Identiteitsdenken doodt vrijheid

Tags

, ,

Wat ons mensen onderscheid van de dingen en de dieren is dat wij kunnen nadenken over onszelf. Niet het feit dat we bewustzijn hebben want een zekere mate van bewustzijn hebben dieren ook. Maar het feit dat we kunnen nadenken over dat bewustzijn is het onderscheid. We kunnen van een afstand naar onszelf kijken en er een oordeel over vormen.

En dat is niet het enige. Wij als mens zijn fundamenteel vrij. Niet in een morele zin overigens. In een fundamentelere zin: als we geboren worden zijn we niets of niemand, dat gebeurt daarna pas. Natuurlijk eerst door socialisatie, ouders, grootouders, later vrienden en anderen. In de eerste jaren krijg je allemaal dingen aangereikt die je adapteert. Bewust of niet. Maar wat je ook adapteert, en hoe bewust je dat ook doet, het zijn rollen en sociale constructies. En hoeveel moeite dat ook zou kosten, je kunt altijd anders kiezen. Wát je sociaal ook doet, je kunt altijd anders kiezen. Je ligt als mens niet vast.

Dat niet vastliggen, dát is onze fundamentele vrijheid. De vrijheid jezelf te kiezen in of ten opzichte van een situatie.

Zoals Marx al ooit eerder stelde: mensen bouwen hun bestaan maar doen dat met de bouwstenen die voorhanden zijn. Ik was ooit voorbestemd om handarbeider te worden maar heb een andere weg gekozen. Ik heb op geen enkele manier afstand gedaan van mijn komaf maar mijn verhouding daartoe heb ik zelf gekozen. En als ik het wel was geworden dan was ook dat mijn keuze geweest.

Gegevenheden kies je niet, daarin ben je geworpen van de dag van je geboorte af aan. Hoe je daarmee omgaat, wat je daarmee doet is wél wat je kunt kiezen. En dat doen we de hele dag. We kiezen hoe we omgaan met het nieuws, met de politiek, met de vervelende buurman, met de auto die niet start, met het slechte bericht van de dokter, met het slagen van je kind.

Die vrijheid, dat kiezen van je standpunt ís wat ons onderscheidt van dier en ding. De tafel is en blijft de tafel. En hoe vaak ik ook een gesprek met mijn katten tracht te hebben, zij doen wat zij doen en dat iedere dag weer opnieuw. Zij zijn niet vrij.

Die vrijheid wordt vermoord door identiteitsdenkers.

Indentiteitspolitiek reduceert de mens nou juist tot die zaken die gegeven zijn. Je komaf, je gender, je kleur, je cultuur, je sociaal economische status. Zij ontkent ook dat je je verhoudt tot die zaken en dat je daarin kunt kiezen, sterker nog, dat je daarin kiest. Mijn huid kan blank zijn, dat is nou eenmaal het gevolg van mijn ouders’ huidskleur. Wat ik daaraan ontleen behoort tot het rijk der vrijheid en niet der determinatie. Ik kan kiezen mijn blanke huid een teken van superioriteit te laten zijn, maar daarmee kies ik een plek in de wereld. Of ik kan, zoals ik doe, het aanvaarden als gegeven en er niets aan ontlenen.

Ook hoe anderen reageren op mijn huidskleur is een gegevenheid in mijn wereld waarop ik reageer. Hetzelfde geldt voor mijn komaf, mijn man-zijn (wat dat dan ook mag zijn) et cetera. Het zijn gegevenheden waartoe ik mij verhoud. Die verhouding is belangrijk maar (of: én) fundamenteel vrij. Niets of niemand verplicht mij een bepaalde verhouding te kiezen. Als ik kies doe ik dat zelf ook al doe ik dat niet altijd bewust. Ik kan zelfs kiezen vanuit een sociale identiteit: “ik doe dit nu eenmaal want ik kom uit een arbeidersmilieu”, en daar kun je op worden aangesproken. Wat je niet kunt is je verschuilen achter datzelfde milieu. Jij kiest ervoor om zo te doen en niet het milieu.

Dit lijkt haarkloverij maar dat is het niet. Je voelt waar het wringt als iemand je aanspreekt op bijvoorbeeld je huidskleur. De ander ontneemt je je vrijheid en dat voel je ten diepste als onrecht. Je wordt gereduceerd tot iets waar je niets aan kunt doen. Indentiteitspolitiek doet precies dat. Mensen reduceren tot een functie van hun sociale leven.

Ik weiger daarin mee te gaan en ik vind dat iedereen dat moet weigeren. Als wie dan ook de fundamentele vrijheid van de mens zo met voeten treedt dan moet je nee zeggen. Nee tegen framing, van wie ook. Het wapen tegen alle discriminatie in de wereld is niet discriminatie met andere termen, het is weigeren jezelf en anderen te reduceren tot toevalligheden. Mensen moeten worden aangesproken op hun gedrag en keuzes en daarover moet je in gesprek. Dus als ik me als een hufter gedraag dan doe ik dat niet omdat ik bijvoorbeeld een man ben. Dan doe ik dat omdat ik op dat moment mijn man-zijn gebruik als slap excuus. Ík wil worden aangesproken en niet mijn gegevenheden.

Ontneem mij niet mijn vrijheid. Als je dat wel doet zal ik je in alle vrijheid te vuur en te zwaard bestrijden.

Dat de wereld, de anderen mij proberen te reduceren tot kenmerken dat is een feit. Mijn hele white male privilege als cis-gender is momenteel een issue. Daarmee wordt de wereld lekker overzichtelijk en ben ik in een hokje geplaatst. Wát ik ook doe, want dat is volstrekt onbelangrijk. En daar zit het probleem. Ik kan me niet eens meer losmaken van dat sociale construct, want als ik dat doe zullen de zeloten roepen ‘zie je wel, dát doe je vanuit je white male etc etc’. Ik lig dus vast, geketend aan zaken die mij zijn overkomen en daarmee is mijn vrijheid dood. Dat proces is niets anders dan wanneer mensen zeggen dat donkere mensen nu eenmaal lui zijn, of zo lekker kunnen dansen. Het is reductie tot het individu verdwenen is.

De verdwijning van het individu. Dat is wat we momenteel maken. Wij allen staan in de schaduw van een systeem waarin we gecategoriseerd worden. Gereduceerd tot feitelijke gegevens. Meer niet.

Advertenties

Scrummen zonder bal

Tags

, , , ,

Een paar weken geleden twitterde ik de volgende tekst:

Vandaag in een scrummeeting de sprint op drie weken gezet zodat er meer tijd is om te valideren en evalueren wat nodig is voor een iteratie. En toen, opeens, was er een impediment tgv een spike. Story aangemaakt in Jira en tickets verdeeld. #topdag

De tweet is 15.024 keer weergegeven en er waren 831 interacties. #toptweet

Het zette me wel aan het denken. Waarom werd er zoveel op gereageerd? Sommigen hadden meelij met me als ik mijn dagen daarmee doorbracht (nee dus), anderen herkenden hun eigen dagen erin.

Het leeft dus. Waar komt dat vandaan?

Ooit in mijn carrière werd bij het bedrijf waar ik werkte TQM geïntroduceerd: Total Quality Management. Het doel was systematisch alle processen te kaibannen of iets dergelijks. Ik werd projectleider TQM en er kwam een afdeling TQM. En als kwaliteit een afdeling wordt dan weet je het wel.

Niet lang daarna werd het, meen ik, Lean Six Sigma. Ik ging een cursus doen en kreeg een Lean Six Sigma Belt waarmee ik een zekere status verwierf. Waar TQM ging over kwaliteitsdenken, ging Six Sigma over het regelen voor een gemiddeld constante kwaliteit zonder al te veel variantie.

Maar dat was zeker niet het einde. Want vervolgens kwam Prince2 op mijn pad. Al dat kwaliteitsdenken moest projectmatig wel in goede banen worden geleid. En dat gebeurde.

Maar goed, werken doe je met mensen en wie iedereen was wisten we ook niet precies. Waar lag ieders groei en ieders potentie. En dus gingen we aan de slag met MBTI en Insights Discovery. Ik bleek ENTP/J te zijn en mijn kleuren waren dominant rood en geel. Ik kon weer jaren vooruit want opeens kende ik niet alleen mezelf maar ook iedereen om me heen.

Daarna kwam PMO: een goed geleide projectorganisatie die alles zou en kon regelen. De Project Management Officer was een almachtige op afstand van de business.

Next step was scrummen in de ochtend. Een daily stand up waarin iedereen vertelde wat ie ging doen en hoe dat paste in het geheel. Omdat dat wel erg free format was werd een scrum master aangesteld. Die had een beetje rare taak: iedereen moest voor een bepaalde periode aangeven wat ie ging doen. Zo’n periode heet een sprint. De master bepaalt dan samen met het team het belang van al die dingen en dan gaat iedereen aan de gang.

Wat ik ergens nog vergeten ben is ISO. Maar daar heb ik geen andere herinnering aan dan het besef dat een fabriek dat betonnen zwemvesten produceert ISO-gecertificeerd kan zijn.

De precieze volgorde ben ik een beetje kwijt in de loop der jaren maar er zit wel een lijn in. Eerst werd kwaliteit ontdekt als belangrijk onderscheidend vermogen in de markt, vervolgens werd ontdekt dat je de kosten kunt sturen door zo min mogelijk waste te produceren. Omdat dat niet vanzelf gaat moet je de boel in projecten goed beheren. Een Project bestaat uit proejctdeelnemers en om die tot hun recht te laten komen reduceer je mensen tot letter- of kleurcombinaties. Die gaan vervolgens weer alle kanten uit en dus benoem je een projectmanager. Omdat mensen vervolgens het gevoel hebben er niet meer toe te doen praat je iedere dag met elkaar. Maar dan krijg je dat iedereen zijn eigen gang gaat in zijn eigen tempo en dus spreek je af wat je wilt bereiken in een bijvoorbeeld de komende twee weken.

Ik denk dat de volgende stap is dat we met elkaar gaan praten over zingeving in het werk en hoe we vanuit intrinsieke motivatie en groei waarde kunnen toevoegen. Dat klinkt vaag, maar als je dingen doet vanuit plezier en motivatie gaan ze beter. En als je wilt blijven groeien moet je je ontwikkelen op punten die schuren. Zeker en vast wordt daar dan een methodiek bij bedacht waarin we weer moeten passen. Een soort MMI-score: The Mental Mass Index ©

Wat mij door de jaren wel opvalt is de bijna religieuze manier waarop nieuwe dingen worden opgepakt. “Vanaf nu is de toekomst TQM”, heb ik ooit iemand horen beweren. Dat dus. En dat werkt niet omdat er een golfbeweging is van hard naar zacht, van technocratie naar democratie.

Dus niet religieus erin zitten maar licht en relativerend. Mensen zijn geen lettertjes of kleurtjes en processen lopen altijd anders dan je denkt. Het is heel goed om afspraken te maken maar denken dat je scrum board de werkelijkheid is is onzin.

Ooit heb ik een PMO-team meegemaakt dat in een parallel universum leefde waar geen output meer bestond maar slechts intern proces. Dat was een belevenis op zich. Dat het gebruiken van een systematiek een doel op zich wordt waarbij als het ware geen buitenwereld meer nodig is. Ik had dat nog niet eerder meegemaakt.

Daar zit ook de kritiek die ik stopte in mijn tweet. Dat je zo opgaat in het juiste gebruik van een methode dat je vergeet waarvoor je het doet. Meer business, prettiger werken, meer improvisatievermogen, meer flexibiliteit, grotere wendbaarheid.

Als je dat uit het oog verliest verlies je je business.

De Grote Tuinverbouwing

Tags

, , ,

Wij van Homies mochten laatst meewerken aan een bekend tv-programma: De Grote Tuinverbouwing. Het blijkt dat daar zo’n 600.000 mensen naar kijken en de waardering is hoog. Het is dan ook laagdrempelig en vooral gezellig en herkenbaar. Het format is strak. Bij wat je gewone mensen, zoals jij en ik, mag noemen wordt in korte tijd tuin en huis veranderd. De bewoners geven vooraf aan wat in ieder geval niet mag, de muren kanariegeel schilderen of iets dergelijks. Daarna wordt hun huis ter renovatie overgenomen door een leuk en vakkundig team. Het resultaat is altijd prima. Mensen zijn verrast als zij weer terugkomen in hun eigen veranderde huis.

Maar goed. Wij mochten meedoen en daarom was ik ter plekke bij de opnamen. Een gewone buitenwijk van een middelgrote stad. Niet al te oude woningen, veel watertjes er tussendoor en daar weer overheen bruggetjes. De woning in kwestie was deels met hout betimmerd en had een veranda, een porch uit een Amerikaanse film die zich afspeelt in Louisiana. We stonden in de polder van Nederland. 

Iedereen was druk. De tuin was al flink onder handen genomen en ik liep naar binnen. Daar immers zouden wij het alarm aanleggen, zodat de bewoners niet alleen in een nieuw maar ook in een goed beveiligd huis terug zouden keren.

De wijk waarin het huis staat is redelijk eenvormig. Er is geen sprake van één rij verandawoningen maar van hele straten. Een paar straten verderop zijn er woningen met óf links óf rechts een ruime schuur of garage. De bakstenen zijn op kleur uitgezocht. Bruin tot geelbruin. Idem voor de dakpannen. Met behulp van water en bruggetjes wordt een oud dorp gesuggereerd. Geen rechte straten maar met een bochtje. Niet alleen doorlopend maar ook doodlopend. Bruggetje over en dat sta je op een erfje. Aan alle kanten is nagedacht over knusheid. Maar doordat die zo streng is doorgevoerd ontbreekt de ziel. Je voelt dat je loopt in een tekentafelwijk en niet in een organisch gegroeide wijk.

Wat het mooie was van deze dag was de volkomen eigenheid van de woning binnen. Ieder detail, iedere foto was persoonlijk. De spullen in de keuken, de spullen op de tafel, de kleuren van alle muren. Hoe deze mensen in een redelijk eenvormig huis hun volstrekt eigen plek hadden gecreëerd. Alles ademde eigenheid uit.

Wonen in Nederland heeft een buitenkant, een gevolg van ontwerpen in het groot, én een binnenkant. Miljoenen mensen die daar hun eigen woning creëren en ervan genieten. Ook als ze zelf, zoals in dit geval, niet thuis zijn. 

Later zag ik alles terug op televisie en de mensen waren zoals ik het me ook had voorgesteld. Een warm jong gezin. En ze waren verrast over alle mooie veranderingen in hun huis. Over twee maanden hebben ze helemaal hun eigen draai eraan gegeven.

Ik ben blij dat ik hen belangrijke veiligheid heb kunnen geven, met het Homies Alarm.

D-Day en het vrije westen

Tags

, , , , , , ,

Jaren geleden was ik in Arromanches, ergens in het najaar. Het was een droge, koude dag. De hemel was strakblauw. Het was eb en wij liepen het strand af richting zee. In zee lagen de resten van de oorlog, van 6 juni 1944. Bij de waterlijn gekomen draaiden we ons om en zagen dat enorme strand. Ik probeerde me voor te stellen hoe het was geweest die 6de juni.

Over de golven ga je richting Frankrijk. Je bent 18 of 22 of wat dan ook. Je weet dat je eruit moet en je maakt je een voorstelling van wat er dan komen gaat. Je schijt in je broek van angst. Je wilt niet. Je wilt terug naar huis, naar je ouders, naar je vriendin. Je wilt hier weg. Je weet dat alle mannen, alle jongens om je heen hetzelfde willen en voelen.

Dan opeens hoor je dat je je klaar moet maken om van boord te gaan. Dat je je schrap moet zetten. En dan, met gekraak, zwaait de klep open en achter de eersten ga je naar buiten. Tot aan je middel in de zee als je springt. Het getaktak van inslaande kogels. Om je heen vallen leeftijdsgenoten. Dood. Je wordt misselijk en kijkt omhoog, de lijken negerend. En je ziet dat strand, uitgestrekt. En daarachter zie je de oplichtende Duitse mitrailleurs die zwaaiend van links naar rechts kogels uitspuwen. En daar ga je.

Op de plek waar wij stonden waren dit soort jongens aan land gekomen. Tussen de staketsels door, tussen de lijken door, biddend niet te worden geraakt. En nu stonden wij hier in de zon. De wind door de haren. Geluid van meeuwen in de lucht. Hetzelfde uitzicht, het lange lange strand dat oneindig leek. Zelfs nu, in de vrede die we kennen.

In 1944 zat mijn vader in een kamp waar hij twee maanden na D-Day uit werd ontslagen door ingrijpen van de directeur van het Stads en Academische Ziekenhuis te Utrecht. Hij was vrij in een Europa dat werd bevrijd. Op 7 augustus 1944 om precies te zijn begon hij te werken in het SAZU. Vijftien jaar later, ook op 7 augustus, werd ik in hetzelfde ziekenhuis geboren. Dezelfde ik die uitkeek over de stranden van Arromanches.

Geschiedenis is een aaneenrijging van gebeurtenissen die eigenlijk pas achteraf goed zijn te begrijpen. En achteraf weten we hoe blij we moeten zijn met D-Day. Het SAZU is nu een duur appartementencomplex. Arromanches is nu een wat suffig dorp aan de kust met heel veel memorabilia. Mijn vader is in vrede overleden in het UMC, de opvolger van het SAZU. We leven in vrijheid. We kunnen zeggen wat we willen in een taal die de onze is. We hebben 75 jaar geen grote oorlog meegemaakt. Duitsland en Frankrijk zijn bondgenoten en strijden niet meer over stukken land.

Rechtsextremisme bestaat weer volop in Europa, maar ik acht Europa zo sterk dat de totalitaire verleiding niet groot meer kan worden. Ressentiment is er weer jegens bepaalde groepen maar ook daarin ben ik onverbeterlijk optimistisch. Het blijven kleine bewegingen. Geen grote.

Het westen is vrij. Wij zijn vrij. En misschien zijn we daar zo gewend aan geraakt dat we niet eens meer beseffen dat het anders kan zijn. Tegen allen die denken dat de tijd waarin we leven normaal is zou ik het volgende willen zeggen:

Ga naar Arromanches, loop het strand af, kijk om en probeer te voelen wat ik voelde die dag. Je bent nooit meer hetzelfde.

Wij zijn vrij.

Lunchen in Cannes (*)

Tags

, , ,

Cannes is een heerlijke stad om een dag in rond te lopen. De luxe van de Boulevard de la Croisette (met de jongste zoon auto’s kijken terwijl de oudste zich vergaapt in de luxezaken van Moncler et cetera), de heerlijke drukte van de stad en de vele soorten mensen.

In de zomer waren er bijvoorbeeld twee sheiks om te praten met Elon Musk. Niet alleen hadden de heren twee hotels afgehuurd voor hun familie, maar ze hadden ook een power car of 50 meegenomen. Op de Croisette waren die geparkeerd. Mijn jongste zoon zag eerst alleen maar een rij toegedekte auto’s, tot een voor een de dekjes werden verwijderd. Eronder bleken Bugatti’s, Pagani’s, Ferrari’s etc etc te zitten. Onze inschatting was dat er voor minimaal €80 miljoen aan auto’s stond. Je zal maar sheik zijn en bij het ontbijt nog niet weten met welke auto je wilt rondrijden.

Cannes dus.

Vooral in de Rue d’Antibes is er een mooie mix van de oude inwoners die zich nonchalant tussen iedereen door bewegen en de jonge mooie hippe rijke jeugd. Die jongelui met spijkerbroeken met zeer veel slijtplekken en gaten of met de juiste schoenen. Altijd zich zeer bewust van hun plek in de wereld. De toeristen zijn in mei nog redelijke afwezig, wat het in deze tijd van het jaar heel prettig maakt. Het is nog niet enorm druk. Tenminste, als je voor of na het filmfestival in Cannes bent.

Wij hebben altijd onze vaste route. Auto parkeren achter het station, straat doorlopen naar de Rue d’Antibes en acclimatiseren. Wat vaste winkels, waaronder de FNAC, en na een paar uur krijgen we trek. Zin in lunch met uitzicht op de zee.

Voor die lunch hebben we ook een vaste stek gevonden: Plage du Goéland. Perfect gelegen, een mooi strand voor je neus. De bediening is vriendelijk en het eten is prima. Goede wijnen, waaronder goede rosés: wat wil een mens nog meer. Als je reserveert weet je zeker dat je aan het strand zit met het mooiste uitzicht dat je wilt hebben. Gewoon genieten, en dat moet je ook wel want goedkoop is het niet! Maakt niet uit. Je leeft maar een keer en waarom zou je voor een resto in een van de straatjes kiezen als je ook hier kunt zitten?

En de kaart biedt keus te over. Salades, fruits de mer, vis, vlees (zelfs de klassieker niertjes).
Fundamentalisten zouden erover kunnen vallen dat de salade Niçoise met haricots verts is opgeleukt. Dat is tegen de regels. Maar wel lekker.
We hebben in de loop der jaren een en ander aan horeca getest maar dit restaurant komt toch steeds weer als beste naar voren.

Een echte aanrader dus.

Plage Le Goéland,
Boulevard de la Croisette, Cannes
+33 (0)4 93 38 22 05

(*) Eerder gepubliceerd op coteprovence.nl

‘Stoptip!’: Sillans-la Cascade! (*)

Tags

, ,

Het is eigenlijk gewoon een kruising die je passeert als je richting Aups rijdt vanuit het zuiden: Sillans-la-Cascade. Praat je over de Var. Wat vooral opvalt in de zomer is de drukte en dat je niet direct snapt waar die drukte mee te maken kan hebben. Zo gebeurde het ons al jaren. Nooit gestopt.

Tot dit voorjaar.

Niks drukte, het weer was top en dus zijn we gestopt. Vlak voor het dorp is een parkeerplaats. Als je dan de bordjes volgt naar La Cascade zie je dat dat een anderhalve kilometer lopen is. Gewoon doen. Een prachtige wandeling door het bos, steeds bergafwaarts. Mooie plekjes die je voorbijkomt en in de verte hoor je opeens geruis van water. Verder, verder naar beneden en opeens sta je midden in het bos bij een prachtige plek. Schaduwrijk, koel, uitnodigend water dat overigens redelijk koud is. En tussen de bomen door, omhoogkijkend zie je waar het allemaal vandaan komt: de waterval. Hoog, 42 meter, het begin van de rivier La Bresque. Zwemmen overigens verboden.

Op ons gemak teruggewandeld naar het middeleeuwse dorpje. Klein, mooi, een paar terrassen. Op het moment dat wij er waren was er een expositie. Over smaak valt niet te twisten zeg maar, maar ga wel even kijken. Altijd leuk, kunst. Je kunt er eten in een erkende ‘bistrot de pays’, La Cascade in de Grand Rue.

Zo hebben we toch anderhalf uur doorgebracht in het dorp waar we vaak alleen maar langsreden: Sillans-la-Cascade.

Ook gepubliceerd op coteprovence.nl

Twitter sucks

Tags

, ,

Jaren, jaren geleden had ik een etentje met de directie van het bedrijf waar ik toen werkte. We hadden wat te vieren, al weet ik niet meer wat.

Ik zat aan tafel tegenover mijn collega voor HR en zij zat de hele tijd op haar telefoon te kijken. Ik zei daar iets over omdat ik altijd zeg wat ik denk. Ik vroeg of ik niet interessant genoeg was en of zij liever ergens anders was. Met een grijns dat wel. Zij zei dat ze op Twitter keek. Ik zat op dat moment niet op Twitter dus het was ergens rond 2010 schat ik zo.

Ik deed een beetje lacherig omdat ik het echt ongelooflijk idioot vond, dat hele Twitter. En vooral haar gedrag.

En toen nam ik ook een account. Mijn eerste tweet was geloof ik ‘dit is mijn eerste tweet’. Ik begon met het posten van dingen die me opvielen en ik ging ménsen volgen die me opvielen. Omdat zij grappig waren, leuke invalshoeken op de werkelijkheid hadden, een interessante ava hadden, een leuk profiel. Ik ging accounts volgen die me nieuws brachten of over onderwerpen gingen die ik interessant vind: filosofie, wiskunde, wetenschap, koken, literatuur. Ik ging kortom doen wat ik in irl ook doe: omgaan met leuke interessante mensen en lezen.

Omgaan met leuke interessante mensen en lezen.

Ik raakte gegrepen door Twitter. Mijn lieve collega van toen, waar ik nog veel Twittercontact mee heb, heeft me daarvoor redelijk vaak uitgelachen. En terecht. Van rabiaat tegenstander tot hyperactief twitteraar. Alleen een steen blijft bij zijn mening zal ik maar zeggen.

Dat is inmiddels 8 jaar en 36.882 tweets verder.

Twitter is de moderne versie van het dorpsplein. Je komt elkaar tegen, je kletst, je maakt plezier en soms krijg je woorden. En zoals het altijd gaat met groepen mensen, op een zeker moment gaan de gemiddelden naar huis. Zoeken hun bed op, moeten nog koken, willen wat anders doen.

Die overblijven zijn óf de feestvierders óf de querulanten. En dat is wat er met Twitter is gebeurd. De gewone, gemiddelde, gematigde mensen -waar je uiteindelijk het mees mee omgaat en waar je langst mee bevriend blijft- zijn weg. Of staan op een afstand toe te kijken.

Die overgebleven zijn maken ruzie, luisteren niet meer naar elkaar, gaan niet de discussie aan maar komen met jij-bakken. Het zijn de mensen die energie halen uit conflict, uit de scherpte opzoeken. Het zijn mensen met één mening en die dan overal bijhalen. Meestal extreme meningen. Links én rechts.

Twitter sucks.

Twitter was ooit een gezellig feestje. Het is verworden tot een vergadercentrum waar per ongeluk twee radicale groepen op hetzelfde moment een bijeenkomst hebben en elkaar in de lobby tegenkomen. En dan gaat het los.

Soms stap ik ook die lobby in, meestal sta ik aan de rand en zie toe.

Vermoeid Europa

Tags

, , ,

Deze maand zijn de Europese verkiezingen. Ik kijk er naar uit. Ik ga zeker stemmen. Ik vind dat iedereen moet gaan stemmen.

Ik ben behept met de Tweede Wereldoorlog. Mijn vader, in de oorlog in het kam gezeten, en mijn moeder waren jongvolwassen toen WO2 uitbrak. Nog net geen twintig en dan in een bezet land leven. Mijn moeder vertelde over de as die in Utrecht neerkwam na het bombardement op Rotterdam. Ze vertelde over de gefusilleerden die dagen voor de Jaffa op de Vleutenseweg lagen, bij haar om de hoek. Ze vertelde over de Duitsers in haar hoofd die altijd meekeken. Zoveel militairen waren niet nodig om een volk te onderdrukken. Wel de mogelijkheid van terreur.

Mijn vader vertelde helemaal niets. Pas toen de mogelijkheid besproken werd om de ‘Drie van Breda’ vrij te laten (Van Agt wilde dat en pas nu weet ik waarom) mompelde mijn vader dat als dat zou gebeuren zij niet lang zouden leven. Vooral Kotälla.

Rond 4 mei werd het altijd vervelend in huis. Een slapeloze vader. De Waalsdorpervlakte en dan na de twee minuten bij het Wilhelmus een huilende vader. Ieder jaar weer.

Zij hebben op mij en mijn zus overgebracht wat Europa echt betekent. Eerst de EEG en nu de EU. Allerlei landen die met elkaar gemeen hebben dat zij eenzelfde komaf hebben (historisch, cultureel), die alle heel veel meegemaakt en doorstaan hebben, oorlog hebben gevoerd, opnieuw zijn ingedeeld, afspraken hebben gemaakt en -vooral- geen nieuwe grote oorlog zijn begonnen. Frankrijk en Duitsland die normaal met elkaar omgaan en niet twisten over de Elzas bijvoorbeeld.

Europa is een grote familie met vriendschappen, belangen, animositeiten, vervelende ooms en tantes, kleine en grote ruzies maar altijd wel familie. Verbonden.

Om dat een beetje te managen is er een groot apparaat ontstaan dat tussen alle voordelen van Europa en de individuele burgers in is gaan staan. Een technocratische bestuurslaag zonder gevoeld fundament in de samenleving. Dat laatste komt ook door individuele politici zoals bijvoorbeeld Rutte. Als je steeds benadrukt dat je de idiote regels vanuit Brussel weet te weerstaan en dat het enige is wat je doet het belang van Nederland verdedigen, dan zal men de EU als de vijand gaan zien. Een logge ongeïnteresseerde gevoelloze vijand.

De boodschap vanuit onze politieke elite moet veranderen. Rutte moet zeggen hoe het is. Namelijk dat Brussel de optelsom is van alle lidstaten. Dat Nederland daar wordt vertegenwoordigd. Dat ons belang juist ook daar ligt. Van groot, vrede, tot klein, geen grenscontroles bijvoorbeeld.

Europa is niet vermoeid, de mensen zijn niet vermoeid. Wij zijn collectief losgezongen van het gruwelijke verleden van WO2, wij weten niet meer welke shit er ooit was en in welke luxe we nu leven. Het vanzelfsprekende is niet vanzelfsprekend. Dat zijn we vergeten. Huidige generaties zijn dat vergeten. Niet vermoeid zijn we, we hebben geheugenverlies.

Nou ja, we…ik niet. Ik ga stemmen. Zeker en vast.

Een ontroerende brand

Tags

, , ,

Afgelopen week zag ik al heel vroeg op Twitter de brand in de Notre-Dame voorbijkomen. Ik schrok me dood. De uren daarna heb ik het niet meer gevolgd omdat ik bang was voor de afloop: de totale vernietiging van deze kerk. Pas ’s avonds laat durfde ik weer te kijken en was ik klein beetje gerustgesteld.

Ik was ten diepste geroerd door de brand.

Kerken zijn gekke dingen. Van binnen zijn zij altijd groter dan van buiten. Het meest extreme voorbeeld daarvan heb ik ooit meegemaakt in de basiliek van Saint Quentin. Dat is een redelijk onopvallende en niet heel erg mooie kerk in een drukke straat. Vooral de entree ziet er armetierig uit. Maar dan, als je binnenloopt opent zich een ruimte voor je die immens is. Hier ervaar je de werking van goede en juiste verhoudingen. De Gulden Snede in de praktijk, de perfecte verhoudingen, het universum teruggebracht tot een gebouw.

Zelfs de kleinste kerk doet dat met de mens: de verbinding maken tussen jou en iets anders. Voor de een met God, voor de ander met de geschiedenis en voor weer een ander met iemand voor wie je een kaarsje brandt.
Als je je openstelt voor het wonder dan komt het binnen. Het onzegbare.

Ooit, in 1994, liep ik de Sint Willibrord Basiliek in Echternach binnen. Het was een koude heldere winterdag. Er waren geen toeristen, het was stil. Toen ik uit de crypte omhoog liep zag ik de zon die door de gebrandschilderde ramen viel op de muur. In alle kleuren die er zijn. De ruimte was leeg en enorm. Op het moment dat ik dacht “en nu Bach”, begon de organist te spelen. Pa da dam, pa da da dam dam…. God werd plausibel.

Als ik naar de kerk in mijn woonplaats ga en de deuren sluiten zich achter me dan daalt er rust over mij. Ik voel de stilte over mij heen komen en langzaam kom ik in een totaal relaxte toestand. Dat heb ik op geen andere plek.

Los van dit soort ervaringen en betekenisgevingen, verbindt een kerk ons ook met het verleden. Gebouwd ter meerdere ere en glorie van God is het een hoog complex gebouw waar heel veel mensen jaren aan hebben gewerkt. In tijden die niet gemechaniseerd waren, waarin handwerk uiteindelijk leidde tot dit gebouw. Ook dat voel je als je binnenloopt. Het is ook gewoon knap gemaakt.

Dan is er nog de symboliek van de kerk die ons met andere tijden en andere verhalen verbindt. Van het labyrinth op de vloer in Chartres tot aan de heilige Sint Expeditus in Lille, iedere vierkante meter betekent iets. Niets is zomaar gedaan, over ieder detail is nagedacht. Ieder detail vertelt ons een verhaal als we het verhaal willen ontdekken.

Een kerk is op zich een rijke wereld waarin een veelvuldige gelaagdheid zit. Je kunt er oppervlakkig doorheen gaan óf je kunt je erin verliezen. Van laag tot laag. Het maakt niet uit. Het is altijd goed.

Een kerk is een vergevingsgezind gebouw. Je wordt er klein in én heel belangrijk. Je bent alleen én onderdeel van een veel groter verhaal.

Iedere kerk verbindt de mens op de aarde met de hemel. Die verbinding stond deze week in brand.

Dat was de bron van mijn ontroering.

All the King’s horses: Engeland is stuk

Tags

, , ,

Humpty Dumpty

Vooral de laatste dagen moet ik aan het rijmpje van Humpty Dumpty :

Humpty Dumpty sat on a wall,

Humpty Dumpty had a great fall .

All the king’s horses, and all the king’s men,

Couldn’t put Humpty together again.

Humpty Dumpty is een fantasiefiguur uit een kinderrijmpje. Klein, eivormig en onhandig. Waar het mij om gaat is de tekst dat zelfs ‘all the king’s horses and all the king’s men’ niets meer konden doen toen hij uit elkaar viel.

De politiek in Engeland is kapot. Niets is er meer dat die politiek kan maken. De politici zelf doen niets meer voor het land en de inwoners ervan. De aanstichters van de Brexit zijn gevlucht. Cameron is weg, Farage gaat door met zijn sloopwerk op de loonlijst van de door hem zo verfoeide EU. Hij bijt in de hand die hem voedt. Rees-Mogg heeft zijn financiële schapen op het droge. De politici die nu de boel slopen en traineren zullen geen last hebben van de Brexit. De mensen die zij zouden moeten vertegenwoordigen gaan de rekening betalen. Letterlijk.

Als er iets ontbreekt in het VK is het leiderschap. Een leider die opstaat en een einde maakt aan deze wanvertoning waar het parlement eerst de macht grijpt, zelf met alternatieven komt en die dan een voor een wegstemt. Dát is de deconfiture van de democratie. Een stel ongeloofwaardige egoïsten die dit alles zien als een spel, meer niet. Er is niemand meer die geeft om het land op zich. En er dan van opkijken dat mensen de politiek niet meer geloven.

Het gaat me ook echt aan het hart. Ik voel geen Schadenfreude, geen blijdschap of wat dan ook. Ik kijk toe en zie een land zonder leiding, zonder idee van een oplossing naar een Hard Brexit glijden. Stomverbaasd ben ik. Dat is het. Het land waarover ik lees in de memoires van Churchill, waar er duidelijkheid was, eenheid en de zekerheid van een doel. Dat alles ontbreekt. Al meer dan twee jaar heeft deze regering de tijd om alles te regelen en er ligt niets. May is al jaren machteloos heen en weer gegaan tussen Straatsburg en Londen en is vergeten de thuisblijvers te managen.

Het ooit zo machtige Engeland is verworden tot de gemeenteraad van een vechtgemeente. Meer niet.

De beste songtekst over deze situatie komt van The Alan Parsons Project:

“There’s a sign in the desert that lies to the west
Where you can’t tell the night from the sunrise
And not all the king’s horses and all the king’s men
Have prevented the fall of the unwise..”

I rest my case.