‘Stoptip!’: Sillans-la Cascade! (*)

Tags

, ,

Het is eigenlijk gewoon een kruising die je passeert als je richting Aups rijdt vanuit het zuiden: Sillans-la-Cascade. Praat je over de Var. Wat vooral opvalt in de zomer is de drukte en dat je niet direct snapt waar die drukte mee te maken kan hebben. Zo gebeurde het ons al jaren. Nooit gestopt.

Tot dit voorjaar.

Niks drukte, het weer was top en dus zijn we gestopt. Vlak voor het dorp is een parkeerplaats. Als je dan de bordjes volgt naar La Cascade zie je dat dat een anderhalve kilometer lopen is. Gewoon doen. Een prachtige wandeling door het bos, steeds bergafwaarts. Mooie plekjes die je voorbijkomt en in de verte hoor je opeens geruis van water. Verder, verder naar beneden en opeens sta je midden in het bos bij een prachtige plek. Schaduwrijk, koel, uitnodigend water dat overigens redelijk koud is. En tussen de bomen door, omhoogkijkend zie je waar het allemaal vandaan komt: de waterval. Hoog, 42 meter, het begin van de rivier La Bresque. Zwemmen overigens verboden.

Op ons gemak teruggewandeld naar het middeleeuwse dorpje. Klein, mooi, een paar terrassen. Op het moment dat wij er waren was er een expositie. Over smaak valt niet te twisten zeg maar, maar ga wel even kijken. Altijd leuk, kunst. Je kunt er eten in een erkende ‘bistrot de pays’, La Cascade in de Grand Rue.

Zo hebben we toch anderhalf uur doorgebracht in het dorp waar we vaak alleen maar langsreden: Sillans-la-Cascade.

Ook gepubliceerd op coteprovence.nl

Advertenties

Twitter sucks

Tags

, ,

Jaren, jaren geleden had ik een etentje met de directie van het bedrijf waar ik toen werkte. We hadden wat te vieren, al weet ik niet meer wat.

Ik zat aan tafel tegenover mijn collega voor HR en zij zat de hele tijd op haar telefoon te kijken. Ik zei daar iets over omdat ik altijd zeg wat ik denk. Ik vroeg of ik niet interessant genoeg was en of zij liever ergens anders was. Met een grijns dat wel. Zij zei dat ze op Twitter keek. Ik zat op dat moment niet op Twitter dus het was ergens rond 2010 schat ik zo.

Ik deed een beetje lacherig omdat ik het echt ongelooflijk idioot vond, dat hele Twitter. En vooral haar gedrag.

En toen nam ik ook een account. Mijn eerste tweet was geloof ik ‘dit is mijn eerste tweet’. Ik begon met het posten van dingen die me opvielen en ik ging ménsen volgen die me opvielen. Omdat zij grappig waren, leuke invalshoeken op de werkelijkheid hadden, een interessante ava hadden, een leuk profiel. Ik ging accounts volgen die me nieuws brachten of over onderwerpen gingen die ik interessant vind: filosofie, wiskunde, wetenschap, koken, literatuur. Ik ging kortom doen wat ik in irl ook doe: omgaan met leuke interessante mensen en lezen.

Omgaan met leuke interessante mensen en lezen.

Ik raakte gegrepen door Twitter. Mijn lieve collega van toen, waar ik nog veel Twittercontact mee heb, heeft me daarvoor redelijk vaak uitgelachen. En terecht. Van rabiaat tegenstander tot hyperactief twitteraar. Alleen een steen blijft bij zijn mening zal ik maar zeggen.

Dat is inmiddels 8 jaar en 36.882 tweets verder.

Twitter is de moderne versie van het dorpsplein. Je komt elkaar tegen, je kletst, je maakt plezier en soms krijg je woorden. En zoals het altijd gaat met groepen mensen, op een zeker moment gaan de gemiddelden naar huis. Zoeken hun bed op, moeten nog koken, willen wat anders doen.

Die overblijven zijn óf de feestvierders óf de querulanten. En dat is wat er met Twitter is gebeurd. De gewone, gemiddelde, gematigde mensen -waar je uiteindelijk het mees mee omgaat en waar je langst mee bevriend blijft- zijn weg. Of staan op een afstand toe te kijken.

Die overgebleven zijn maken ruzie, luisteren niet meer naar elkaar, gaan niet de discussie aan maar komen met jij-bakken. Het zijn de mensen die energie halen uit conflict, uit de scherpte opzoeken. Het zijn mensen met één mening en die dan overal bijhalen. Meestal extreme meningen. Links én rechts.

Twitter sucks.

Twitter was ooit een gezellig feestje. Het is verworden tot een vergadercentrum waar per ongeluk twee radicale groepen op hetzelfde moment een bijeenkomst hebben en elkaar in de lobby tegenkomen. En dan gaat het los.

Soms stap ik ook die lobby in, meestal sta ik aan de rand en zie toe.

Vermoeid Europa

Tags

, , ,

Deze maand zijn de Europese verkiezingen. Ik kijk er naar uit. Ik ga zeker stemmen. Ik vind dat iedereen moet gaan stemmen.

Ik ben behept met de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader, in de oorlog in het kam gezeten, en mijn moeder waren jongvolwassen toen WO2 uitbrak. Nog net geen twintig en dan in een bezet land leven. Mijn moeder vertelde over de as die in Utrecht neerkwam na het bombardement op Rotterdam. Ze vertelde over de gefusilleerden die dagen voor de Jaffa op de Vleutenseweg lagen, bij haar om de hoek. Ze vertelde over de Duitsers in haar hoofd die altijd meekeken. Zoveel militairen waren niet nodig om een volk te onderdrukken. Wel de mogelijkheid van terreur.

Mijn vader vertelde helemaal niets. Pas toen de mogelijkheid besproken werd om de ‘Drie van Breda’ vrij te laten (Van Agt wilde dat en pas nu weet ik waarom) mompelde mijn vader dat als dat zou gebeuren zij niet lang zouden leven. Vooral Kotälla.

Rond 4 mei werd het altijd vervelend in huis. Een slapeloze vader. De Waalsdorpervlakte en dan na de twee minuten bij het Wilhelmus een huilende vader. Ieder jaar weer.

Zij hebben op mij en mijn zus overgebracht wat Europa echt betekent. Eerst de EEG en nu de EU. Allerlei landen die met elkaar gemeen hebben dat zij eenzelfde komaf hebben (historisch, cultureel), die alle heel veel meegemaakt en doorstaan hebben, oorlog hebben gevoerd, opnieuw zijn ingedeeld, afspraken hebben gemaakt en -vooral- geen nieuwe grote oorlog zijn begonnen. Frankrijk en Duitsland die normaal met elkaar omgaan en niet twisten over de Elzas bijvoorbeeld.

Europa is een grote familie met vriendschappen, belangen, animositeiten, vervelende ooms en tantes, kleine en grote ruzies maar altijd wel familie. Verbonden.

Om dat een beetje te managen is er een groot apparaat ontstaan dat tussen alle voordelen van Europa en de individuele burgers in is gaan staan. Een technocratische bestuurslaag zonder gevoeld fundament in de samenleving. Dat laatste komt ook door individuele politici zoals bijvoorbeeld Rutte. Als je steeds benadrukt dat je de idiote regels vanuit Brussel weet te weerstaan en dat het enige is wat je doet het belang van Nederland verdedigen, dan zal men de EU als de vijand gaan zien. Een logge ongeïnteresseerde gevoelloze vijand.

De boodschap vanuit onze politieke elite moet veranderen. Rutte moet zeggen hoe het is. Namelijk dat Brussel de optelsom is van alle lidstaten. Dat Nederland daar wordt vertegenwoordigd. Dat ons belang juist ook daar ligt. Van groot, vrede, tot klein, geen grenscontroles bijvoorbeeld.

Europa is niet vermoeid, de mensen zijn niet vermoeid. Wij zijn collectief losgezongen van het gruwelijke verleden van WO2, wij weten niet meer welke shit er ooit was en in welke luxe we nu leven. Het vanzelfsprekende is niet vanzelfsprekend. Dat zijn we vergeten. Huidige generaties zijn dat vergeten. Niet vermoeid zijn we, we hebben geheugenverlies.

Nou ja, we…ik niet. Ik ga stemmen. Zeker en vast.

Een ontroerende brand

Tags

, , ,

Afgelopen week zag ik al heel vroeg op Twitter de brand in de Notre-Dame voorbijkomen. Ik schrok me dood. De uren daarna heb ik het niet meer gevolgd omdat ik bang was voor de afloop: de totale vernietiging van deze kerk. Pas ’s avonds laat durfde ik weer te kijken en was ik klein beetje gerustgesteld.

Ik was ten diepste geroerd door de brand.

Kerken zijn gekke dingen. Van binnen zijn zij altijd groter dan van buiten. Het meest extreme voorbeeld daarvan heb ik ooit meegemaakt in de basiliek van Saint Quentin. Dat is een redelijk onopvallende en niet heel erg mooie kerk in een drukke straat. Vooral de entree ziet er armetierig uit. Maar dan, als je binnenloopt opent zich een ruimte voor je die immens is. Hier ervaar je de werking van goede en juiste verhoudingen. De Gulden Snede in de praktijk, de perfecte verhoudingen, het universum teruggebracht tot een gebouw.

Zelfs de kleinste kerk doet dat met de mens: de verbinding maken tussen jou en iets anders. Voor de een met God, voor de ander met de geschiedenis en voor weer een ander met iemand voor wie je een kaarsje brandt.
Als je je openstelt voor het wonder dan komt het binnen. Het onzegbare.

Ooit, in 1994, liep ik de Sint Willibrord Basiliek in Echternach binnen. Het was een koude heldere winterdag. Er waren geen toeristen, het was stil. Toen ik uit de crypte omhoog liep zag ik de zon die door de gebrandschilderde ramen viel op de muur. In alle kleuren die er zijn. De ruimte was leeg en enorm. Op het moment dat ik dacht “en nu Bach”, begon de organist te spelen. Pa da dam, pa da da dam dam…. God werd plausibel.

Als ik naar de kerk in mijn woonplaats ga en de deuren sluiten zich achter me dan daalt er rust over mij. Ik voel de stilte over mij heen komen en langzaam kom ik in een totaal relaxte toestand. Dat heb ik op geen andere plek.

Los van dit soort ervaringen en betekenisgevingen, verbindt een kerk ons ook met het verleden. Gebouwd ter meerdere ere en glorie van God is het een hoog complex gebouw waar heel veel mensen jaren aan hebben gewerkt. In tijden die niet gemechaniseerd waren, waarin handwerk uiteindelijk leidde tot dit gebouw. Ook dat voel je als je binnenloopt. Het is ook gewoon knap gemaakt.

Dan is er nog de symboliek van de kerk die ons met andere tijden en andere verhalen verbindt. Van het labyrinth op de vloer in Chartres tot aan de heilige Sint Expeditus in Lille, iedere vierkante meter betekent iets. Niets is zomaar gedaan, over ieder detail is nagedacht. Ieder detail vertelt ons een verhaal als we het verhaal willen ontdekken.

Een kerk is op zich een rijke wereld waarin een veelvuldige gelaagdheid zit. Je kunt er oppervlakkig doorheen gaan óf je kunt je erin verliezen. Van laag tot laag. Het maakt niet uit. Het is altijd goed.

Een kerk is een vergevingsgezind gebouw. Je wordt er klein in én heel belangrijk. Je bent alleen én onderdeel van een veel groter verhaal.

Iedere kerk verbindt de mens op de aarde met de hemel. Die verbinding stond deze week in brand.

Dat was de bron van mijn ontroering.

All the King’s horses: Engeland is stuk

Tags

, , ,

Humpty Dumpty

Vooral de laatste dagen moet ik aan het rijmpje van Humpty Dumpty :

Humpty Dumpty sat on a wall,

Humpty Dumpty had a great fall .

All the king’s horses, and all the king’s men,

Couldn’t put Humpty together again.

Humpty Dumpty is een fantasiefiguur uit een kinderrijmpje. Klein, eivormig en onhandig. Waar het mij om gaat is de tekst dat zelfs ‘all the king’s horses and all the king’s men’ niets meer konden doen toen hij uit elkaar viel.

De politiek in Engeland is kapot. Niets is er meer dat die politiek kan maken. De politici zelf doen niets meer voor het land en de inwoners ervan. De aanstichters van de Brexit zijn gevlucht. Cameron is weg, Farage gaat door met zijn sloopwerk op de loonlijst van de door hem zo verfoeide EU. Hij bijt in de hand die hem voedt. Rees-Mogg heeft zijn financiële schapen op het droge. De politici die nu de boel slopen en traineren zullen geen last hebben van de Brexit. De mensen die zij zouden moeten vertegenwoordigen gaan de rekening betalen. Letterlijk.

Als er iets ontbreekt in het VK is het leiderschap. Een leider die opstaat en een einde maakt aan deze wanvertoning waar het parlement eerst de macht grijpt, zelf met alternatieven komt en die dan een voor een wegstemt. Dát is de deconfiture van de democratie. Een stel ongeloofwaardige egoïsten die dit alles zien als een spel, meer niet. Er is niemand meer die geeft om het land op zich. En er dan van opkijken dat mensen de politiek niet meer geloven.

Het gaat me ook echt aan het hart. Ik voel geen Schadenfreude, geen blijdschap of wat dan ook. Ik kijk toe en zie een land zonder leiding, zonder idee van een oplossing naar een Hard Brexit glijden. Stomverbaasd ben ik. Dat is het. Het land waarover ik lees in de memoires van Churchill, waar er duidelijkheid was, eenheid en de zekerheid van een doel. Dat alles ontbreekt. Al meer dan twee jaar heeft deze regering de tijd om alles te regelen en er ligt niets. May is al jaren machteloos heen en weer gegaan tussen Straatsburg en Londen en is vergeten de thuisblijvers te managen.

Het ooit zo machtige Engeland is verworden tot de gemeenteraad van een vechtgemeente. Meer niet.

De beste songtekst over deze situatie komt van The Alan Parsons Project:

“There’s a sign in the desert that lies to the west
Where you can’t tell the night from the sunrise
And not all the king’s horses and all the king’s men
Have prevented the fall of the unwise..”

I rest my case.

Duurzaamheid is niet alleen een milieuvraag (*)

Tags

, ,

Nederland maakt serieus werk van duurzaamheid. De politiek buitelt over elkaar heen om maar duidelijk te maken welke partij het meest is gericht op het milieu. Als de ene partij dit weekeinde een scoop heeft, dan hoef je maar te wachten op de andere partij op maandag.

De Klimaattafels hebben een pakket geformuleerd van meer dan 600 maatregelen die nog in een mist van onduidelijkheid zitten. Eigenlijk weet niemand precies welke maatregelen er worden voorgesteld. Soms komt er een naar buiten en dan vaak als karikatuur. Zo mogen we, volgens een landelijk dagblad, in de toekomst nog maar twee gehaktballen per week eten.

Duurzaamheid is kortom door iedereen erkend als serieus item, maar hoe geef je er concreet handen en voeten aan? Een dilemma dus. Tenminste, het is alleen een dilemma als je puur kijk naar het biologische milieu.

Er is ook iets als sociale duurzaamheid.

Sociale duurzaamheid

Draagvlak voor allerlei maatregelen wordt groter naarmate mensen meer grip op hun eigen bestaan hebben. Dat varieert van goed geïnformeerd zijn tot aan het heft in handen hebben. Dat betekent dat het invoeren van milieumaatregelen makkelijker gaat als mensen goed geïnformeerd zijn, maar vooral als mensen in een wijk het gevoel hebben betrokken te zijn bij hun wijk en alles wat er gebeurt.

In veel steden lijkt dat een brug te ver. Buurten kennen veel onderlinge anonimiteit. En als dat het geval is dan sta je als bouwer of woningcorporatie op achterstand. Verzet en onbegrip zullen dan dominant zijn.

Hoe werk je aan sociale duurzaamheid?

Als je streeft naar een buurt die met het klimaat bezig is, moet je werken aan sociale duurzaamheid. De manier om daaraan te werken is door de veiligheid per buurt te verhogen, door bewoners bij elkaar te betrekken. Vroeger was er de dorpspomp of de buurman die op je huis kon passen, de overbuurvrouw die alles zag omdat ze achter het raam zat. Dat is allemaal verdwenen.

Wat ervoor terug is gekomen is het “internet der dingen”. Slimme moderne technologie die jouw huis in de gaten houdt, je informatie verschaft over energieverbruik én die op je past ook als je er zelf niet bent. Technologie die je buren betrekt bij jouw veiligheid áls het nodig is.

Technologie zorgt voor meer contact met de buren

Uit onze ervaring weet wij, dat met dat soort toepassingen mensen tot 40% meer contact hebben met hun buren. Dat de buurt gezelliger en veiliger is geworden. Gemiddeld scoort het gevoel van veiligheid in een sociale huur wijk na een project met Homies een 7,6 én het veiligheidsgevoel in huis een 8,35. Met technologie mensen ondersteunen in hun alledaagse leven. Mooier kan niet.
In die buurten staat men meer open voor vernieuwingen, verbeteringen en waarderen de bewoners de inzet van hun woningcorporatie gemiddeld met een 9!

Milieukwaliteit begint dus met sociale duurzaamheid. Kwaliteit van leven komt eerst, pas dan willen mensen openstaan voor de langere termijn.

Het milieu begint dus vandaag in de geborgenheid van je eigen woonomgeving. Technologie ondersteunt ons daarbij.

(*) Ook gepubliceerd op corporatie.nl

De politiek en de dood

Tags

, , , ,

De politiek

Politiek houdt me bezig. Zo lang ik me kan herinneren ben ik bezig met politiek. Als lid van twee verschillende partijen, als bestuurslid in mijn jonge jaren. Niet lang geleden ben ik opnieuw lid geworden van een partij, na vele jaren van niet lid zijn. We praatten in het gezin waar ik uit kom altijd over politiek. Mijn moeder was vol vertrouwen in Joop den Uyl, mijn vader was altijd wat sceptischer. Hij zei altijd dat ‘den arbeider’ als eerste moest inleveren en als laatste er wat bij kreeg. Was mijn moeder vol hoop (‘Op naar het licht‘), mijn vader was volgens hemzelf de realist. En nog steeds zijn de gesprekken aan mijn gezinstafel gelardeerd met politiek. De meningen lopen nogal uiteen, zal ik maar zeggen.

Politiek is belangrijk. Als mensen om me heen zeggen dat ze zich niet met politiek bemoeien, denk ik altijd ‘maar de politiek bemoeit zich wel met jou’. Van internationaal niveau tot aan lokaal. Of je nu wilt of niet.

Politiek is functioneel. Niet alleen gaat het om wetgeving, het gaat ook om verdeling van macht, inkomen, kansengelijkheid, belastingen et cetera. In die zin vormt de politiek een soort verkeersleiding van de samenleving.

Die verkeersleiding is niet objectief. Zoals ik ooit mijn zonen probeerde uit te leggen wat het verschil is tussen links en rechts. Dat wilden ze graag weten. Rechts, zei ik, zorgt voor het kapitaal en is heel optimistsch over de mens. Daardoor valt er wel eens iemand van de kar die niet mee kan komen. Links, zei ik, is zorgelijker en zorgzamer voor de mens. Zelfs zo ver dat mensen vergeten voor zichzelf te zorgen en afhankelijk worden.

Vervolgens kregen we het over keuzes en hoe die tot stand komen. En we hadden het over verkiezingen. Zoals deze maand.

De verkiezingen deze maand heb ik op de dag zelf niet gevolgd. Ik wist wat er ging komen: een klinkende overwinning voor Forum voor Democratie. Achter die neutrale fijn klinkende naam gaat voor mij het een en ander schuil. Warrige Spengler-achtige ondergangsfilosofieën van Baudet. Oudemannengemopper van Hiddema. Harde prietpraat van Otten, meen ik. En vooral een totaal gebrek aan een coherent verhaal of visie. En als ik dan vervolgens termen als ‘ondergang, boreaal, uil, einde’ hoor, dan ben ik inderdaad terug in wat duister verleden.

Een verleden waar ik over mee kan praten doordat mijn vader in de oorlog in een kamp zat (en ik dat mijn hele jeugd heb geweten en gevoeld). Daar is door Joseph Kotälla in de jonge Koopman veel realisme én veel afkeer van bruine fantasieën geslagen. Dat herkennen van de eerste tekenen van moreel verval én van tweedeling heb ik met de paplepel ingegoten gekregen. Ook het herkennen van NSB gedrag. Heulers, Farizeeërs, meelopers. Volgens mijn vader kun je niet alert genoeg zijn, en kun je er beter eens naast zitten dan het over het hoofd zien.

Door deze achtergrond ben ik er na de verkiezingen hard ingegaan. Ik vertrouw FvD in het geheel niet. Salonfähig zijn zij vergeleken met de PVV. Eleganter, beter bespraakt, schimmiger in hun standpunten, aanvaardbaarder. Daarmee ook sociaal aanvaardbaarder. Niet mijn partij.

De politiek hield me bezig en ik streed mijn strijd. Op mijn manier. Zonder welk gevaar voor het eigen leven dan ook. Comfortabel dus.

De dood

Nog geen week later reis ik af naar een dorp aan zee. Daar, in de hervormde kerk, ga ik een uitvaartdienst bijwonen. De moeder van een van mijn beste vriendjes is overleden. Ze was doodziek en uiteindelijk op hoge leeftijd is ze gestorven. Het kerkje was klein en wit en licht. De kist stond centraal en wij allen zaten er omheen. De sfeer was sereen en passend.

De toespraak van mijn vriend was mooi en ontroerend. Hier stond een zoon die opeens wees was geworden. Ik herkende het gevoel van 12 jaar geleden toen mijn vader overleed, en ik wees werd. Je kijkt over je schouder en daar staat niemand meer. Die leegte. Hij verwoordde dat heel mooi. Ook de vrede die hij had met de dood van zijn moeder omdat het echt niet meer ging.

De dood is onomkeerbaar en onherroepelijk. En soms is de dood een goede vriend die je verlost van een lijden.

Na de dienst stonden wij in twee rijen buiten om nog eenmaal de kist voorbij te zien komen. De zon scheen, het waaide en in de lucht rook ik de zee. En op dat moment werd het weer, opnieuw, duidelijk waar het echt om gaat in het leven.

De politiek is belangrijk, blijft belangrijk. Maar nooit zo belangrijk als het leven en hoe je het leeft. Wat je betekent voor concrete anderen. Niet de medetweeps die je niet kent, soms wel, maar meestal niet. Het gaat ook niet om mijn boze soundbites op twitter waarin iedere nuance verdwijnt.

Tussen de politiek en de dood zit het echte leven. Daar, langs dat pad, besloot ik al dat gedoe rond partijpolitiek maar even te bewaren voor echte gesprekken. Social is de vluchtigheid van het bestaan, verder niet.

Symbolen worden tot cymbalen in de ure des doods, zoals de grote dichter al schreef.

Demonisering is hip

Tags

, , ,

Woorden zijn daden. Ieder woord dat ik uitspreek is een handeling. Soms, als ik alleen ben, is de handeling het doorbreken van de stilte. Of een bevestiging van een gemoedstoestand, of een aansporing, of een vervloeking.

De meeste woorden die ik uitspreek spreek ik uit in sociaal verband. Ik breng mijn gedachten naar buiten, ik zorg ervoor dat anderen mijn gedachten kunnen volgen. De taal die ik gebruik verschilt. In de liefde zijn de woorden anders gekozen dan in zaken. Zoals je moduleert in toonhoogte en intonatie, zo moduleer je ook in woordkeuze. Als ik mijn zonen aanzet tot huiswerk gebruik ik het woord ‘schattie’ bijvoorbeeld. Dat zal ik binnen mijn bedrijf nooit doen. Soms als ik word afgezeken door mijn salesmeneer dan zeg ik ‘jij bent ook een schatje’. Aan alles weten hij en ik dat dat anders bedoeld is dan je kinderen liefde toewaaien.

Taal is het cement van de samenleving. Taal zet aan tot actie, verbindt, verklaart, verdeelt, maakt duidelijk, positioneert. Taal is nooit neutraal, taal dirigeert en wil dingen. Taal is ook nooit individueel. Je spreekt de taal van je peergroup of van de groep waar je bij wilt horen.

Demoniseren?

Er is iets vreemds aan de hand in politiek Nederland met taal. Op het moment dat een terrorist zich bedient van taal die één op één te herkennen is als de taal waar sommige politici van bedienen, en je stelt dat vast, dan krijg je het verwijt van demonisering.

Dat is nogal inconsequent.

Een politicus bedient zich van duidelijke taal. Hij stelt bijvoorbeeld dat er een stop moet komen op immigratie (waar hij geen Denen of Britten mee bedoelt overigens), dat Nederland wordt omgevolkt (hij bedoelt geïslamiseerd), dat bepaalde wijken ghetto’s zijn, dat Rutte bloed aan zijn handen heeft als er een terroristische aanslag komt, et cetera, enzovoort. Hij zegt dingen die internationaal ook gezegd worden. In alle Europese landen zijn er partijen die dit roepen. Trump zegt soortgelijke dingen. Met elkaar willen ze een eind aan een in hun ogen failliet immigratiebeleid.

Die taal gebruikt hij om kiesgerechtigden op te roepen op hem te stemmen. Zijn taal is een handeling en hij wil dat anderen hem daarin volgen. Als keizer moet ik me erin herkennen en vervolgens op hem gaan stemmen. Het mooist is het eigenlijk als ik zijn taal ga gebruiken en anderen zo ver krijg op hem te stemmen. Stel, zijn partij wordt de grootste, dan zal hij de overwinning claimen op basis van zijn ideeën en de weerklank daarvan.

Als je dan stelt dat mensen op hem stemmen omdat dat het gevolg is van zijn verbale talent en de kracht van zijn argumenten, dan zal hij dat beamen. Zonder hem immers zouden als die mensen niet op hem hebben kunnen stemmen. Daar is niets mis mee.

Nu een ander geval. Zijn ideeën worden overgenomen door iemand die een stapje verder gaat. Die denkt ‘laat ik van mijn woorden eens een actie maken’. Die vervolgens in Christchurch 50 mensen vermoordt. Zich bedient van terroristentaal.

Op het moment dat er, door wie dan ook, een verband wordt gelegd tussen de woorden, de taal van de politicus en die terroristische daad demoniseer je. Let wel, je zegt niet dat de politicus het heeft gedaan, of dat hij opdracht heeft gegeven. Je zegt dat er door zijn taal, en iedereen die hetzelfde zegt, een klimaat wordt geschapen waarin het ondenkbare plausibel wordt. Haalbaar, passend in een genormaliseerd gesprek over stoppen van migratie, over het een halt toeroepen aan de islam. Dát zeg je. Geen causaliteit, wel samenhang. Op dat moment valt de wereld over je heen en moet je dekking zoeken.

Demoniseren is het willens en wetens woorden en intenties zo verdraaien dat de ander in een zeer kwaad daglicht komt te staan. Dat is iets anders dan constateren dat uitlatingen wel heel erg op elkaar lijken.

Stel, je zegt hetzelfde bij een verkiezingsoverwinnig. Dat zijn winst te danken is aan zijn woorden. Dat de kracht van zijn woorden ervoor zorgt dat het ondenkbare werkelijkheid wordt: de nieuwe partij de in een klap groot wordt. Dán zal hij en zijn aanhang dat voluit beamen. Trots zijn.

Het zou helpen als mensen die worden aangesproken op hun taal consequent zijn en als ze het een durven claimen (de overwinning) dan ook het andere durven claimen (het falen). Dat is een logische keuze.

De mensen die er als de kippen bij zijn om de politicus ter verantwoording te roepen hebben de plicht dat heel geserreerd te doen en heel precies. De dader van een aanslag is de dader en verder niemand. Het verhaal waarin hij gelooft kan worden gedeeld of verwoord door anderen. Ook als de ander die politicus is. Maar de politicus is niet verantwoordelijk voor de daad van de dader. Wel voor zijn eigen woorden. En hij mag daar dus op bevraagd worden.

Mensen die klagen over demoniseren zijn hoogst inconsequent en gebruiken het zoals het hen uitkomt.

Er moet debat mogelijk zijn over de gevolgen van woorden. Anders is de democratie, maar ook de samenleving als geheel dood. Iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij wil, en iedereen moet dat ter discussie kunnen stellen.

Taal is het cement van een goede samenleving.

Engeland is kapot

Tags

, , ,

Ik kan me nog herinneren dat ik wakker werd op 24 juni 2016, en op de radio hoorde dat het VK had gestemd vóór een Brexit. Ik kneep mezelf een paar keer, maar ik was echt wakker. Men wilde uit de EU.

Ik ben pro EU, laat me daar duidelijk over zijn. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat je eruit wilt. Toen ik de analyses zag snapte ik het al beter. De verwende jeugd die weinig historisch besef bleek te hebben was collectief thuis gebleven. Waarschijnlijk met het idee dat het zo’n vaart niet zou lopen. Oude mensen hadden besloten voor de jongeren. Zoals hun vervloekte ouders dat ooit ook hadden gedaan. Nu weer.

Maar goed, het besluit lag daar.

De dagen daarna keek ik op tv naar de overwinnaars. En ik wist: dit wordt niks. Cameron is snel teruggegaan naar een zeer luxe privéleven. Farage, toch een beetje een onbetrouwbare kikker met een kakkineuze stem, die overliep van winnaarsvreugde. Gewoon het volk voorliegen en achter je krijgen, het bleek te werken. En natuurlijk ben je dan trots. Vervolgens vertrok hij naar dat verfoeide EU-parlement om vrolijk alles te declareren wat maar mogelijk is. Boris Johnson, die een prachtbiografie van Churchill heeft geschreven, maar zich ten onrechte daarmee identificeert. Hij is van alles, maar hij wil zeker niet het beste voor het VK. Wel voor zichzelf. Rees-Mogg, de meest 19de eeuwse van het stel. Inmiddels zeven miljoen Pond rijker door de Brexit. Maar ook de charlatan Corbyn die vooral geen uitspraak doet waar enige inhoudelijke kennis uit blijkt. Een fraai stel waarbij het mij een raadsel is dat gewone mensen in hun geklets zijn getrapt. Het maakt je over de menselijke intelligentie niet heel hoopvol.

Brexit kwam. Maart 2019. Waar we nu leven.

Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder vanaf het referendum. Noch ervoor, noch erna zijn er concrete plannen gemaakt hoe die Brexit eruit zou zien en vooral hoe je die Brexit doet. En dat blijft verbazingwekkend. De initiatiefnemers van het referendum hadden en hebben geen plan, laat staan een idee over hoe de Brexit moet worden geregeld. De regering May heeft dat ook niet, na bijna drie jaar. We kijken toe vanaf het continent en zien een parlement dat perfect weet te verwoorden waar het tegen is, maar geen clou geeft wat er dan wél moet gebeuren.

En zo stevent men af op een no deal. Een no deal waar een kwart van de Britten van denkt dat er dan niets verandert! Terwijl alles verandert. Van importheffingen, wachten bij de douane tot aan verschuivingen in toerisme en verdwijnen van jong talent naar Europa.

Er is geen held, á la Churchill, die het heft in handen neemt, besluiten neemt en die gaat doorvoeren. May pendelt tussen Westminster en Straatsburg om dingetjes te regelen. Geen grote zaken maar inlegvelletjes. She’s just moving the deck chairs.

Als je complexe zaken simpel voorstelt en denkt dat je ze kunt regelen met een ja of een nee dan gaat het mis. Complex is complex en dat betekent dat je er goed over na moet denken, gebaseerd op feiten en niet op meningen, dat je moet analyseren en een alternatief plan moet bedenken. En pas dan, niet eerder, moet je een besluit nemen. Dat proces is het tegendeel van een referendum. Precies dat is er mis gegaan. En de slechtwillende of incompetente politici maken het er niet beter op.

Zoals Shakespeare als voorzag: “Then shall the realm of Albion
Come to great confusion…”

Engeland is kapot.

Kickboksen

Tags

, ,

Na een week griep op zondag weer naar mijn coach, Hakim, om te kickboksen. Eerst wat rondjes gelopen, wat zaktraining gedaan en wat optrekken. Kijken hoever ik kwam. En toen sparren.

Ik zag daar wel tegenop. Na een week griep met heel veel slapen, snotteren, spierpijn en heel zielig doen was er best een drempel. We begonnen. En, zoals het steeds gaat, na drie stoten zat ik er weer helemaal in. Alles liep lekker, alles liep goed. Wel was ik na twee rondjes gesloopt en moest ik echt even uitrusten. Ik draaide van het energielek.

Maar daar gaat het nu even niet om.

Waar het wel om gaat is dat ik na al die maanden trainen merk dat heel veel automatisch gaat. Waar ik voorheen moest denken bij wat ik deed, nu gaat het in een vloeiende beweging. De juiste stoten, de juiste dekking. Het afhouden van een trap met rechts en er dan links overheen met een mooie hoek. Na een vloeiende jab er met rechts overheen komen en dan dwars er doorheen een rechterknie. Na een leverstoot met dezelfde linkerarm een hoek, draaiend vanuit de heup.

Ik ben daar blij mee als een baby. Nooit had ik gedacht dat punt te bereiken.

Toen ik begon met boksen stond ik stram met mijn armen te stoten. Nu sta ik goed op mijn benen en beweeg vanuit mijn heupen. En dat gaat zo soepel dat ik met minder kracht meer momentum heb en het dus langer uithoud.

Dát punt bereiken in iets wat je doet – sport, werk, leven, koken, lezen, viool spelen, fietsen – , het punt waarop het vanzelf lijkt te gaan en nog goed ook, dat is mooi. Enige hippe jaren geleden noemden we dat flow. Het zal nu wel anders heten, dat weet ik niet. Hoe dan ook, dat punt is top om mee te maken. Ook na een week griep. Zeker na een week griep.

Een goed begin van de week.