Winter in de Var

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor carces en hiver

Lang. lang geleden zei mijn beste vriend: ‘wanneer je ook in Frankrijk bent, er is altijd iets open, je kunt er altijd eten en drinken en het is altijd gezellig’. Dat was voor ik met mijn vrouw 20 jaar geleden op kastelentocht in de Loire ging in november. Ik had een lijstje gemaakt van alle kasteelhotels en daar gingen we. We hebben heel wat hekken gezien vanaf de buitenkant, heel wat dorpen waar echt alles dicht was en heel veel verlaten D-wegen bereden. Uiteindelijk ben ik naar Tours gereden en daar bij het station een hotel geboekt. Tenslotte is er bij een station ook altijd een hotel. Het bed was brak zoals dat kan in Frankrijk, maar de stad verwelkomde ons.

Ik moest denken aan de woorden van mijn vriend toen wij enige jaren geleden besloten in de winter af te reizen naar ons huis in de Var. Ik wist natuurlijk al dat alles weer opengaat in mei en zo’n beetje oktober weer sluit. Dat het altijd wat rustiger en ingetogener wordt. Dat is ook het mooie van oktober. De rust, het mooie weer, L’été Indien en het ontbreken van toeristen.

Dus wij in de kerstvakantie, kinderen op de achterbank, op naar Carcès. De eerste dagen laafden we ons aan de rust. De kinderen waren nog klein en vermaakten zich volkomen met gamen en televisie kijken. Het was koud maar de open haard deed het prima. Op zondag besloot ik nog even boodschappen te doen. Ik naar de Mousquetaires maar die was gesloten, de gehele zondag. Dan maar uit eten. Geen restaurant was open in het dorp. Nabij in Cotignac was er één restaurant open, een prima pizzeria.

Daags erop begon het te sneeuwen en ik moet zeggen, dat is wel prachtig. Het dal zo wit te zien, de rust die er over het land komt. Alles was prachtig. En glad. De berg afrijden was een ding maar we besloten toch even naar Lorgues te gaan. Ook daar heerste diepe rust want ook daar bleek alles dicht te zijn. En zo ging het door. Mijn moedertje zaliger zou gezegd hebben ‘het is dichtgeplakt met ouwe kranten’.

De vakantie duurde korter dan gepland. Ik hield mijn familie niet meer gemotiveerd om te blijven. Je moet ook wel een sterk gestel hebben om in diepe rust en stilte je leven te slijten op een berg met als enige afleiding het uitzicht. Ik kan dat. De rest kon het niet.

Hoezeer ik het ook mis, gewoon de stilte opzoeken van een dorp in coma en heerlijk lezen en uitrusten, ik heb inmiddels niet meer de neiging in de winter naar de Var te gaan. In Les Trois Vallées kun je tenminste nog skiën. Dus doet mijn familie dat. En ik kijk dan vanaf mijn balkon naar het zuiden en weet dat een paar honderd kilometer verderop ons huis is. Op ons wachtend tot maart, april.

Noodweer in de Var

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor noodweer var

De afgelopen week: enorme regenval in de Var. Ik kom daar zo op terug. Eerst even een korte terugblik.

In oktober was het noodweer in de Var. Op een dag viel er meer dan 50mm regen en dat was te merken ook. De hele dag somber en bewolkt, wolken die bleven hangen tussen de bergen en aan een stuk door regen. En opeens hield het op met zachtjes regenen, zoals mijn moedertje altijd zei. Snel alle luiken dichtgedaan toen ik merkte dat de regen alle vloeren nat maakte. Het was avond en het werd steeds erger.

In de verte, in de bergen in het noorden, hoorden we onweer. Ook dat bleef hangen en ongeveer een uur lang donderde het dat het een lieve lust was. Sommigen vinden dat heel romantisch maar dat heb ik in het geheel niet. De avonden zonder licht zijn talrijk en het wachten op elektra daarna is inmiddels legendarisch in het mooie Frankrijk. Onweer en veel regen leveren altijd stress op.

We hadden dit jaar gelukkig wat slechte bomen laten kappen dus dat zat wel goed. En toch was er een verrassing. Mijn jongste zoon werd wakker van gekletter en geklater en we bleken een enorme lekkage te hebben. In een dikke straal kwam het water naar binnen. Emmer na emmer.

Het werd een onrustige nacht.

De volgende dag het dak geïnspecteerd. En toen bleek dat de keer dat er een studio aangebouwd is, er niet geheel conform bouwvoorschriften was gewerkt om het maar netjes te zeggen. Een dakgootafvoer was ergens gewoon afgezaagd en er zat geen pijp aan vast. De lokale aannemer was dat vergeten. Daardoor liep al het water op een klein dak dat dat niet kon verwerken. Als je Frankrijk gewend bent dan hadden we dit eerder moeten of kunnen opmerken, maar ja. Dat was dus pas na een natte nacht.

En nu vorige week. In twee dagen is 250mm regen gevallen. Er zijn doden gevallen in Le Muy en Cabasse (bijna om de hoek). Straten stonden blank, auto’s spoelden weg en de regen bleef maar duren.

En ik zat in Nederland te kijken naar het nieuws.

Dat voelt niet goed, kan ik zeggen. In oktober kon ik direct ingrijpen en de hulptroepen inroepen. Nu had ik geen idee. In deze tijd van het jaar is er niemand in het huis. Hoe is het met het huis. Hoe is het met de buren, het dorp? André die beneden woont aan de Argens, hoe is het met hem? De rivier stond in oktober al heel hoog, en nu?

Allemaal vragen die je op afstand krijgt. En natuurlijk, voor de mensen ter plekke is de narigheid veel groter. Je moet er niet aan denken dat jouw huis onder water staat, dat jouw auto wegdrijft, dat jouw winkel helemaal onder staat. De wijnboeren die de bauxietgrond over de weg zien wegstromen. De mensen die daar wonen kunnen geen kant op. En voor mij is het een luxeprobleem.

Maar toch: een huis in de Var is soms een lastig bezit.

Cassis, meer dan een drankje

Tags

,

Beter dan dit ging het niet worden in de Var: regen, regen en nog eens regen. Anders dan andere jaren, 22ºC en een loom zonnetje, was het een natte oktober. Zelfs de markt op zaterdag in ons dorp was gekrompen tot 5 standjes: twee keer kip, twee keer groenten en één keer kaas. Het was niet best. Maar een goede maaltijd kon je wel bij elkaar kopen.

De dagen dreigden zich aaneen te rijgen van binnenzitten, wat wandelen, nat worden en heel veel lezen. En lekker eten en drinken natuurlijk. Niet voldoende om een gezin met opgroeiende pubers rustig te houden. Hoewel de enorme lekkage die we hadden na een bui van 55mm regen wel voor afleiding zorgde, ook voor de pubers.

En wat doe je dan? Dan kijk je gewoon waar het niet regent, en dat was aan de kust, iets voorbij Toulon richting Marseille, en je stapt in je auto. We togen naar Cassis. Honderd keer aan gedacht maar nooit eerder naar toe geweest. Een mooie rit die steeds mooier werd qua landschap. Meanderende wegen en uiteindelijk Cassis, een echt Zuid-Frans kuststadje.

Cassis is niet groot, althans het is veel kleiner dan ik dacht dat het zou zijn. Maar: het was droog! Onder een grijze dreigende hemel lag daar de zee en het stadje gaf kleur aan een grauwe dag. Wat een lekker stadje is dit.

Wat winkeltjes, niet te veel, en vooral een lekkere boulevard met veel restaurants en cafe’s. Een relaxte sfeer en leuk volk. Geen opgefokte zomersfeer maar het gemoedelijke van het najaar na een zomer keihard buffelen. De baai ingesloten tussen wat bergen waarachter de calanques lagen. Als je de pier helemaal afloopt richting de vuurtoren ruik en voel je de zee. Je kijkt om en je ziet het stadje liggen. Rustiek, kleurrijk, Frans.

Heerlijk gegeten en gedronken, nog wat gewandeld en toen door naar de calanques die ongeveer om de hoek liggen. En dat is echt een aanrader om te doen. Dat maakt je bezoek aan Cassis volkomen compleet.

Hoe een druilerige korte vakantie kan leiden tot mooie ontdekkingen. En toch: volgende keer ga ik weer voor een warme Été Indien in de Var.

Marseille, fijne ruige stad

Tags

, ,

Met Marseille heb ik altijd een haat-liefde-verhouding gehad. Heel lang geleden ben ik in een buitenwijk beland doordat ik verkeerd reed. Het was nog voor de navigatieapparatuur en ik draaide ergens een weg in waar ik niet moest zijn. Jong en naïef reed ik door tot ik voelde dat de Goede Geest niet meer aanwezig was. Er gebeurde niets en toch voelde ik dat ik hier niet thuishoorde. Later heb ik in de haven nog lekker gegeten en zag ik de twee kanten van Marseille.

Een paar jaar geleden heb ik de Netflix-serie Marseille gezien. Een prachtige en prachtig gemaakte serie. Politiek gekonkel en gemarchandeer en vooral ook de achterkant van de stad. Duister, donker, onheilspellend. Mooi. Aantrekkelijk. In een aantal afleveringen geeft de serie alle kanten van de stad weer.

En precies zo is Marseille.

Intussen ga ik graag naar Marseille. De buitenwijken laat ik links liggen maar dat doe ik bij vrijwel iedere stad. Dat heeft niets te maken met (vermeende) criminaliteit. Ze zijn voor mij gewoonweg niet interessant.

Vanuit ons dorp in de Var is het een uurtje rijden en na een paar keer weet je waar je wel en ook waar je niet naar toe moet. De stad binnenkomen vind ik altijd leuk en druk. Alle tunnels, de racende auto’s en scooters, alle mensen, al die verschillende nationaliteiten, de terminal waar de boten aankomen, de chaos en de schoonheid. Je voelt dat je in een echte stad bent en ook nog eens een havenstad. Parkeren doe ik altijd achter de haven.

De trap op, de garage uit en van de stad genieten. Er hangt een soort loomheid die heel Zuid Frans is en tegelijkertijd raast het verkeer voorbij. Wat je dus snel moet doen is die drukte achter je laten en bijvoorbeeld Le Panier inlopen. Hier, achter de oude haven, is het rustig en heel erg provençaals. Smalle straatjes, winkeltjes, barretjes, restaurants. Er hangt een wat alternatieve kunstzinnige sfeer die heel relaxed is. Ga wat eten op een van de terrasjes en luister naar de stad. Het geroezemoes van de mensen.

Als je van kunst houdt ga dan vooral ook naar La Vieille Charité, prachtig gebouwd en mooie tentoonstellingen. En als je echt van kunst houdt ga dan vooral naar Mucem. Misschien qua collectie niet het interessantste museum, maar wat is het mooi zo aan de monding van de Middellandse Zee. Een prachtgebouw.

Eten in de oude haven is ook altijd top maar wel een tikkie toeristisch.

Marseille dus, verrassend, oud en druk. Het is een stad die je niet zomaar omarmt maar waar je langzaam mee bekend raakt.

En zeker ook op je gemak raakt.

Een huis in Zuid-Frankrijk, het lijkt zo mooi.

Tags

,

Op een dag weet je het! We kopen hier een huis.

Dat ‘hier’ is ergens in het zuiden van Frankrijk. Je bedenkt het op een terras onder de platanen onder invloed van zo’n heerlijke pastis die je nooit voor drie uur mag drinken. Je kijkt om je heen. Leuke mensen, goede sfeer, iedereen aardig en de drank is heerlijk.

En ieder jaar geef je tenslotte weer een fortuin uit voor de huur van een huis of aan een hotel. Stel je eens voor wat je daar ook voor zou kunnen doen.

Een huis kopen dus.

Zo rond 1998 begon het ons ook te dagen. Ieder jaar de warmte tegemoet van de Provence maar wel altijd alles vooraf moeten regelen. Hoe mooi zou het zijn als je je eigen plekkie had? Ja, heel mooi. Maar vind zo’n plekkie maar eens even.

Je maakt een lijstje waar een en ander aan moet voldoen. Het huis mag geen ruïne zijn want er jaren aan verbouwen gaan we niet doen. Het mag ook niet ergens in de campagne liggen met het dichtstbijzijnde dorp op kilometers afstand. Dat dorp moet ook wel enige levendigheid hebben: een bakker, een café, een restaurantje en op loopafstand graag.

De daarop volgende jaren huur je eens een huis hier en daar en je gaat rondrijden langs alle veelbelovende dorpjes. Dan gebeurt iets nieuws. Die dorpjes zijn niet langer pittoresk om even in rond te lopen maar je probeert de sfeer voor een min of meer permanent verblijf in te schatten. De wereld is opeens anders.

Het café is toch wel wat shabby, dat ene restaurant zit nooit iemand en de steak is als een schoenzool. De bakker heeft niet de allerbeste baguette ooit en trouwens, die mensen zijn best nors. Daarbij is het vier kilometer naar dat leuke huis.

Het volgende dorp is precies wat je dacht maar er is in de verste verten geen leuk huis te vinden. Je begint niet alleen aan jezelf te twijfelen, maar aan de hele onderneming. Hmm, dat wonen in Frankrijk, is dat wel zo’n leuk idee? En wordt het niet eens tijd om door de VS te gaan trekken. Wat begon als een wenkend perspectief is het opeens niet meer.

De drang tot daden zakt wat weg en je gaat gewoon weer eens onbekommerd op vakantie. Op een mooie zaterdag rij je langs een dorpje waar markt is. Je kent het dorpje een beetje, ooit eens langs gereden. Typisch Var, de huizen, de bouw, de hoge huizen met smalle straten. Een paar cafés en een kerkje. Je parkeert de auto en loopt de markt op. Weinig toeristen, en een gezellige drukte. Op het terras van het grootste café is een tafeltje vrij, je gaat zitten en je kijkt eens om je heen. En op dat moment komt het plan weer naar boven. Is dit niet gewoon het dorp dat we bedoelden? Net wat meer dan Le Luc, net wat minder, nou ja, veel minder dan Lorgues. Veel beter dan Le Val. Niet zo toeristisch als Cotignac. Eigenlijk perfect.

Nog diezelfde dag ga je op zoek naar een huis in de buurt en dat is er ook nog eens. In een woonbuurt, het oude huis van de bakker. Op 1,5 kilometer lopen van het dorp, bovenop een bergje. Zeker, er moet heel veel aan worden gedaan maar dat kan ook. Het huis heeft potentie. En als je de bomen ervoor weghaalt en een zwembad bouwt dan heb je ook nog eens prachtig uitzicht tot aan Salernes toe. 

In vier jaar tijd van plan tot aankoop lijkt lang maar is het niet. Je bent niet 24/7 ter plekke en al die mooie dorpjes blijken in de praktijk minder mooi te zijn. Daarnaast kijk je ook met een verkeerde blik. Je moet te veel, je wil te graag. En pas als je gewoon de boel de boel laat blijk je op het terras te zitten van een café waar je jaren zult gaan komen.

Ik kom nu al 17 jaar bij hetzelfde café waar ik ’s morgens mijn koffie drink. De markt is nog steeds fijn en niet al te toeristisch. Je kunt lekker eten in het dorp. Niet top, wel lekker. Het huis is helemaal naar onze zin. Het zwembad is er gekomen en het uitzicht blijft fantastisch. Tot diep in de nacht lig ik erin en kijk ik naar de melkweg.

Tussen toen en nu ligt een lange weg van aankopen, een architect vinden, de verbouw begeleiden, kennismaken met de Franse aannemerij (positief én negatief), de aanleg van een zwembad dat tot op heden nog steeds niet perfect is. 

Tussen toen en nu ligt ook een verdiepte kennismaking met Frankrijk en de Fransen. Je blijft altijd een beetje buitenstaander en je hoort er ook gewoon bij. Niet alles gebeurt vandaag, ook niet bij bijvoorbeeld een lekkage. Morgen is ook goed. Want ach, het leven is mooi en duurt nog lang.

Een huis kopen in Frankrijk, het lijkt zo mooi. Zo romantisch en verfijnd. Je eigen plekje waar je op een stoeltje zit onder de boom met een goed glas. Die romantiek is in de praktijk toch wat minder dan in de boeken. Het is harder werken en het is duurder dan je dacht. Het kost ook meer energie en uithoudingsvermogen dat gedacht.

Maar hoe het ook zij, het was het allemaal waard. 

Slappe politiek

Tags

,

Met verbazing gekeken naar het boerenprotest van gisteren, 14 oktober. Op de wegen in Nederland was het weer druk met trekkers, je zou bijna denken dat protesteren ok is. Voorop een motoragent met zwaailicht en rijden maar. Ik moest toch even denken aan andere protesten van bijvoorbeeld jonge klimaatactivisten waar het minder begripvol verloopt.

Maar goed, men zal zich wel herkennen in de gewone mens. En misschien wordt door dit soort beelden wel een tweedeling zichtbaar in ons land. Aan de ene kant de achterblijvers van de moderne wereld die alle recht hebben om te zeuren, en aan de andere de kosmopolitische kansrijken die niet moeten zeuren. Het zou wel verklaren waarom het gewone volk sympathie heeft voor de boeren maar niet voor klimaatactivisten.

Anyway, ik keek dus met verbazing naar de boerenprotesten. Dat ook daar gannef tussenzit verbaast me niets. Het zijn net gewoon mensen. Dus met je trekker over hekken rijden zonder te weten wat daarachter zit, vooruit waarom ook niet. Dat je daar bijna een fietser mee ombrengt: dingen gebeuren. Dat je de deuren ramt van een democratisch instituut, moet kunnen. Waarom zou je aanbellen tenslotte. En dat je vervolgens een agent te paard aanrijdt: in de emotie doe je dingen nietwaar.

Het zal.

Echt storend wordt het pas als politici, bestuurders als reactie daarop maatregelen intrekken. Dat betekent dat de straat regeert en de politiek reageert. Dat je je zin krijgt als je geweld gebruikt. Het betekent dat je hard moet toeslaan om te weten dat politici draaien als een blad aan een boom.

Provincies keren terug op hun schreden, om de verkeerde redenen.

Op het moment dat in een democratische rechtsstaat als Nederland geweld wordt gebruikt dan is er maar één reactie mogelijk, vasthouden aan je beleid en aan de afspraken. Zoals de CdK in Groningen deed. Geen haarbreed toegeven. Als je zwicht voor geweld dan is vanaf nu alles mogelijk en geoorloofd. Alleen al vanwege het geweld zal de politiek duidelijk moeten maken dat er niets verandert.

Dat een gedeputeerde in Friesland overstag ging is een voorbeeld van hoe het niet moet. Per direct is de beste man ongeschikt voor zijn functie.

Dit wil allemaal niet zeggen dat de boeren geen punt hebben, integendeel. Maar als zij niet snappen wat een democratie is en hoe die werkt verliezen zij recht van spreken.

Het RIVM liegt

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor alchemie

Ergens in het land demonstreren op dit moment boeren door met hun trekkers wegen te blokkeren. Of een provinciehuis. Of een gemeentehuis. Iets.

Nou kun je het met hen eens zijn of niet en ook hier is de wereld weer verdeeld. De meeste Nederlanders koesteren sympathie voor de boeren vanwege een vaag soort nostalgie. Eerlijke, hardwerkende mensen die ervoor zorgen dat de stedeling te eten heeft.

Dat de gemiddelde boer rond de €17.000 per jaar aan EU-subsidie ontvangt is niet echt bekend en dat het voedsel dat we kopen vaak niet uit Nederland afkomstig is, ook niet.

En dat de gemiddelde boer het wisselen van beleid van de centrale overheid meer dan zat is, en waaruit dat blijkt is ook niet precies bekend. Maar dat doet nu niet terzake.

Waar het nu om gaat is de uitspraak vorige week van een van de boeren dat zij naar het RIVM zullen gaan omdat het RIVM liegt. Ik woon in de buurt van het RIVM en op de lokale FB pagina werd al vooruitgekeken naar de drukte die zou komen. Het RIVM liegt, daarom. Erger nog: de meetmethoden zijn niet goed, de cijfers deugen niet en zij doet alles in het diepste geheim. En ja hoor, niet lang daarna gaat het CDA meehuilen met de wolven in het bos en verklaart ook dat het RIVM transparanter moet worden. Jaco Geurts zet vraagtekens bij het RIVM, de volksvertegenwoordiger die kan vertrouwen op instituten, besluit ze niet meer te vertrouwen. Althans, voor de bühne.

En zo betreden we een wereld waarin wetenschappelijk behaalde en getoetste resultaten in diskrediet worden gebracht omdat de resultaten niet goed uitkomen. Je zegt gewoon dat de ander het niet weet, niet goed gemeten heeft, niet transparant is, onduidelijk is, onbetrouwbaar is en je hebt de poppen aan het dansen. Achteraf kun je zeggen dat je best vragen mag stellen over dingen. Of de aarde echt rond is bijvoorbeeld, of de VS niet zelf 9/11 in gang hebben gezet, of Elvis echt dood is, of vaccinatie tot autisme leidt.

Het past in een tendens waarin de laatste jaren instanties worden gewantrouwd. Onderzoeken komen met resultaten die contra intuïtief zijn, zo ook de RIVM rapportage over stikstof. Je zal maar boer zijn en er alles aan doen, en dus heel veel investeren, om je stikstofemissie laag te houden. Dan komt er een politicus, Tjeerd de Groot (D66), die de gegevens van het RIVM gebruikt om te stellen dat de helft van alle koeien weg moet. Op termijn, maar niet te lang. De man wordt vervolgens verketterd en verdacht gemaakt. Hij liegt en zegt het alleen maar uit eigenbelang. De feiten gaan tegen je gevoel is en dus kloppen de feiten niet.

Hegel zei het al: als de theorie niet overeenkomt met de feiten, des te erger voor de feiten.

Wat ik zie is een teruggang naar een voorwetenschappelijke wereld waarin emoties en opvattingen oneindig veel meer waard zijn dan feiten. Waarin gekozen politici instellingen verdacht kunnen maken. Waarin ze gewoon hun domheid kunnen etaleren door te zeggen dat het RIVM niet transparant is. Wat blatante onzin is, want alles, echt alles is te vinden op hun site. Een Tweede Kamerlid dat terug wil naar de tijd van de alchemisten waarin we maar wat konden beweren.

Dat is zorgelijk.

Maar ik zie ook iets dat ik nog zorgelijker vind en dat is dat de acceptatie van dit soort emotioneel geneuzel niet voor iedereen geldt. Greta Thunberg wordt afgefakkeld, klimaatactivisten kunnen geheel niet rekenen op enige sympathie, scholieren die demonstreren voor een schone toekomst krijgen het verwijt niet op school te zitten.

De selectiviteit is enorm. Boeren worden geknuffeld, de CDA’er wordt niet de fractie uitgezet wegens gebrek aan intelligentie en collega politici staan niet op om het RIVM te beschermen en te verdedigen. Men zal de handen niet branden met mogelijk slechte gevolgen voor de volgende verkiezingen.

Mijn conclusie van de laatste weken is heel simpel.

Als je de wetenschap wil ontkennen, doe dat dan vanaf een trekker.

Klimaatreligie

Tags

,

Afbeeldingsresultaat voor thunberg in de vn

Dat het klimaat verandert, daar zal ik niets tegenin brengen. Dat de mens daar een rol in heeft, ook daar zal ik niets tegenin brengen. Laat ik met deze disclaimer beginnen want dat voorkomt veel ellende.

Maar nu mijn punt.

Deze week hoorde ik op NPORadio1 (Dit is De Dag, 10 oktober 2019, vanaf minuut 19) een discussie over het klimaat. Voormalig Kinderombudsman Dullaert sprak mee. Op enig moment uitte Wim Berkelaar twijfels over de mogelijke Nobelprijs voor de Vrede voor Greta Thunberg. Berkelaar noemde haar optreden ‘klimaatpraat’ vanwege allerlei redenen. Die er niet toe doen nu. Dullaert noemde zijn opstelling ‘old school’, deed badinerend en ratelde door. Berkelaar ondersteunde Dullaert op alle punten maar relativeerde het voortdurend praten over het klimaat. “Als ik het zo hoor bent u klimaatscepticus” zei Dullaert vervolgens.

Zo, dat is een argument op schoolpeinniveau. En een moderne verdachtmaking die de wereld verdeelt in goed en slecht. Wat een geleuter.

Laat ik duidelijk zijn. Thunberg heeft heel verdiend de Nobelprijs voor de Vrede NIET gekregen. Wel iemand die werkelijk verschil heeft gemaakt voor zijn land Ethiopië, Abiy Ahmed.

Zij is ook niet de nieuwe Heiland. Maar ze praat ook geen poep en ze is oprecht in haar verontwaardiging. Het is een puber zoals ik aan tafel heb zitten. Mijn puber is bijna 15 en heel zorgelijk over onze toekomst. Hij is daarin, net als Thunberg, authentiek bezorgd.

Wat meer het punt is, is dat er geen normale discussie over het klimaat mogelijk lijkt. Als zelfs Dullaert, toch een intelligente man met het hart op de goede plaats, een relativering ‘old school’ noemt en vervolgens iemand wil afserveren omdat hij van een ander geloof is, is er echt wat mis.

Ik ben niet sceptisch, ik ben optimistisch. Ongeneeslijk. Ik denk, ik weet, dat er nu al ergens in een schuurtje, in een bedrijf of op een universiteit mensen bezig zijn dingen te bedenken die goed zijn voor het klimaat. Dat er de komende jaren mensen opstaan die oplossingen hebben voor alle uitstoot. Zo is het altijd gegaan en zo zal het altijd blijven gaan. Paniekzaaierij is overbodig en kinderlijk. Mensen buitelen over elkaar heen om nog zuiverder in het geloof te zijn en bijvoorbeeld Thunberg te bejubelen.

Ik zal dat niet doen: buitelen noch bejubelen. Ik hou van een koele geest en een goede open discussie. Ook met echte sceptici omdat ik benieuwd ben naar hun drijfveren.

Ik heb op Twitter gezien wat de reacties zijn als mensen negatief waren over Thunberg. De vreselijkste verwensingen kregen zij over zich heen. Terwijl ook in mijn omgeving er mensen zijn die haar toespraak weerzinwekkend vonden. En dan hebben zij het niet over het feit dat daar een zeer bevoorrecht blank westers meisje staat te fulmineren tegen een welvaart die voor haar meer dan normaal is, en voor het grootste deel van de wereld niet. Zijn hebben het ook niet over de subboodschappen die in haar toespraak zitten, dat de tweede en derde wereld het kunnen vergeten nog economisch te kunnen groeien. Zij hebben het wel over de vorm en de zorgen die zij hebben dat zij daar staat namens anderen, volwassenen met een eigen agenda. Dat zij wordt misbruikt.

Dat laatste denk ik dus niet. Zij is oprecht en heeft haar eigen agenda. Wat ik wel denk is dat we de grote emotie even moeten laten voor wat het is en dat er nu mensen, jong en oud, met een koele geest aan zet zijn om vaart te maken met oplossingen.

Hat mag dan wel vijf voor twaalf zijn, maar de doemsklok staat mijn hele leven al stil op die tijd.

En het wachten blijft op de Messias. Nog eeuwen.

Feest! Toen en nu.

Tags

,

Een tevreden mens

Al heel vaak heb ik mijn verjaardag gevierd. Ik ben in de zomer jarig en ik kan me nog herinneren van vroeger dat veel vriendjes dan op vakantie waren. De zon scheen eeuwig en de straat was waar het feestje was. Er is wel een en ander veranderd in de loop der jaren. Afgelopen zomer was ik weer jarig. Dat heb ik uitbundig gevierd en daarmee was de kous af. Dacht ik.

Dat liep anders. Gezin en vrienden wilden het nog verder vieren en dat hebben we dus afgelopen weekeinde gedaan. Ik moet zeggen dat het de moeite meer dan waard was.

Feestjes zijn altijd het moment om weer bij te praten over het leven, de liefde en de vriendschap. Ik herinner me nog de verjaardagen van vroeger. Er kwamen hapjes, heel simpele, op tafel en er stonden altijd cocktailglazen met twee soorten sigaretten op tafel. Mét en zonder filter. Er werd volop gerookt, er werd volop gedronken (vooral bier, jonge klare of een citroentje met suiker) en er werd volop herrie gemaakt. Met z’n allen in een kring en praten, lachen. Mijn vader verwisselde af en toe een plaat.

Die hapjes waren simpel, zoals ik schrijf. Het was een blokje kaas en erop óf een stukje ananas óf een stukje stemgember. Verder was er leverworst en als we sjiek deden dan een asperge uit blik met ham eromheen. Chips met ‘Festival’ dipsaus en natuurlijk pinda’s. Dat was het ongeveer. Geen idee meer hoe laat we begonnen en zeker geen idee hoe laat het werd. Ik lag al lang en breed in bed.

De gasten waren altijd dezelfden: familie, ooms en tantes, de grootouders en wat buren. Maar vooral familie. Soms vind ik ergens een zwart-wit foto van zo’n feestje.

Ik zie mezelf op de foto met een helm op en een zwaard in mijn hand, achter de deur. Ik hield niet zo van drukte. En ik zie mijn vader, lachend en ik heb het gevoel dat ik in de spiegel kijk.

De feestjes nu zijn anders. Ik regel iemand die komt BBQ-en en mijn oudste zoon maakt een playlist zodat we de hele avond muziek hebben. En om te voorkomen dat we achterblijven met wel heel erg veel vaat huren we alles bij een topbedrijf. Voor verrassend weinig geld heb je alles voor 30 personen in huis.

En natuurlijk wordt de familie uitgenodigd voor het feest. Broer en zus met aanhang. En daarnaast heel veel vrienden. In mijn jeugd woonde iedereen in de buurt. Zuilen in Utrecht. Het verst weg was de familie die woonde op Plan Overvecht. Dat was het. Nu nodig ik vrienden uit die in de VS wonen en uit het hele land. De vrienden hebben over de hele wereld gewoond en gewerkt. Men maakt selfies en foto’s. Op Whatsapp zijn er groepen aangemaakt om uit te nodigen, cadeaus te bespreken, voorpret te hebben.

We zijn een generatie verder, in alles. In welvaart, in techniek, in mogelijkheden, in mobiliteit, in huisvesting, in financiële positie. De foto’s van nu lijken niet meer op de foto’s van vroeger. Ze worden bewerkt zodat ze mooier en leuker worden. Ze worden gedeeld op social en uit alle hoeken komen er reacties op. Er staan geen sigaretten meer op tafel en de mensen die wel roken zijn enorm in de minderheid. De Goudse kaas en vervangen door allerlei kaasjes uit allerlei landen. Een andere tijd.

Maar het belangrijkste is niet veranderd. We komen nog steeds bij elkaar om feest te vieren. We eten en drinken. We praten met iedereen die er is en hebben lol. De jarige wordt toegesproken (ik door vrouw en oudste zoon), we raken ontroerd, we worden gejend en liefdevol worden wat slechte eigenschappen benadrukt. De jarige speecht ook en probeert leuk en luchtig te zijn. De kern is dat we het met elkaar goed hebben, dat we van elkaar houden en dat we nog heel veel feestjes met elkaar gaan vieren. Dát is niet veranderd. Dat was in mijn jeugd op Zuilen zo en dat is nu niet anders.

Wat ook niet is veranderd: de tevreden blik van de jarige die alles aanziet en weet dat het goed is.

Ik ben al mijn hele leven tevreden met mijn verjaardag en vandaag weer het meest.

Nog maar een jongen (16-20)

Tags

, ,

Een aanslag op onze rechtsstaat, dat is de moord op advocaat Wiersum. Met deze moord bereiken de mensen achter de dader wat zij willen. Er ontstaat angst en grote voorzichtigheid. Die was er al onder rechters (die spreken het vonnis uit) en Officieren van Justitie (die spreken de eis uit). Ook journalisten worden bedreigd. Maar met deze moord wordt er iets nieuws toegevoegd. Als iemand wordt bijgestaan door een advocaat dan moet ook de laatste vrezen voor zijn of haar leven.

We kunnen niet hard genoeg hierover oordelen.

De moord is gepleegd door een jongen van tussen de 16 en 20 jaar oud. Geen spoor van momenteel en waarschijnlijk is hij doodgemoedereerd afgereisd naar een adres in Amsterdam of Utrecht of Nieuwegein of waar dan ook. Hoe het ook zij: hij leeft in een sociale omgeving. Iemand heeft hem geld beloofd, iemand heeft hem een wapen gegeven, iemand hoort het signalement en denkt ‘dat kan die en die wel eens zijn’. Niemand die in volstrekte isolatie leeft en dingen doet.

Ik acht de kans heel groot dat er mensen om hem heen zijn die weten wat hij gedaan heeft en dát hij het gedaan heeft. Die hem thuis hebben zien komen met meer dan normale aandacht voor het journaal. Of wat dan ook.

Mensen die nu zwijgen. Mensen die het mede mogelijk maken dat dit kon en kan gebeuren.

Ook daar kunnen we niet hard genoeg over oordelen.

En mocht de dader ooit gevonden worden en worden aangeklaagd, dan zal hij worden bijgestaan door een advocaat.

Niet advocaat Wiersum. Die is dood.