.

Vanuit ons dorp in de Var is het een uurtje rijden en na een paar keer weet je waar je wel en ook waar je niet naar toe moet. De stad binnenkomen vind ik altijd leuk en druk. Alle tunnels, de racende auto’s en scooters, alle mensen, al die verschillende nationaliteiten, de terminal waar de boten aankomen, de chaos en de schoonheid. Je voelt dat je in een echte stad bent en ook nog eens een havenstad. Parkeren doe ik altijd achter de haven.

De trap op, de garage uit en van de stad genieten. Er hangt een soort loomheid die heel Zuid Frans is en tegelijkertijd raast het verkeer voorbij. Wat je dus snel moet doen is die drukte achter je laten en bijvoorbeeld Le Panier inlopen. Hier, achter de oude haven, is het rustig en heel erg provençaals. Smalle straatjes, winkeltjes, barretjes, restaurants. Er hangt een wat alternatieve kunstzinnige sfeer die heel relaxed is. Ga wat eten op een van de terrasjes en luister naar de stad. Het geroezemoes van de mensen.

Als je van kunst houdt ga dan vooral ook naar La Vieille Charité, prachtig gebouwd en mooie tentoonstellingen. En als je echt van kunst houdt ga dan vooral naar Mucem. Misschien qua collectie niet het interessantste museum, maar wat is het mooi zo aan de monding van de Middellandse Zee. Een prachtgebouw.

Eten in de oude haven is ook altijd top maar wel een tikkie toeristisch.

Marseille dus, verrassend, oud en druk. Het is een stad die je niet zomaar omarmt maar waar je langzaam mee bekend raakt.

En zeker ook op je gemak raakt.

Een huis in Zuid-Frankrijk, het lijkt zo mooi.

Tags

,

Op een dag weet je het! We kopen hier een huis.

Dat ‘hier’ is ergens in het zuiden van Frankrijk. Je bedenkt het op een terras onder de platanen onder invloed van zo’n heerlijke pastis die je nooit voor drie uur mag drinken. Je kijkt om je heen. Leuke mensen, goede sfeer, iedereen aardig en de drank is heerlijk.

En ieder jaar geef je tenslotte weer een fortuin uit voor de huur van een huis of aan een hotel. Stel je eens voor wat je daar ook voor zou kunnen doen.

Een huis kopen dus.

Zo rond 1998 begon het ons ook te dagen. Ieder jaar de warmte tegemoet van de Provence maar wel altijd alles vooraf moeten regelen. Hoe mooi zou het zijn als je je eigen plekkie had? Ja, heel mooi. Maar vind zo’n plekkie maar eens even.

Je maakt een lijstje waar een en ander aan moet voldoen. Het huis mag geen ruïne zijn want er jaren aan verbouwen gaan we niet doen. Het mag ook niet ergens in de campagne liggen met het dichtstbijzijnde dorp op kilometers afstand. Dat dorp moet ook wel enige levendigheid hebben: een bakker, een café, een restaurantje en op loopafstand graag.

De daarop volgende jaren huur je eens een huis hier en daar en je gaat rondrijden langs alle veelbelovende dorpjes. Dan gebeurt iets nieuws. Die dorpjes zijn niet langer pittoresk om even in rond te lopen maar je probeert de sfeer voor een min of meer permanent verblijf in te schatten. De wereld is opeens anders.

Het café is toch wel wat shabby, dat ene restaurant zit nooit iemand en de steak is als een schoenzool. De bakker heeft niet de allerbeste baguette ooit en trouwens, die mensen zijn best nors. Daarbij is het vier kilometer naar dat leuke huis.

Het volgende dorp is precies wat je dacht maar er is in de verste verten geen leuk huis te vinden. Je begint niet alleen aan jezelf te twijfelen, maar aan de hele onderneming. Hmm, dat wonen in Frankrijk, is dat wel zo’n leuk idee? En wordt het niet eens tijd om door de VS te gaan trekken. Wat begon als een wenkend perspectief is het opeens niet meer.

De drang tot daden zakt wat weg en je gaat gewoon weer eens onbekommerd op vakantie. Op een mooie zaterdag rij je langs een dorpje waar markt is. Je kent het dorpje een beetje, ooit eens langs gereden. Typisch Var, de huizen, de bouw, de hoge huizen met smalle straten. Een paar cafés en een kerkje. Je parkeert de auto en loopt de markt op. Weinig toeristen, en een gezellige drukte. Op het terras van het grootste café is een tafeltje vrij, je gaat zitten en je kijkt eens om je heen. En op dat moment komt het plan weer naar boven. Is dit niet gewoon het dorp dat we bedoelden? Net wat meer dan Le Luc, net wat minder, nou ja, veel minder dan Lorgues. Veel beter dan Le Val. Niet zo toeristisch als Cotignac. Eigenlijk perfect.

Nog diezelfde dag ga je op zoek naar een huis in de buurt en dat is er ook nog eens. In een woonbuurt, het oude huis van de bakker. Op 1,5 kilometer lopen van het dorp, bovenop een bergje. Zeker, er moet heel veel aan worden gedaan maar dat kan ook. Het huis heeft potentie. En als je de bomen ervoor weghaalt en een zwembad bouwt dan heb je ook nog eens prachtig uitzicht tot aan Salernes toe. 

In vier jaar tijd van plan tot aankoop lijkt lang maar is het niet. Je bent niet 24/7 ter plekke en al die mooie dorpjes blijken in de praktijk minder mooi te zijn. Daarnaast kijk je ook met een verkeerde blik. Je moet te veel, je wil te graag. En pas als je gewoon de boel de boel laat blijk je op het terras te zitten van een café waar je jaren zult gaan komen.

Ik kom nu al 17 jaar bij hetzelfde café waar ik ’s morgens mijn koffie drink. De markt is nog steeds fijn en niet al te toeristisch. Je kunt lekker eten in het dorp. Niet top, wel lekker. Het huis is helemaal naar onze zin. Het zwembad is er gekomen en het uitzicht blijft fantastisch. Tot diep in de nacht lig ik erin en kijk ik naar de melkweg.

Tussen toen en nu ligt een lange weg van aankopen, een architect vinden, de verbouw begeleiden, kennismaken met de Franse aannemerij (positief én negatief), de aanleg van een zwembad dat tot op heden nog steeds niet perfect is. 

Tussen toen en nu ligt ook een verdiepte kennismaking met Frankrijk en de Fransen. Je blijft altijd een beetje buitenstaander en je hoort er ook gewoon bij. Niet alles gebeurt vandaag, ook niet bij bijvoorbeeld een lekkage. Morgen is ook goed. Want ach, het leven is mooi en duurt nog lang.

Een huis kopen in Frankrijk, het lijkt zo mooi. Zo romantisch en verfijnd. Je eigen plekje waar je op een stoeltje zit onder de boom met een goed glas. Die romantiek is in de praktijk toch wat minder dan in de boeken. Het is harder werken en het is duurder dan je dacht. Het kost ook meer energie en uithoudingsvermogen dat gedacht.

Maar hoe het ook zij, het was het allemaal waard. 

Slappe politiek

Tags

,

Met verbazing gekeken naar het boerenprotest van gisteren, 14 oktober. Op de wegen in Nederland was het weer druk met trekkers, je zou bijna denken dat protesteren ok is. Voorop een motoragent met zwaailicht en rijden maar. Ik moest toch even denken aan andere protesten van bijvoorbeeld jonge klimaatactivisten waar het minder begripvol verloopt.

Maar goed, men zal zich wel herkennen in de gewone mens. En misschien wordt door dit soort beelden wel een tweedeling zichtbaar in ons land. Aan de ene kant de achterblijvers van de moderne wereld die alle recht hebben om te zeuren, en aan de andere de kosmopolitische kansrijken die niet moeten zeuren. Het zou wel verklaren waarom het gewone volk sympathie heeft voor de boeren maar niet voor klimaatactivisten.

Anyway, ik keek dus met verbazing naar de boerenprotesten. Dat ook daar gannef tussenzit verbaast me niets. Het zijn net gewoon mensen. Dus met je trekker over hekken rijden zonder te weten wat daarachter zit, vooruit waarom ook niet. Dat je daar bijna een fietser mee ombrengt: dingen gebeuren. Dat je de deuren ramt van een democratisch instituut, moet kunnen. Waarom zou je aanbellen tenslotte. En dat je vervolgens een agent te paard aanrijdt: in de emotie doe je dingen nietwaar.

Het zal.

Echt storend wordt het pas als politici, bestuurders als reactie daarop maatregelen intrekken. Dat betekent dat de straat regeert en de politiek reageert. Dat je je zin krijgt als je geweld gebruikt. Het betekent dat je hard moet toeslaan om te weten dat politici draaien als een blad aan een boom.

Provincies keren terug op hun schreden, om de verkeerde redenen.

Op het moment dat in een democratische rechtsstaat als Nederland geweld wordt gebruikt dan is er maar één reactie mogelijk, vasthouden aan je beleid en aan de afspraken. Zoals de CdK in Groningen deed. Geen haarbreed toegeven. Als je zwicht voor geweld dan is vanaf nu alles mogelijk en geoorloofd. Alleen al vanwege het geweld zal de politiek duidelijk moeten maken dat er niets verandert.

Dat een gedeputeerde in Friesland overstag ging is een voorbeeld van hoe het niet moet. Per direct is de beste man ongeschikt voor zijn functie.

Dit wil allemaal niet zeggen dat de boeren geen punt hebben, integendeel. Maar als zij niet snappen wat een democratie is en hoe die werkt verliezen zij recht van spreken.

Het RIVM liegt

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor alchemie

Ergens in het land demonstreren op dit moment boeren door met hun trekkers wegen te blokkeren. Of een provinciehuis. Of een gemeentehuis. Iets.

Nou kun je het met hen eens zijn of niet en ook hier is de wereld weer verdeeld. De meeste Nederlanders koesteren sympathie voor de boeren vanwege een vaag soort nostalgie. Eerlijke, hardwerkende mensen die ervoor zorgen dat de stedeling te eten heeft.

Dat de gemiddelde boer rond de €17.000 per jaar aan EU-subsidie ontvangt is niet echt bekend en dat het voedsel dat we kopen vaak niet uit Nederland afkomstig is, ook niet.

En dat de gemiddelde boer het wisselen van beleid van de centrale overheid meer dan zat is, en waaruit dat blijkt is ook niet precies bekend. Maar dat doet nu niet terzake.

Waar het nu om gaat is de uitspraak vorige week van een van de boeren dat zij naar het RIVM zullen gaan omdat het RIVM liegt. Ik woon in de buurt van het RIVM en op de lokale FB pagina werd al vooruitgekeken naar de drukte die zou komen. Het RIVM liegt, daarom. Erger nog: de meetmethoden zijn niet goed, de cijfers deugen niet en zij doet alles in het diepste geheim. En ja hoor, niet lang daarna gaat het CDA meehuilen met de wolven in het bos en verklaart ook dat het RIVM transparanter moet worden. Jaco Geurts zet vraagtekens bij het RIVM, de volksvertegenwoordiger die kan vertrouwen op instituten, besluit ze niet meer te vertrouwen. Althans, voor de bühne.

En zo betreden we een wereld waarin wetenschappelijk behaalde en getoetste resultaten in diskrediet worden gebracht omdat de resultaten niet goed uitkomen. Je zegt gewoon dat de ander het niet weet, niet goed gemeten heeft, niet transparant is, onduidelijk is, onbetrouwbaar is en je hebt de poppen aan het dansen. Achteraf kun je zeggen dat je best vragen mag stellen over dingen. Of de aarde echt rond is bijvoorbeeld, of de VS niet zelf 9/11 in gang hebben gezet, of Elvis echt dood is, of vaccinatie tot autisme leidt.

Het past in een tendens waarin de laatste jaren instanties worden gewantrouwd. Onderzoeken komen met resultaten die contra intuïtief zijn, zo ook de RIVM rapportage over stikstof. Je zal maar boer zijn en er alles aan doen, en dus heel veel investeren, om je stikstofemissie laag te houden. Dan komt er een politicus, Tjeerd de Groot (D66), die de gegevens van het RIVM gebruikt om te stellen dat de helft van alle koeien weg moet. Op termijn, maar niet te lang. De man wordt vervolgens verketterd en verdacht gemaakt. Hij liegt en zegt het alleen maar uit eigenbelang. De feiten gaan tegen je gevoel is en dus kloppen de feiten niet.

Hegel zei het al: als de theorie niet overeenkomt met de feiten, des te erger voor de feiten.

Wat ik zie is een teruggang naar een voorwetenschappelijke wereld waarin emoties en opvattingen oneindig veel meer waard zijn dan feiten. Waarin gekozen politici instellingen verdacht kunnen maken. Waarin ze gewoon hun domheid kunnen etaleren door te zeggen dat het RIVM niet transparant is. Wat blatante onzin is, want alles, echt alles is te vinden op hun site. Een Tweede Kamerlid dat terug wil naar de tijd van de alchemisten waarin we maar wat konden beweren.

Dat is zorgelijk.

Maar ik zie ook iets dat ik nog zorgelijker vind en dat is dat de acceptatie van dit soort emotioneel geneuzel niet voor iedereen geldt. Greta Thunberg wordt afgefakkeld, klimaatactivisten kunnen geheel niet rekenen op enige sympathie, scholieren die demonstreren voor een schone toekomst krijgen het verwijt niet op school te zitten.

De selectiviteit is enorm. Boeren worden geknuffeld, de CDA’er wordt niet de fractie uitgezet wegens gebrek aan intelligentie en collega politici staan niet op om het RIVM te beschermen en te verdedigen. Men zal de handen niet branden met mogelijk slechte gevolgen voor de volgende verkiezingen.

Mijn conclusie van de laatste weken is heel simpel.

Als je de wetenschap wil ontkennen, doe dat dan vanaf een trekker.