Demonisering is hip

Tags

, , ,

Woorden zijn daden. Ieder woord dat ik uitspreek is een handeling. Soms, als ik alleen ben, is de handeling het doorbreken van de stilte. Of een bevestiging van een gemoedstoestand, of een aansporing, of een vervloeking.

De meeste woorden die ik uitspreek spreek ik uit in sociaal verband. Ik breng mijn gedachten naar buiten, ik zorg ervoor dat anderen mijn gedachten kunnen volgen. De taal die ik gebruik verschilt. In de liefde zijn de woorden anders gekozen dan in zaken. Zoals je moduleert in toonhoogte en intonatie, zo moduleer je ook in woordkeuze. Als ik mijn zonen aanzet tot huiswerk gebruik ik het woord ‘schattie’ bijvoorbeeld. Dat zal ik binnen mijn bedrijf nooit doen. Soms als ik word afgezeken door mijn salesmeneer dan zeg ik ‘jij bent ook een schatje’. Aan alles weten hij en ik dat dat anders bedoeld is dan je kinderen liefde toewaaien.

Taal is het cement van de samenleving. Taal zet aan tot actie, verbindt, verklaart, verdeelt, maakt duidelijk, positioneert. Taal is nooit neutraal, taal dirigeert en wil dingen. Taal is ook nooit individueel. Je spreekt de taal van je peergroup of van de groep waar je bij wilt horen.

Demoniseren?

Er is iets vreemds aan de hand in politiek Nederland met taal. Op het moment dat een terrorist zich bedient van taal die één op één te herkennen is als de taal waar sommige politici van bedienen, en je stelt dat vast, dan krijg je het verwijt van demonisering.

Dat is nogal inconsequent.

Een politicus bedient zich van duidelijke taal. Hij stelt bijvoorbeeld dat er een stop moet komen op immigratie (waar hij geen Denen of Britten mee bedoelt overigens), dat Nederland wordt omgevolkt (hij bedoelt geïslamiseerd), dat bepaalde wijken ghetto’s zijn, dat Rutte bloed aan zijn handen heeft als er een terroristische aanslag komt, et cetera, enzovoort. Hij zegt dingen die internationaal ook gezegd worden. In alle Europese landen zijn er partijen die dit roepen. Trump zegt soortgelijke dingen. Met elkaar willen ze een eind aan een in hun ogen failliet immigratiebeleid.

Die taal gebruikt hij om kiesgerechtigden op te roepen op hem te stemmen. Zijn taal is een handeling en hij wil dat anderen hem daarin volgen. Als keizer moet ik me erin herkennen en vervolgens op hem gaan stemmen. Het mooist is het eigenlijk als ik zijn taal ga gebruiken en anderen zo ver krijg op hem te stemmen. Stel, zijn partij wordt de grootste, dan zal hij de overwinning claimen op basis van zijn ideeën en de weerklank daarvan.

Als je dan stelt dat mensen op hem stemmen omdat dat het gevolg is van zijn verbale talent en de kracht van zijn argumenten, dan zal hij dat beamen. Zonder hem immers zouden als die mensen niet op hem hebben kunnen stemmen. Daar is niets mis mee.

Nu een ander geval. Zijn ideeën worden overgenomen door iemand die een stapje verder gaat. Die denkt ‘laat ik van mijn woorden eens een actie maken’. Die vervolgens in Christchurch 50 mensen vermoordt. Zich bedient van terroristentaal.

Op het moment dat er, door wie dan ook, een verband wordt gelegd tussen de woorden, de taal van de politicus en die terroristische daad demoniseer je. Let wel, je zegt niet dat de politicus het heeft gedaan, of dat hij opdracht heeft gegeven. Je zegt dat er door zijn taal, en iedereen die hetzelfde zegt, een klimaat wordt geschapen waarin het ondenkbare plausibel wordt. Haalbaar, passend in een genormaliseerd gesprek over stoppen van migratie, over het een halt toeroepen aan de islam. Dát zeg je. Geen causaliteit, wel samenhang. Op dat moment valt de wereld over je heen en moet je dekking zoeken.

Demoniseren is het willens en wetens woorden en intenties zo verdraaien dat de ander in een zeer kwaad daglicht komt te staan. Dat is iets anders dan constateren dat uitlatingen wel heel erg op elkaar lijken.

Stel, je zegt hetzelfde bij een verkiezingsoverwinnig. Dat zijn winst te danken is aan zijn woorden. Dat de kracht van zijn woorden ervoor zorgt dat het ondenkbare werkelijkheid wordt: de nieuwe partij de in een klap groot wordt. Dán zal hij en zijn aanhang dat voluit beamen. Trots zijn.

Het zou helpen als mensen die worden aangesproken op hun taal consequent zijn en als ze het een durven claimen (de overwinning) dan ook het andere durven claimen (het falen). Dat is een logische keuze.

De mensen die er als de kippen bij zijn om de politicus ter verantwoording te roepen hebben de plicht dat heel geserreerd te doen en heel precies. De dader van een aanslag is de dader en verder niemand. Het verhaal waarin hij gelooft kan worden gedeeld of verwoord door anderen. Ook als de ander die politicus is. Maar de politicus is niet verantwoordelijk voor de daad van de dader. Wel voor zijn eigen woorden. En hij mag daar dus op bevraagd worden.

Mensen die klagen over demoniseren zijn hoogst inconsequent en gebruiken het zoals het hen uitkomt.

Er moet debat mogelijk zijn over de gevolgen van woorden. Anders is de democratie, maar ook de samenleving als geheel dood. Iedereen moet kunnen zeggen wat hij of zij wil, en iedereen moet dat ter discussie kunnen stellen.

Taal is het cement van een goede samenleving.

Advertenties

Engeland is kapot

Tags

, , ,

Ik kan me nog herinneren dat ik wakker werd op 24 juni 2016, en op de radio hoorde dat het VK had gestemd vóór een Brexit. Ik kneep mezelf een paar keer, maar ik was echt wakker. Men wilde uit de EU.

Ik ben pro EU, laat me daar duidelijk over zijn. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat je eruit wilt. Toen ik de analyses zag snapte ik het al beter. De verwende jeugd die weinig historisch besef bleek te hebben was collectief thuis gebleven. Waarschijnlijk met het idee dat het zo’n vaart niet zou lopen. Oude mensen hadden besloten voor de jongeren. Zoals hun vervloekte ouders dat ooit ook hadden gedaan. Nu weer.

Maar goed, het besluit lag daar.

De dagen daarna keek ik op tv naar de overwinnaars. En ik wist: dit wordt niks. Cameron is snel teruggegaan naar een zeer luxe privéleven. Farage, toch een beetje een onbetrouwbare kikker met een kakkineuze stem, die overliep van winnaarsvreugde. Gewoon het volk voorliegen en achter je krijgen, het bleek te werken. En natuurlijk ben je dan trots. Vervolgens vertrok hij naar dat verfoeide EU-parlement om vrolijk alles te declareren wat maar mogelijk is. Boris Johnson, die een prachtbiografie van Churchill heeft geschreven, maar zich ten onrechte daarmee identificeert. Hij is van alles, maar hij wil zeker niet het beste voor het VK. Wel voor zichzelf. Rees-Mogg, de meest 19de eeuwse van het stel. Inmiddels zeven miljoen Pond rijker door de Brexit. Maar ook de charlatan Corbyn die vooral geen uitspraak doet waar enige inhoudelijke kennis uit blijkt. Een fraai stel waarbij het mij een raadsel is dat gewone mensen in hun geklets zijn getrapt. Het maakt je over de menselijke intelligentie niet heel hoopvol.

Brexit kwam. Maart 2019. Waar we nu leven.

Inmiddels zijn we bijna drie jaar verder vanaf het referendum. Noch ervoor, noch erna zijn er concrete plannen gemaakt hoe die Brexit eruit zou zien en vooral hoe je die Brexit doet. En dat blijft verbazingwekkend. De initiatiefnemers van het referendum hadden en hebben geen plan, laat staan een idee over hoe de Brexit moet worden geregeld. De regering May heeft dat ook niet, na bijna drie jaar. We kijken toe vanaf het continent en zien een parlement dat perfect weet te verwoorden waar het tegen is, maar geen clou geeft wat er dan wél moet gebeuren.

En zo stevent men af op een no deal. Een no deal waar een kwart van de Britten van denkt dat er dan niets verandert! Terwijl alles verandert. Van importheffingen, wachten bij de douane tot aan verschuivingen in toerisme en verdwijnen van jong talent naar Europa.

Er is geen held, á la Churchill, die het heft in handen neemt, besluiten neemt en die gaat doorvoeren. May pendelt tussen Westminster en Straatsburg om dingetjes te regelen. Geen grote zaken maar inlegvelletjes. She’s just moving the deck chairs.

Als je complexe zaken simpel voorstelt en denkt dat je ze kunt regelen met een ja of een nee dan gaat het mis. Complex is complex en dat betekent dat je er goed over na moet denken, gebaseerd op feiten en niet op meningen, dat je moet analyseren en een alternatief plan moet bedenken. En pas dan, niet eerder, moet je een besluit nemen. Dat proces is het tegendeel van een referendum. Precies dat is er mis gegaan. En de slechtwillende of incompetente politici maken het er niet beter op.

Zoals Shakespeare als voorzag: “Then shall the realm of Albion
Come to great confusion…”

Engeland is kapot.

Kickboksen

Tags

, ,

Na een week griep op zondag weer naar mijn coach, Hakim, om te kickboksen. Eerst wat rondjes gelopen, wat zaktraining gedaan en wat optrekken. Kijken hoever ik kwam. En toen sparren.

Ik zag daar wel tegenop. Na een week griep met heel veel slapen, snotteren, spierpijn en heel zielig doen was er best een drempel. We begonnen. En, zoals het steeds gaat, na drie stoten zat ik er weer helemaal in. Alles liep lekker, alles liep goed. Wel was ik na twee rondjes gesloopt en moest ik echt even uitrusten. Ik draaide van het energielek.

Maar daar gaat het nu even niet om.

Waar het wel om gaat is dat ik na al die maanden trainen merk dat heel veel automatisch gaat. Waar ik voorheen moest denken bij wat ik deed, nu gaat het in een vloeiende beweging. De juiste stoten, de juiste dekking. Het afhouden van een trap met rechts en er dan links overheen met een mooie hoek. Na een vloeiende jab er met rechts overheen komen en dan dwars er doorheen een rechterknie. Na een leverstoot met dezelfde linkerarm een hoek, draaiend vanuit de heup.

Ik ben daar blij mee als een baby. Nooit had ik gedacht dat punt te bereiken.

Toen ik begon met boksen stond ik stram met mijn armen te stoten. Nu sta ik goed op mijn benen en beweeg vanuit mijn heupen. En dat gaat zo soepel dat ik met minder kracht meer momentum heb en het dus langer uithoud.

Dát punt bereiken in iets wat je doet – sport, werk, leven, koken, lezen, viool spelen, fietsen – , het punt waarop het vanzelf lijkt te gaan en nog goed ook, dat is mooi. Enige hippe jaren geleden noemden we dat flow. Het zal nu wel anders heten, dat weet ik niet. Hoe dan ook, dat punt is top om mee te maken. Ook na een week griep. Zeker na een week griep.

Een goed begin van de week.

Zeist saai? No way.

Tags

, , ,

Verkeersplan 3 maart 2015

Al bijna 20 jaar woon ik in Zeist. Een plaats. Geen dorp, zeker geen stad. Wel zo’n 63.000 inwoners dus klein is het ook weer niet. Saai is het wel. Geen opgewonden toestanden hier, geen opstootjes, geen relletjes. Af en toe een cultureel evenement en eens per jaar het Shantyfestival. Reden om Zeist tijdelijk te verlaten.

Maar die tijd van gezapigheid is nu echt voorbij.

Dat zit zo. Al jaren geleden (2015) heeft het college van B&W in goed overleg met de gemeenteraad besloten iets te gaan doen aan het centrum van Zeist. Er kwam een centrumvisie en de daarbij horende inspraakrondes. Vervolgens kwam er besluitvorming en werd een aantal amendementen van de Gemeenteraad aangenomen. Een volstrekt democratische procedure dus.

De behoefte aan een centrumvisie was wel groot overigens. De leegstand is fors en na het vertrek van V&D leek de ziel voorgoed verdwenen. En nog steeds verdwijnen er wekelijks zaken. Een sjieke kledingzaak, de Levi’s store, een computerzaak, een kookartikelenzaak, et cetera. Voor een bevolking die zeer divers was en is, is het centrum ook echt te groot. Te verspreid en lopen langs lege etalages is nooit leuk. Dat er dus een plan kwam om daar iets aan te doen is heel erg goed. De gemeente stak de nek uit en kwám met een visie. En ja, soms gaan dingen heel traag en ook Zeist heeft een open economie. Winkeliers kunnen zich vestigen en de boel opdoeken.

Naast die centrumvisie was er ook een bijbehorend verkeersplan. De uitvoering daarvan liep anders dan gepland.

Geruime tijd hebben we hier te maken gehad met wegen die opgebroken waren. En niet een week, maar maanden. ’s Morgens files om Zeist uit te komen en ’s avonds weer om erin te komen. Kruispunten die op onnavolgbaar onnozele manier werden omgelegd om maanden later weer in de oude toestand te worden hersteld. Uitvoering en nadenken over gevolgen bleken niet de sterkste kant te zijn van het bestuur. Mijn vermoeden is dat er nooit een verkeerspsycholoog hierbij betrokken is geweest. Ik kan het mis hebben.

Die toestanden zijn verleden tijd. Weinig opgebroken wegen meer.

Wat we nu hebben zijn afgesloten wegen. Opeens blijk je ergens niet meer in te mogen. Waar je gisteren linksaf kon, kan dat vandaag niet meer. Mannen met hesjes bevolken kruispunten om je onbarmhartig terug te sturen. En vervolgens rij je kilometers om.

Het politiek wenselijke argument is dat je meer de fiets moet gebruiken. Maar dan wordt de functie van het centrum niet begrepen. Aangezien funshoppen in Zeist niet echt voor de hand ligt (daarvoor ga je naar Utrecht), shop je heel functioneel. (En ik hoop dat dat nog lang zo is en dat men minder op internet koopt.) Dat betekent dat je hier bijvoorbeeld je huishoudelijke apparatuur koopt, kleding, een stoel, een grote kandelaar, na je werk even snel langs de boekhandel gaat, even langs bij de apotheek, de slijter, de supermarkt, enzovoort. De winkels zijn hier om je te ondersteunen bij je leven en hoe je het inricht. Dat kán per fiets maar veel vaker ook niet. Zeist ís geen grote stad, heeft geen groot centrum en is niet uitnodigend (meer) voor de regio.

Ik denk dat het lange termijneffect van een autoluw Zeist voor winkeliers niet positief zal zijn. Mensen zullen nog meer via internet kopen zodat alles bij je thuis wordt afgeleverd. Mensen gaan altijd voor gemak en dat zal nu niet anders zijn. Ik vind het economisch een ondoordacht plan.

Terug naar de ophef over alle afsluitingen. Facebook is ontploft, de televisie kwam hier langs om met verontwaardigde burgers te praten, de krant schreef erover en men heeft het erover in winkels. Heel Zeist is overvallen door de maatregelen.

En dat is vreemd.

Op 3 maart 2015 is het besluit aangenomen in de Gemeenteraad. Het was een openbare discussie tussen college en gemeenteraad. Allen democratisch gekozen. De uitvoering nu is het resultaat van besluitvorming in de openbare raadsvergadering van die datum. Iedereen, ik ook, had dus op de hoogte kunnen en moeten zijn. Ergens is iets misgegaan. Communicatief is dit niet het beste voorbeeld van een mooi traject. Integendeel. Het had beter gekund. Democratie is ook een plicht van halen en brengen. Van beide kanten.

Hoe het ook zij, we rijden met elkaar meer kilometers in Zeist nu. Het is zoals het is.

Links klimaatgedoe

Tags

, ,

Scholieren, jongeren die demonstreren voor een beter klimaat. Nog niet zolang geleden kon je lezen dat jonge mensen geen idealen meer hadden. Niet meer van het grote verhaal maar van de korte boodschappen waren. En nu opeens is er het grote verhaal van het klimaat.

En, heel eerlijk, ik ben niet voldoende deskundig om alle grafieken en onderzoeken goed te interpreteren. Als ik al een mening heb, dan is die mening gebaseerd op een beeld. Een beeld dat tot stand komt doordat ik alle debatten volg en alle opmerkingen van voor- en tegenstanders van het klimaatalarm.

Wat ik merk in alle discussies is dat er weinig op inhoud wordt gediscussieerd. De klimaatalarmisten buitelen over elkaar heen met maatregelen en suggereren met hun 0,01ºC verschil dat ze precies weten wat zij doen en ook het allemaal 100% kunnen beïnvloeden. De klimaatsceptici daarentegen suggereren helemaal niks maar maken de alarmisten alleen maar verdacht. Zij doen niet eens een poging serieus het gesprek aan te gaan. Ja, oud hoogleraren worden geciteerd als bewijs. Maar die zijn óf echt oud, dus niet meer courant, óf zij waren ooit hoogleraar in de numismatiek. Niet serieus te nemen dus.

Doordat volwassenen met ieder een eigen agenda de discussie kapen weten en voelen jongeren dat zij niet gehoord worden. Zo is het ook. Jongeren zijn lastig.

Waar de volwassenen verzuurd zijn voelen de jongeren hoop. Volwassenen die roepen dat die jongeren eerst maar hun smartphone moeten weggooien, niet meer op vakantie moeten gaan, naar school moeten et cetera, enzovoort. Het zijn domme verbitterde verdachtmakingen vanuit vooral rechtse hoek. Ik vraag me dan altijd af wanneer mensen zo verzuurd zijn geraakt, want geboren word je niet zo.

Maar los van wat mensen van dat hele klimaat denken, het feit dat het verandert is een gegeven. Waardoor dat ook komt. Dat wij als mensen daar ook een effect op hebben is eveneens een gegeven. Ik heb het niet over de grootte van dat effect maar gewoon het gegeven dat het zo is. En als het klimaat ons aangaat en beïnvloedt, en als wij het klimaat beïnvloeden, waarom zouden we dan niet iets positiefs willen bijdragen daaraan? Wat is toch de moeite die mensen hebben met het optimisme van de jeugd? Ik denk dat ik het weet.

De jeugd confronteert de verbitterde oudere mens met zijn eigen falen. De dromen en idealen die je ooit had en hebt ingeruild voor een volwassen bestaan met volwassen verantwoordelijkheden. Dat je ’s morgens voor de spiegel staat en de totale deceptie in je eigen bestaan van de spiegel druipt. Dat je nooit geworden bent wat je wilde en dat dat ook nooit meer gaan lukken. Dat iedere stap die je zet zwaar aanvoelt. Dat iedere optimistische jongere jou laat voelen dat je leven klaar is. Op. Afgerond.

Precies dat is er wat met die zeurpieten op social mis is. Het cynisme van het verspilde bestaan.

Ik hoop dat die stakende jongeren blijven staken. Dat ze oproer veroorzaken, dat zij een toekomst in gang zetten die van hen is en niet van hun ouders. Ik hoop dat mijn kinderen de kansen van een veranderend klimaat zien en aanpakken. Ik hoop ook altijd maar dat ikzelf leef volgens de woorden van Jacques Brel: “être vieux sans être adultes“, oud worden zonder ooit volwassen te zijn. Ik zal jonge mensen met hoop en een ideaal dat positief is altijd steunen. Altijd wel en nooit niet. En met mij weet ik dat velen dit delen.

Het zou mooi zijn als de volwassenen weer even jong worden en meedoen in plaats van af te zeiken. Dat minister Slob niet regentesk is (tut tut tut jongens wat doen jullie nou?), maar met hen aan tafel gaat zitten over hun toekomst. Dat er een klimaattafel komt met jonge mensen met maar één belang, de eigen toekomst. Een tafel zonder lobbyisten van links of rechts. Politiek is namelijk nu niet zo belangrijk.

Het klimaat is niet links. Het klimaat maakt geen onderscheid tussen mensen en meningen.

Begrip voor allerlei hesjes

Tags

, , ,

Als ik lees dat de energierekening omhoog gaat dan wacht ik af wat dat betekent per maand. Als ik lees dat de hypotheekrenteaftrek wordt afgebouwd, dan reken ik de procenten door en pas de teruggave daarop aan. Als ik lees dat het 2 voor 12 is met het milieu dan denk ik na over consuminderen in het nieuwe jaar. Als ik weet dat de BTW omhoog gaat op de meest basale producten, wat ronduit idioot is, dan merk ik dat niet bij het afrekenen. En ook ik weet dat het hele verhaal dat iedereen erop vooruit gaat in 2019 electorale propaganda is.

Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar de kern van mijn leven is dat ik een bovenmodaal inkomen heb. Dat ik weet dat ik niet zonder zit als de lasten stijgen. Dat kan niet eeuwig doorgaan want dan bereik ik wel een plafond. Maar dit jaar komt het wel weer goed. Als de omstandigheden gelijk blijven. Wat ik ook weet dat ik bovenmodaal weerbaar ben als mens. Ik heb veerkracht en strijdlust. Zeker, ik werk me daar drie keer in de rondte voor. Ik investeer in mijn kennis en kunde door nooit stil te zitten en altijd op de hoogte te blijven van alles wat nieuw is. Ik ben iedere dag kritisch op mezelf in mijn werk: iedere dag moet beter en met nog meer focus.

Ik mag me dus enerzijds gelukkig prijzen, maar dat geluk bevecht ik iedere dag weer. Dat doe ik al vanaf mijn 12de toen ik voor mijn ouders naar de MAVO moest en ik besloot dat ik wilde studeren. Toen is mijn strijd tegen afhankelijkheid ontstaan. Dus heb ik MAVO, HAVO en VWO gedaan en toen naar de Universiteit. Omdat ik wil.

Ik weet ook dat er anderen zijn in de maatschappij. Anderen met minder goede uitgangsposities (hoewel die van mij nou ook niet perfect was), met minder geluk, en vooral anderen die iedere week weer moeten kijken hoe ze het redden.

Dat op zich is geen reden om boos te worden. Hoogstens op jezelf. Zeur nooit over waar je bent in je leven, je bent er zelf naartoe gegaan tenslotte.

Wat wel een begrijpelijke reden is tot boos worden is de overvloed van rampscenario’s die over mensen heen komt. Het milieu komt nooit meer goed, wij zijn de laatsten die er wat aan kunnen doen! Nederland moet van het gas af, want anders! Er komen miljoenen vluchtelingen naar Europa! Ons dieet moet volstrekt anders want anders gaat het mis! De hele hypotheekrenteaftrek moet verdwijnen! Weg met het contante geld!

Ik zal zeker nog het een en ander vergeten, maar van al die berichten word ík wat lacherig en gelaten. Maar ik heb vrienden die weten dat bij een afschaffing van de HRA zij hun huis uit moeten en niets kunnen huren. Die al niet weten hoe ze nu hun maaltijden moeten regelen. Die blij zijn een ongeschoolde baan te hebben en bang zijn dat die wordt ingepikt. Die niet weten hoe zij een warmtepomp moeten betalen. Die weten dat ze de komende jaren nooit een elektrische auto kunnen betalen als hun tweedehands diesel de steden niet meer in mag. Die, kortom, het gevoel hebben een wereld in te stappen die de hunne nooit zal worden.

Een goede fatsoenlijke overheid zorgt voor demping van heftige markteffecten. Die zal het niet aanwakkeren met blabla verhalen. Die zal niet triomfantelijk roepen dat dit het beste klimaatakkoord ooit is, zonder te kunnen vertellen wat het dan concreet inhoudt. Een overheid die betrouwbaar is zorgt ervoor dat al die ontwikkelingen worden vertaald in normale taal. Wat betekent dat voor de individuele burgen? Welke zekerheid kan ik mensen bieden? Kan ik beloven dat zij er financieel niet aan onderdoor gaan? Kan ik beleid zo temporiseren dat het effect heel klein is?

Als snelle ontwikkelingen niet kunnen stollen in het alledaagse leven, zodat ik er aan kan wennen en het een plek geven in míjn leven, dán voelen groepen zich buitengesloten, genegeerd. Dán ontstaat het beeld van een elite die zich opsluit in het eigen gelijk, in de eigen zorgeloosheid en zich geen biet aantrekt van gewone mensen die het niet breed hebben.

Veel te makkelijk is het dat te wijten aan individuele verantwoordelijkheid. Dat iedereen dan maar zijn best moet doen om te stijgen op de ladder. Als het zo simpel was dan was het bovenaan de ladder heel druk.

Van het bedrijfsleven kun en hoef je niet te verwachten dat zij zorgen voor die demping van effecten of voor verlaging van het tempo zodat ontwikkelingen kunnen stollen in normen en waarden. Van de overheid móet je dat verwachten. Dat kost geld. Maar hoe het nu gaat kost de rust van de burgers die het betreft. Kost het levensgeluk. Dat is niet goed.

Iedere overheid krijgt het hesje dat zij verdient.

Zuivelvrij leven: crème brulée!

Tags

, , , ,

Je hebt een zoon die op enig moment van zijn leven op de ICU ligt. Allergie. Geen idee waarvoor. Een nacht doorbrengen op een stretcher naast je zoon die bijna dood was. Wakker worden omdat je gepord wordt met de opmerking “pa, je snurkt”. Denken, “Gode zij geprezen, hij is er nog.”

Het is me overkomen.

Na veel onderzoek wordt de oorzaak gevonden: melkeiwit. Die uitslag betekent een totale disruptie van je leven. Vanaf dat moment weet je dat iedere druppel, iedere molecuul melkeiwit het einde van je kind kan betekenen. En overal zit melk in. En nee, boter mag dus ook niet. En nee, een ei is geen zuivel.

Maar er is ook een up side! Ik heb opnieuw moeten leren koken. Zonder zuivel. Altijd en steeds weer. En zo heb ik deze week crème brulée gemaakt zonder melk en room. En dus hier het recept.

Crème brulée zonder zuivel

Wat heb je nodig voor 4 personen:
5 eieren, waarvan 2 heel en drie alleen de dooier
130 gram suiker
vanillestokje (wel goede, geen uitgedroogde Jumbo- of AH-stokjes)
2 dl Oatley Barista
250 ml soja kookroom
beetje maizena

De bereiding:
Verwarm de oven op 150ºC.
Klop met een mixer de eieren met de suiker net zolang tot je een bleekgele mooie romige substantie krijgt. Moet een beetje luchtig zijn.
Verwarm in een pannetje de Oatley met vanille. Deze snij je in lengte eerst open en je verwijdert de zaadjes. Die doe je met het stokje in de oatley en verwarm je mee. Als het handwarm is geworden doe je er de soja kookroom bij en verwarm je al roerend het geheel tot handwarm. Gas uit en een minuutje of tien laten trekken.
Verwijder de vanillestok uit de vloeistof en giet voorzichtig al roerend de warme vloeistof bij het ei-suikermengsel. Niet in één keer omdat je dan het risico loopt scrambled eggs te maken.
Voeg lepeltje maizena toe en mix alles met de mixer goed dooreen. Het moet een mooie egale vloeibare custard worden.

Zet vier ramequins in een ovenschaal. Vul de ramequins tot net onder de rand met het mengsel. Vul de ovenschaal met warm water tot ongeveer op tweederde van de hoogte van de ramequins. Zet ze in de oven voor een minuut of 30.

Als je ze uit de oven haalt is het best nog wel vloeibaar. Laat ze afkoelen op het aanrecht en zet ze in de koelkast om helemaal koud te worden. Je zult zien dat de textuur stevig wordt.

Nu komt het leuke deel: vlak voor het opdienen met een laagje suiker bestrooien en met de brander de suiker karamelliseren. Liefst doe je dat met een goede brander die je voor weinig kunt kopen bij bijvoorbeeld de Hanos. Ik heb ooit uit zuinigheid een Praxis verfbrander gebruikt maar toen stond de broodplak in brand. Is dus niet handig.

Het enige wat je nu nog moet doen is met liefde en aandacht opdienen.

De zoon in kwestie heeft alles tot de laatste druppel opgegeten wat voor hem best wel uniek is.

Ik heb in de afgelopen jaren geleerd alles te bereiden zonder zuivel. Ik bak brood (zit vaak magere melkpoeder in), bak taarten zonder roomboter en zelfs lasagne weet ik goed op smaak op tafel te krijgen. Nog even ik kan een kookboek schrijven.

Ondernemen in het nieuwe jaar.

Tags

, , ,

Het is gewoon maar een datum, 1 januari. Verder niets. Alles in het leven gaat door waar het gebleven was op 31 december. De zon komt op, een mens ontbijt, doet niet zoveel die dag, eet en drinkt maar zeker niet teveel en gaat weer naar bed.

De nuchteren onder ons zien het zo. Denk ik.

Ik niet. Los van het feit dat ik heel nuchter kan zijn is 1 januari niet zomaar een datum. Het is het begin van een nieuw jaar met een nieuw en eigen ritme.

Tot enkele jaren geleden begon mijn nieuwe jaar in september. Dat was voor mij het ritme dat ik had meegenomen uit alle jaren school en studie. La Grande Rentrée heet dat in Frankrijk, de maand dat de scholen weer beginnen en het gewone leven ook. Dat ritme, afronden in juli, augustus vakantie en verjaardag vieren en in september weer aan het werk, heeft lange tijd voor mij het leven bepaald.

Sinds ik verantwoordelijk ben voor business en vooral sinds ik dat ben voor mijn eigen bedrijf is dat totaal veranderd. Januari is nu het afsluiten van het jaar, de balans opmaken en bedenken wat het nieuwe jaar gaat betekenen.

De afgelopen week liep ik dan ook de hele dag rond met van alles in mijn hoofd. Verbeteringen, veranderingen, nieuwe klanten, nieuwe leverancier, marketingacties, pricing, uitbreiden met goede mensen et cetera enzovoort.

Vandaag was iedereen er weer. De stand up die we iedere maandagochtend hebben ging over 2019. Een nieuw jaar en we beginnen weer op 0. Alles en iedereen er tegenaan. Dubbel zo hard en vooral slim werken. Van start up naar scale up. En dan, in juli, weten of het uit gaat komen zoals we willen. Groei en tevreden klanten.

Vandaag besefte ik ook wat voor mazzel ik heb met mijn team. Goede leuke mensen, professionals. Jong en gedreven. Voor sommigen hun eerste baan en dan los kunnen gaan in een start up: hoe mooi kun je het hebben?

1 Januari was een mooie rustige dag. Een mooi begin van een mooi jaar. Nu, bijna een week verder, zitten we weer volop in de business. Rammen nu en niet stoppen voor we ons doel bereikt hebben en dan door.

Het wordt een goed jaar. Zomaar een kalenderdag, 1 januari, is een verschil van dag en nacht. Als je er voor openstaat verandert er veel. Je moet vooral goed willen kijken.

Het wordt nooit meer zoals het was. Beter, dat wel.

Directeur

Tags

, ,

Vanmorgen heb ik hem zien fietsen door de lanen.
Zijn bril flikkerde in de zon.
Er schoot een scherpte door mijn ingewanden,
omdat hij mij gevangen houden kan

zolang hij wil, want duizend wegen leiden
naar Rome, één verkeerd gekozen woord
staat nog dezelfde avond in ’t rapport
en blijft bewaard tot aan het eind der tijden.

Onmacht en rechtloosheid ontbinden
de ziel, die langzaam onpersoonlijk wordt.
Zo zal ze beter passen in het blinde
systeem van kaarten, dat zijn tafel torst.

Verraden krachten richten zich op deze
mens met het enige tekort
dat hij mij zólang zal genezen
tot ik een ander word.

Uit Blauwzuur (1969) Gerrit Achterberg

*De laatste zin luidde oorspronkelijk ‘tot ik me op hem stort’. Deze zin is op aanraden van Roel Houwink gewijzigd.

Verboden in 2019

Tags

, , ,

Ooit, lang geleden toen ik jong was, was de algemeen aanvaarde gedachte dat afwijkend gedrag (wat dat is kom ik zo op terug) alleen te duiden was vanuit de samenleving. Die was de schuldige en het individu was een soort marionet.

Afwijkend gedrag is al het gedrag dat niet werd gesteund door dominante waarden in de samenleving. Omdat iedereen trouwde was ongehuwd samenleven ooit afwijkend. Het homohuwelijk bestond in mijn jonge jaren ook niet. Homo’s wel en die kwamen er ook schoorvoetend voor uit. Afwijken was, kortom een kwestie van meerderheden en minderheden, van groepen en buitenstaanders.

Veel werd niet getolereerd toentertijd. Onbeschoft zijn tegen gezagsdragers bijvoorbeeld. En die groep was groot. Zo was het not done tegen de hoofdmeester op mijn school in te gaan. Als het zover was dat je bij hem moest komen zweette je peentjes. Mijn zonen vertellen nu lachend hoe ze naar Lokaal 100 moeten omdat ze iets hebben uitgevreten.

Waar in mijn jeugd de samenleving door werd gekarakteriseerd was een opdeling in zuilen, katholiek, protestants en sociaal-democratisch, én een grote machtsafstand tussen mensen. De baas was gewoon de baas, de medewerkers waren medewerkers. “Mijn baas en ik tutoyeren elkaar. Althans, hij mij.” Als je voor een dubbeltje was geboren was de kans klein dat je een kwartje zou worden. De grens tussen standen of klassen was helder en scherp.

Afwijkend gedrag, verboden gedrag, werd gezien vanuit de zuil en daarbinnen weer de klasse. Dus in mijn zuil was het voor mijn moeder ondenkbaar bij een RK-bedrijf te gaan werken en ook om daar een zaak van te maken. Het was gewoon zo.

Erg rigide maar tegelijkertijd ook erg duidelijk. Wat mensen er zelf van vonden was niet echt relevant. Het waren structuren die zichzelf in stand hielden, los van individuen.

Zuilen zijn verdwenen, machtsafstanden zijn verdwenen en het hele idee van een groter goed waarbinnen je als individu een plaats hebt ook. We leven in een hyper-geïndividualiseerde samenleving waarin zelfredzaamheid voorop staat. Een mooi neo-liberaal idee, bedacht door hen die het goed hebben. Door hen die het zo willen houden.

Het gevolg is er geen gemeenschappelijke referenties meer zijn waaraan je kunt toetsen of gedrag wel of niet door de beugel kan. Waaraan moet je dat immers toetsen? De pastoor? De hoofdmeester? Bromsnor? De huisarts? Politieke leiders? Wetenschappers?

De toetssteen voor het beoordelen van gedrag is het individu zelf geworden. Los van structuren die iets van richting geven leven we met het humeur van vandaag. Wat afwijkend wordt gevonden, en dus verkeerd, is vooral wat ieder van ons afwijkend vind. Tel daarbij op dat je allemaal een mening mag hebben (sinds wanneer is een mening een visie?), dat alle meningen gelijkwaardig zijn én dat iedereen mag zeggen wat hij vindt en je hebt het over nu.

Nu naar de verboden in 2019.

Mensen zullen zich meer verenigen rond een mening of opvatting om zo op te vallen en in de media te komen. Ik denk dat de Gele Hesjes het in Nederland niet gaan redden, maar dan komt er iets anders. “Ik ben het zat” stond op een van de spandoeken en dat is het algemene gevoel. Ongericht, diffuus alles zat zijn. Niet kunnen zeggen wat dan wel moet gebeuren, vooral aangeven wat weg moet. Van Rutte tot aan buitenlanders. Alles moet weg.

Omdat er geen gemeenschappelijke wereldbeschouwing is zal dit alles niet beklijven. Uiteindelijk zullen deze groepen uiteenvallen in losse teleurgestelde individuen.

Wat wél zal beklijven zijn individuen en (kleine) groepen met een sterk ideologische inslag. Groepen die wél een sterk wereldbeeld hebben. Die de wereld indelen in goed en slecht met een bijna bijbels fanatisme. Die weten wanneer je slecht bent als mens en je daarop aanspreken en etiketteren.

Dus wat wordt verdacht(er) in 2019: Zwarte Piet en iedereen die voor is, of althans niet tegen is. Vleeseters. Mensen met een houtkachel. BBQ fans. Rokers sowieso. Dieselrijders. Witte mannen. Vuurwerk. Alcohol. Gutmenschen en deugdmensen. Links. Moskeeën. Ouderen. Gasfornuizen.

De scheidslijnen die in 2019 scherper worden zijn er twee: mensenrechten en milieu.

Ingevuld door ieder van ons. Zo is het een mensenrecht om Zwarte Piet te houden en zo is het een mensenrecht diezelfde Piet te willen afschaffen. Hetzelfde geldt voor het milieu. Ook daar zal de polarisatie toenemen.

En omdat er niet meer wordt gepolderd, blijft er maar één ding over: verbieden. En waarom? Omdat ik er last van heb. De verbinding zoeken zal in 2019 nog minder gebeuren. De eigen vierkante meter eerst.

Het behaaglijke eigen gelijk. En iedereen die het niet met me eens is, moet weg.