Roodborstje

Gisteren in het begin van de avond hoorde ik boven een enorm kabaal. Twee katten in huis, Jaap en Joop, dus dat komt vaker voor. Deze keer duurde het kabaal echter wel heel lang.

Ik holde naar boven en daar zat Jaap voorover gebogen over een piepklein roodborstje. Er was veel omgegooid dus hij was niet zomaar aan het roodborstje gekomen.

Dat was trouwens wel mijn vraag: hoe kwam dat vogeltje überhaupt binnen?

Een kantelraam stond op een kiertje open en waarschijnlijk had het vogeltje daar op de rand gezeten en was gegrepen door deze fijne Noorse Boskat.

Ik pakte het vogeltje op en samen met mijn zoon heb ik buiten zitten kijken of het nog wat zou worden. Geen bloed, geen wondjes, gewoon een klein heel roodborstje dat amechtig ademde. Kleine zwarte kraaloogjes.

Ik ging naar binnen de boel opruimen. Zelfs op het raam zaten afdrukken van kattepoten.

Mijn zoon kwam naar binnen met het vogeltje en zei: “nou pa, ik heb voor het eerst een dood dier in mijn handen. Hij ademde heel snel en toen was ie dood.”

Het roodborstje is tenminste niet eenzaam heengegaan.

Advertenties

Een brullende begrafenis

Afbeeldingsresultaat voor carces l'eglise

Carcès, een zondagochtend. Na brood gekocht te hebben bij onze bakker, hebben mijn zoon en ik wat gedronken bij het café. Het volgende is altijd een kaarsje opsteken in de kerk. Dat schijnt ook te werken als je er niet in gelooft. Mooie rituelen.

We lopen langs de kerk en we zien een condoleanceregister liggen voor de kerk. Dat ligt er om de week wel eens en het gaat dan om mensen van boven de tachtig. Er wordt ook altijd volop getekend en als de dag van de begrafenis is, is het ook altijd druk. De kerk vult zich, de jonge pastoor gaat voor en men verlaat de kerk. Achter de auto aan loopt men naar de begraafplaats zo’n 500 meter verderop.

Zo gaat het meestal.

Deze zondagochtend ging het allemaal iets anders. We, mijn jongste zoon en ik, liepen langs het register en ik zag dat het ging om een jonge vent van 27. Dat komt altijd anders binnen dan een tachtigjarige. Die heeft een lang gevuld leven achter de rug en als het meezit was dat een mooi leven. Als je 27 bent ligt dat anders. Dan hoor je niet te sterven. Dan hoor je te dromen over je leven en alles wat er nog gaat komen. Je gang naar de begraafplaats moet zijn achter de kist van familie op leeftijd, eventueel opa of oma. Meer niet.

Zelf hoor je niet in een kist te liggen. We schrokken er dus samen van en spraken erover op weg naar huis. En we bespraken het bij het ontbijt. Als ouders voel je wat er allemaal achter zo’n bericht zit.

Een paar dagen later waren we natuurlijk weer in het dorp en toen was de mis gaande voor de uitvaart. Voor de kerk stond de rouwwagen, altijd een busje, en erachter stonden wat motorrijders. Een stuk of zes.

De deuren van de kerk stonden open en de kist werd naar buiten gedragen en in het busje geschoven. Toen kwamen de mensen naar buiten en onder hen een groot aantal in voetbalshirts. De jonge man die dood was was een sportliefhebber, zoveel was wel duidelijk.

Na een vijftal minuten, diepe stilte ook op ons terras, werd het busje gestart en toen brak de hel los. Beetje rare uitdrukking in deze context maar zo klonk het wel. De motorrijders startten hun motoren en gaven vol gas. Niet een keer maar vele keren. Zeer luid. Iedereen schrok zich dood. Toen het busje begon te rijden reden de motoren erachter aan met hetzelfde kabaal. De hele hoofdstraat door met meer decibellen dan goed is voor de mens. Tot aan de begraafplaats hoorden we hen.

Indrukwekkend en verwarrend was het zeker.

Later hoorden we dat de man in kwestie zich had doodgereden op zijn motor. Dat hij jong en heel sportief was en een mooie toekomst voor zich had liggen. Ineens was alles gestopt.

We waren erg onder de indruk van deze brullende begrafenis. Mooi ook.

Een raar land.

Tags

, , , ,

Er zijn er die het land haten. Wat zij die dat doen erover zeggen is dat het wel mooi is maar de inwoners zo arrogant zijn. Nooit aardig. En ook dat je er niet lekker kunt eten. En ook overigens dat de dorpen saai en leeg zijn. Dat er niets te doen is. Dat het, kortom, een land is dat je beter kunt mijden.

Er zijn er die van het land houden. Die een beetje de taal spreken en er dan achterkomen dat de bewoners eerder schuchter zijn dan arrogant. Die weten dat niet alle dorpen opwindend zijn maar dat niet heel erg vinden. Dat het, kortom, een land is dat je moet omarmen zodat het land jou omarmt.

Frankrijk.

Ik hoor tot de tweede groep mensen. Ik hou van Frankrijk en ik hou van de Fransen. En zeker, de allereerste keer dat ik er was – in Parijs – trof ik niet anders dan afstandelijke norse mensen aan. Ik sprak geen woord Frans en ik ontmoette geen enkele hulp. Mijn Engels was niet goed besteed.

Dat is vele jaren her. Inmiddels spreek ik Frans, heb ik een tijdje in Parijs doorgebracht en kom ik met mijn gezin alweer 17 jaar in de Var, in een klein dorpje met een paar duizend inwoners.

En het ís een raar land. Althans, in onze ogen. De mensen hebben een hekel aan Parijs, vooral de politiek in Parijs, én verwachten dat datzelfde Parijs wel met een oplossing komt voor de lokale problemen. Die zijn groot. De armoede in de Var is groot en de crisis laat nog steeds zijn sporen na. Winkels sluiten, mensen hebben geen of weinig vangnet en als je rondloopt op de avondmarkt zie je dat er niet veel welvaart is. In een dorp verderop, Le Luc, wordt al jaren gebouwd aan een miniatuurparijs door de gele hesjes. Zij waken erover en spreken je aan als je er langskomt. Zij fulmineren tegen de politiek en eisen ingrijpen door diezelfde politiek.

Het Front National is in bijna alle dorpen de grootste.

De tradities worden in ere gehouden. La France Profonde tegen Parijs tot aan de jaarlijkse feestjes die met verve gevierd worden. Ieder jaar zijn er naast 14 juli allerlei redenen om met elkaar feest te vieren. Dan is er kermis en op het grote plein is er bijvoorbeeld een Grand Aïoli. Met elkaar eten aan lange tafels waarbij een zangeres liedjes zingt van Edith Piaf. Vals.

Deze zomer kwamen we terecht op zo’n feestje, zonder dat we dat overigens vooraf wisten. We wilden wat eten en schoven aan. Eén menu was er: koude pasta vooraf, pizza en ijs na. En wijn, veel wijn.

Het terras zat bomvol en er was een DJ. Veel muziek met heel veel lichteffecten. Het oogde allemaal wat goedkoop. Op enig moment draait hij een voor mij onbekend nummer en binnen drie minuten staan er zo’n twintig vrouwen collectief hetzelfde dansje uit te voeren. Een soort line dancing maar dan net anders. Simultaan exact dezelfde pasjes. Daarna de Macarena en nog zo het een en ander. De andere mensen, vooral mannen, op het terras klapten, zongen mee en hadden plezier. Het dorp vierde feest en hoe. ’s Avonds was er natuurlijk vuurwerk.

De volgende dag kom je elkaar weer tegen op het terras en bij de bakker. Twee zoenen en zeggen dat het een leuk feestje was. Dat er nu gewoon weer hard gewerkt moet worden. En hard werken doet men. De winkels zijn vroeg open tot laat op de dag. Veel mensen hebben werk in de wijnbouw. Slechts enkelen zijn daar rijk mee geworden, de rest zeker niet. Mensen klussen veel bij. Maken zwembaden schoon, doen klusjes. Sommigen rijden naar Nice, anderhalf uur rijden, om daar te werken.

Mijn ervaring is dat als je een beetje de taal spreekt en je best doet, de Fransen niet afstandelijk of arrogant zijn. Integendeel. Verwelkomend en open. En ik weet ook wel dat ik er nooit bij zal horen, nooit echt. Maar dat is mijn doel ook niet. Als ik dat zou willen dan moet ik er gaan wonen. Dan lukt dat wel.

Ik weet ook dat als je in oktober door de Bourgogne naar het zuiden rijdt en daar door dorpjes komt er echt helemaal niets te doen is. Geen restaurants die uitnodigend open zijn, geen flamboyante cafés. Niets. Wel in de steden, niet in de dorpjes. Dat is in de Var niet anders. Dichtgeplakt met oude kranten noemde mijn moedertje dat.

Maar als je een neus voor Frankrijk hebt dan kijk je verder. Dan zie je dat niet alles dicht is en dat je wel lekker kunt eten. De de lucht gevuld is met de geur van open vuur als de boeren zich gereedmaken voor de winter. Dat in de verte het geknal van de jacht is te horen. Dat de wijnvelden langzaam tot roodbruin verkleuren en dat de lucht steeds kouder wordt. Dát zijn de dagen waarop mijn liefde voor Frankrijk nog groter is. Het moment op het terras waar dat nog net kan qua temperatuur, met een goed glas en soms een vleug tabaksrook van de buurman die zo op Steven Seagal lijkt.

Gelukkiger kun je me niet meemaken.

Een mooi dagje Monaco (*)

Tags

,

1976, het jaar dat ik voor het eerst in Monte Carlo was met mijn ouders. Ik herinnerde me er niet veel van. Een groot plein voor het Casino waar een agent met een azuurblauw pak en een witte helm het verkeer stond te regelen. Meer niet.

2019, mijn jongste zoon wil naar Monaco om daar over het F1 circuit te kunnen lopen. Zeg daar maar eens nee tegen. Dus na bijna twee uur rijden parkeren we in een van de vele parkeergarages en komen boven direct op het plein dat ik me herinnerde uit mijn jeugd. Niets groot en leeg! Druk en vol met de duurste auto’s die je je kunt voorstellen. Kentekens uit de vele landen. Veel Russen, viel mij op.

Enfin: met een zoon door Monaco lopen die gek is van F1 is heel leuk. Inderdaad het circuit, dè tunnel en veel merchandising. Een zaak aan het begin van de tunnel waar je werkelijk alles kunt kopen over de F1. Tot een leren jas van veel te veel Euros toe.

Daarnaast is het ook gewoon kijken wat rijkdom is. Echte rijkdom.

De etalage van Cartier met sieraden die ik gedurende mijn gehele werkzame leven niet bij elkaar zal sparen. Het casino waar je als plebs wel in het deel met de slotmachines mag komen maar verder ook niet. De boten in de haven: groot, groter, grootst.

Het is een uitstalling van weelde en welvaart. Het enige goede is dat de dure auto’s hier gewoon worden gebruikt om in te rijden en niet alleen maar om te laten zien dat je er een hebt. Gebruiksvoorwerpen dus.

Ik dacht met een uurtje wel klaar te zijn maar we zijn er een dag geweest. Wandelend, kijkend, een lunch pakkend. En om heel eerlijk te zijn, de lekkerste straat vond ik waar de start van de F1 plaatsvindt: de Boulevard Albert 1er. Een Franse boulevard met café’s, winkels en drukte.

Kortom, een mooie bestemming voor een dag en je kunt je er ogen uitkijken.

(*) Ook gepubliceerd op https://www.coteprovence.nl/een-mooi-dagje-monaco/

Speedboattocht in de Golf van Saint Tropez (*)

Tags

, ,

Jarig zijn in augustus heeft zo zijn voordelen.

Ik vier het altijd in de Var bijvoorbeeld. Er is altijd Tarte Tropézienne én champagne. Dit jaar kwam er nog eens iets fantastisch bij: een boottocht vanuit Cogolin. Wat ik niet wist was dat de boot een heel snelle zou zijn. Met zijn achten aan boord waarbij de kapitein ons verwelkomde, en toen vertrokken we pruttelend uit de haven.

Het was een ruige zee en dat hebben we geweten. We waren nog niet buitengaats of we hobbelden alle kanten op. Maar wat een ervaring! De zee op, en Saint-Tropez zien opdoemen, een scherpe bocht naar links en dure huizen kijken. Wat zwemmen in de baai en weer door naar een klein toprestaurantje (1) aan zee.

Voor anker gaan en afgehaald worden met een klein bootje om even later aan het strand heerlijk te lunchen.
We hadden de boot een hele dag en de kapitein was zeer flexibel. Daarna zijn we verder gevaren naar Plage de Pampelonne, clubs kijken, en van daaruit met een zeer ruime bocht over zee weer terug. En toen ook voluit met 300 pk, stuiterend over de golven.

We vertrokken om 11 uur en waren iets na 17 uur weer terug. Het was een memorabele dag, én aan te raden. Het kost wat maar dan heb je ook wat.
De boot hadden we gehuurd bij Houseboat (2). De telefonische contacten waren wat stug, ondanks dat alles in het Frans was, maar eenmaal daar waren de mensen vriendelijk en zeer meegaand. We kregen zelfs een upgrade naar een grotere en snellere boot.

Wat wil een mens nou nog meer voor zijn verjaardag?

(1) LesGraniers
1 Plage des Graniers, 83990 Saint-Tropez (Var)

(2) Houseboat
29 Quai de La Galiote, 83310 Cogolin (Var)

(*) Ook gepubliceerd op https://www.coteprovence.nl/speedboattocht-in-de-golf-van-saint-tropez/

Futiele feiten

Tags

, ,

Drie weken van een afstand naar Nederland kijken. Dat heb ik gedaan. Iedere ochtend mijn digitale krant lezen en na maximaal tien minuten klaar zijn. Zoveel gebeurde niet. Het was zomer immers en dan lijken gebeurtenissen zich ook koest te houden. Pas als mensen weer dingen gaan doen komen er ook gebeurtenissen.

Hoe dan ook: van een afstand was Nederland een paradijs waarin alles voortkabbelde. Tot ik zo af en toe ook eens op Twitter keek. Daar was het als vanouds oorlog, strijdgewoel, gedoe, geruzie enzovoort.

Twitter nodigt uit tot het uitvergroten van heel kleine zaken tot enorme proporties. Futiliteiten worden groot nieuws. Soms veroorzaakte ik het zelf. Door bijvoorbeeld te reageren op een tweet van een bekende ruziezoeker. Dom, dom, dom. Tot dagen daarna kreeg ik heel veel shit in mijn timeline van zijn trollenleger. Twitteraccounts, vaak anoniem, met maximaal 150 volgers die opkwamen voor hun held.

Bijzonder.

Ik werd er moedeloos van.

De relativering hiervan is natuurlijk dat het slechts Twitter is. Dat op Twitter ook slechts een deel van de mensen actief is en dan ook nog eens het deel met veel negativiteit. In het echte leven kom ik hen niet tegen.

Nederland is een paradijs waarin mensen boos zijn. Er alle ruimte voor hebben. Mensen die beweren dat we hier in een dictatuur leven en dat dag in, dag uit doen, zonder te worden opgepakt. Mensen, politici ook, die willen dat we uit de EU stappen omdat dat echt beter zou zijn voor ons. Het komt allemaal voorbij. Complotgekkies die continu de lokale temperatuur tweeten om aan te tonen dat het klimaat helemaal niet verandert.

Soms reageer ik met feiten om bijvoorbeeld te laten zien op welke plaats Nederland in allerlei ranglijstjes staat. Steevast bij de beste presterende landen. Maar feiten maken geen enkele indruk meer. Het gaat om perceptie. En als de perceptie negatief is dan zijn feiten te wantrouwen. Sterker nog: feiten die het wantrouwen tegenspreken versterken het wantrouwen.

En dat alles bezien vanaf mijn bergje, diep in Frankrijk. Een land met een armoede die we hier niet tegenkomen. Met een wantrouwen, niet ten opzichte van feiten maar ten opzichte van politici in Parijs. Een land ook waar mensen met elkaar ’s morgens om 10 uur op het terras de stand van zaken bespreken en er nog een glas op drinken. Waar mensen boos zijn maar ook weer niet tè boos want dan heb je een slecht leven. En dat is al niet te best.

Het zou ons land helpen als en wanneer we onszelf niet al te serieus zouden nemen. Idem onze perceptie: die is altijd voorwaardelijk waar. Percepties kunnen geheel los staan van de werkelijkheid zoals die is. Percepties zijn meningen, overtuigingen, privé constructies, meer niet. En als we die ook niet al te serieus nemen dan worden we met elkaar ook wat relaxter. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen, niemand uitgezonderd, tien jaar geleden andere overtuigingen had dan nu. En over tien jaar weer. Die relativiteit ten opzichte van jezelf voelen werkt heilzaam.

Nederland is het minst slechte paradijs denkbaar en laten we daar een glas op drinken. En voordat de discussie grimmig wordt nog een glas. Gewoon, omdat hoe dan ook we het met elkaar moeten doen. Er is geen keuze.

De feiten zijn nu eenmaal wat zij zijn.

Modern stotteren

Tags

, , ,

White privilege!

Twee woorden die volop worden gebruikt op social waarachter een wereld schuil gaat. Een wereld met louter negatieve connotaties. Als white privileged mens sta je aan de verkeerde kant van de gehele geschiedenis van de mensheid. Je bent – of je wil of niet – medeschuldig aan heel erg veel naars. Vroeger, ook toen jíj nog in de Munnikenboom zat, maar ook nu.

Mansplaining!

Nog zo een. Ik hoorde Mei Li Vos tijdens een debat dit uitkrijsen en wist dat de PvdA hiermee verloren is. Ook hierachter gaat een wereld van slechtheid schuil. En als man kun je er niet aan ontsnappen.

Cisgender gedrag.

Hoppa. Als je hetero bent, wat je niet meer mag zeggen denk ik, dan vertoon je cisgender gedrag. Heel fout. Heel erg bevooroordeeld ten opzichte van alles wat dus niet hetero, excuses, cis is.

Micro agression.

En daar gaan we: ik hou de deur open voor een vrouw en vertoon daarmee micro agression. Ik maak haar daarmee kleiner dan ik ben en daarmee doe ik iets heel erg fouts.

Ik kan doorgaan maar doe dat niet. Het gebruik van deze termen is modern stotteren. Je roept iets en iedereen weet dat jij aan de goede kant staat en de ander niet. Je brengt een scheiding aan tussen mensen die deugen, vooral jijzelf en de jouwen, en hen die niet deugen. En ook niet eens kúnnen deugen want tja, je bent nou eenmaal man of wit of allebei.

Het zijn uitroepen van mensen die een gitzwart mensbeeld hebben waarin er alleen in goed en slecht gedacht kan worden. De gebruikers van deze termen kijken ook nooit positief naar de wereld. Het is allemaal kloten.

Als mensen op die manier tegen mij stotteren dan sluit ik de oren.

Identiteitsdenken doodt vrijheid

Tags

, ,

Wat ons mensen onderscheid van de dingen en de dieren is dat wij kunnen nadenken over onszelf. Niet het feit dat we bewustzijn hebben want een zekere mate van bewustzijn hebben dieren ook. Maar het feit dat we kunnen nadenken over dat bewustzijn is het onderscheid. We kunnen van een afstand naar onszelf kijken en er een oordeel over vormen.

En dat is niet het enige. Wij als mens zijn fundamenteel vrij. Niet in een morele zin overigens. In een fundamentelere zin: als we geboren worden zijn we niets of niemand, dat gebeurt daarna pas. Natuurlijk eerst door socialisatie, ouders, grootouders, later vrienden en anderen. In de eerste jaren krijg je allemaal dingen aangereikt die je adapteert. Bewust of niet. Maar wat je ook adapteert, en hoe bewust je dat ook doet, het zijn rollen en sociale constructies. En hoeveel moeite dat ook zou kosten, je kunt altijd anders kiezen. Wát je sociaal ook doet, je kunt altijd anders kiezen. Je ligt als mens niet vast.

Dat niet vastliggen, dát is onze fundamentele vrijheid. De vrijheid jezelf te kiezen in of ten opzichte van een situatie.

Zoals Marx al ooit eerder stelde: mensen bouwen hun bestaan maar doen dat met de bouwstenen die voorhanden zijn. Ik was ooit voorbestemd om handarbeider te worden maar heb een andere weg gekozen. Ik heb op geen enkele manier afstand gedaan van mijn komaf maar mijn verhouding daartoe heb ik zelf gekozen. En als ik het wel was geworden dan was ook dat mijn keuze geweest.

Gegevenheden kies je niet, daarin ben je geworpen van de dag van je geboorte af aan. Hoe je daarmee omgaat, wat je daarmee doet is wél wat je kunt kiezen. En dat doen we de hele dag. We kiezen hoe we omgaan met het nieuws, met de politiek, met de vervelende buurman, met de auto die niet start, met het slechte bericht van de dokter, met het slagen van je kind.

Die vrijheid, dat kiezen van je standpunt ís wat ons onderscheidt van dier en ding. De tafel is en blijft de tafel. En hoe vaak ik ook een gesprek met mijn katten tracht te hebben, zij doen wat zij doen en dat iedere dag weer opnieuw. Zij zijn niet vrij.

Die vrijheid wordt vermoord door identiteitsdenkers.

Indentiteitspolitiek reduceert de mens nou juist tot die zaken die gegeven zijn. Je komaf, je gender, je kleur, je cultuur, je sociaal economische status. Zij ontkent ook dat je je verhoudt tot die zaken en dat je daarin kunt kiezen, sterker nog, dat je daarin kiest. Mijn huid kan blank zijn, dat is nou eenmaal het gevolg van mijn ouders’ huidskleur. Wat ik daaraan ontleen behoort tot het rijk der vrijheid en niet der determinatie. Ik kan kiezen mijn blanke huid een teken van superioriteit te laten zijn, maar daarmee kies ik een plek in de wereld. Of ik kan, zoals ik doe, het aanvaarden als gegeven en er niets aan ontlenen.

Ook hoe anderen reageren op mijn huidskleur is een gegevenheid in mijn wereld waarop ik reageer. Hetzelfde geldt voor mijn komaf, mijn man-zijn (wat dat dan ook mag zijn) et cetera. Het zijn gegevenheden waartoe ik mij verhoud. Die verhouding is belangrijk maar (of: én) fundamenteel vrij. Niets of niemand verplicht mij een bepaalde verhouding te kiezen. Als ik kies doe ik dat zelf ook al doe ik dat niet altijd bewust. Ik kan zelfs kiezen vanuit een sociale identiteit: “ik doe dit nu eenmaal want ik kom uit een arbeidersmilieu”, en daar kun je op worden aangesproken. Wat je niet kunt is je verschuilen achter datzelfde milieu. Jij kiest ervoor om zo te doen en niet het milieu.

Dit lijkt haarkloverij maar dat is het niet. Je voelt waar het wringt als iemand je aanspreekt op bijvoorbeeld je huidskleur. De ander ontneemt je je vrijheid en dat voel je ten diepste als onrecht. Je wordt gereduceerd tot iets waar je niets aan kunt doen. Indentiteitspolitiek doet precies dat. Mensen reduceren tot een functie van hun sociale leven.

Ik weiger daarin mee te gaan en ik vind dat iedereen dat moet weigeren. Als wie dan ook de fundamentele vrijheid van de mens zo met voeten treedt dan moet je nee zeggen. Nee tegen framing, van wie ook. Het wapen tegen alle discriminatie in de wereld is niet discriminatie met andere termen, het is weigeren jezelf en anderen te reduceren tot toevalligheden. Mensen moeten worden aangesproken op hun gedrag en keuzes en daarover moet je in gesprek. Dus als ik me als een hufter gedraag dan doe ik dat niet omdat ik bijvoorbeeld een man ben. Dan doe ik dat omdat ik op dat moment mijn man-zijn gebruik als slap excuus. Ík wil worden aangesproken en niet mijn gegevenheden.

Ontneem mij niet mijn vrijheid. Als je dat wel doet zal ik je in alle vrijheid te vuur en te zwaard bestrijden.

Dat de wereld, de anderen mij proberen te reduceren tot kenmerken dat is een feit. Mijn hele white male privilege als cis-gender is momenteel een issue. Daarmee wordt de wereld lekker overzichtelijk en ben ik in een hokje geplaatst. Wát ik ook doe, want dat is volstrekt onbelangrijk. En daar zit het probleem. Ik kan me niet eens meer losmaken van dat sociale construct, want als ik dat doe zullen de zeloten roepen ‘zie je wel, dát doe je vanuit je white male etc etc’. Ik lig dus vast, geketend aan zaken die mij zijn overkomen en daarmee is mijn vrijheid dood. Dat proces is niets anders dan wanneer mensen zeggen dat donkere mensen nu eenmaal lui zijn, of zo lekker kunnen dansen. Het is reductie tot het individu verdwenen is.

De verdwijning van het individu. Dat is wat we momenteel maken. Wij allen staan in de schaduw van een systeem waarin we gecategoriseerd worden. Gereduceerd tot feitelijke gegevens. Meer niet.

Scrummen zonder bal

Tags

, , , ,

Een paar weken geleden twitterde ik de volgende tekst:

Vandaag in een scrummeeting de sprint op drie weken gezet zodat er meer tijd is om te valideren en evalueren wat nodig is voor een iteratie. En toen, opeens, was er een impediment tgv een spike. Story aangemaakt in Jira en tickets verdeeld. #topdag

De tweet is 15.024 keer weergegeven en er waren 831 interacties. #toptweet

Het zette me wel aan het denken. Waarom werd er zoveel op gereageerd? Sommigen hadden meelij met me als ik mijn dagen daarmee doorbracht (nee dus), anderen herkenden hun eigen dagen erin.

Het leeft dus. Waar komt dat vandaan?

Ooit in mijn carrière werd bij het bedrijf waar ik werkte TQM geïntroduceerd: Total Quality Management. Het doel was systematisch alle processen te kaibannen of iets dergelijks. Ik werd projectleider TQM en er kwam een afdeling TQM. En als kwaliteit een afdeling wordt dan weet je het wel.

Niet lang daarna werd het, meen ik, Lean Six Sigma. Ik ging een cursus doen en kreeg een Lean Six Sigma Belt waarmee ik een zekere status verwierf. Waar TQM ging over kwaliteitsdenken, ging Six Sigma over het regelen voor een gemiddeld constante kwaliteit zonder al te veel variantie.

Maar dat was zeker niet het einde. Want vervolgens kwam Prince2 op mijn pad. Al dat kwaliteitsdenken moest projectmatig wel in goede banen worden geleid. En dat gebeurde.

Maar goed, werken doe je met mensen en wie iedereen was wisten we ook niet precies. Waar lag ieders groei en ieders potentie. En dus gingen we aan de slag met MBTI en Insights Discovery. Ik bleek ENTP/J te zijn en mijn kleuren waren dominant rood en geel. Ik kon weer jaren vooruit want opeens kende ik niet alleen mezelf maar ook iedereen om me heen.

Daarna kwam PMO: een goed geleide projectorganisatie die alles zou en kon regelen. De Project Management Officer was een almachtige op afstand van de business.

Next step was scrummen in de ochtend. Een daily stand up waarin iedereen vertelde wat ie ging doen en hoe dat paste in het geheel. Omdat dat wel erg free format was werd een scrum master aangesteld. Die had een beetje rare taak: iedereen moest voor een bepaalde periode aangeven wat ie ging doen. Zo’n periode heet een sprint. De master bepaalt dan samen met het team het belang van al die dingen en dan gaat iedereen aan de gang.

Wat ik ergens nog vergeten ben is ISO. Maar daar heb ik geen andere herinnering aan dan het besef dat een fabriek dat betonnen zwemvesten produceert ISO-gecertificeerd kan zijn.

De precieze volgorde ben ik een beetje kwijt in de loop der jaren maar er zit wel een lijn in. Eerst werd kwaliteit ontdekt als belangrijk onderscheidend vermogen in de markt, vervolgens werd ontdekt dat je de kosten kunt sturen door zo min mogelijk waste te produceren. Omdat dat niet vanzelf gaat moet je de boel in projecten goed beheren. Een Project bestaat uit proejctdeelnemers en om die tot hun recht te laten komen reduceer je mensen tot letter- of kleurcombinaties. Die gaan vervolgens weer alle kanten uit en dus benoem je een projectmanager. Omdat mensen vervolgens het gevoel hebben er niet meer toe te doen praat je iedere dag met elkaar. Maar dan krijg je dat iedereen zijn eigen gang gaat in zijn eigen tempo en dus spreek je af wat je wilt bereiken in een bijvoorbeeld de komende twee weken.

Ik denk dat de volgende stap is dat we met elkaar gaan praten over zingeving in het werk en hoe we vanuit intrinsieke motivatie en groei waarde kunnen toevoegen. Dat klinkt vaag, maar als je dingen doet vanuit plezier en motivatie gaan ze beter. En als je wilt blijven groeien moet je je ontwikkelen op punten die schuren. Zeker en vast wordt daar dan een methodiek bij bedacht waarin we weer moeten passen. Een soort MMI-score: The Mental Mass Index ©

Wat mij door de jaren wel opvalt is de bijna religieuze manier waarop nieuwe dingen worden opgepakt. “Vanaf nu is de toekomst TQM”, heb ik ooit iemand horen beweren. Dat dus. En dat werkt niet omdat er een golfbeweging is van hard naar zacht, van technocratie naar democratie.

Dus niet religieus erin zitten maar licht en relativerend. Mensen zijn geen lettertjes of kleurtjes en processen lopen altijd anders dan je denkt. Het is heel goed om afspraken te maken maar denken dat je scrum board de werkelijkheid is is onzin.

Ooit heb ik een PMO-team meegemaakt dat in een parallel universum leefde waar geen output meer bestond maar slechts intern proces. Dat was een belevenis op zich. Dat het gebruiken van een systematiek een doel op zich wordt waarbij als het ware geen buitenwereld meer nodig is. Ik had dat nog niet eerder meegemaakt.

Daar zit ook de kritiek die ik stopte in mijn tweet. Dat je zo opgaat in het juiste gebruik van een methode dat je vergeet waarvoor je het doet. Meer business, prettiger werken, meer improvisatievermogen, meer flexibiliteit, grotere wendbaarheid.

Als je dat uit het oog verliest verlies je je business.

De Grote Tuinverbouwing

Tags

, , ,

Wij van Homies mochten laatst meewerken aan een bekend tv-programma: De Grote Tuinverbouwing. Het blijkt dat daar zo’n 600.000 mensen naar kijken en de waardering is hoog. Het is dan ook laagdrempelig en vooral gezellig en herkenbaar. Het format is strak. Bij wat je gewone mensen, zoals jij en ik, mag noemen wordt in korte tijd tuin en huis veranderd. De bewoners geven vooraf aan wat in ieder geval niet mag, de muren kanariegeel schilderen of iets dergelijks. Daarna wordt hun huis ter renovatie overgenomen door een leuk en vakkundig team. Het resultaat is altijd prima. Mensen zijn verrast als zij weer terugkomen in hun eigen veranderde huis.

Maar goed. Wij mochten meedoen en daarom was ik ter plekke bij de opnamen. Een gewone buitenwijk van een middelgrote stad. Niet al te oude woningen, veel watertjes er tussendoor en daar weer overheen bruggetjes. De woning in kwestie was deels met hout betimmerd en had een veranda, een porch uit een Amerikaanse film die zich afspeelt in Louisiana. We stonden in de polder van Nederland. 

Iedereen was druk. De tuin was al flink onder handen genomen en ik liep naar binnen. Daar immers zouden wij het alarm aanleggen, zodat de bewoners niet alleen in een nieuw maar ook in een goed beveiligd huis terug zouden keren.

De wijk waarin het huis staat is redelijk eenvormig. Er is geen sprake van één rij verandawoningen maar van hele straten. Een paar straten verderop zijn er woningen met óf links óf rechts een ruime schuur of garage. De bakstenen zijn op kleur uitgezocht. Bruin tot geelbruin. Idem voor de dakpannen. Met behulp van water en bruggetjes wordt een oud dorp gesuggereerd. Geen rechte straten maar met een bochtje. Niet alleen doorlopend maar ook doodlopend. Bruggetje over en dat sta je op een erfje. Aan alle kanten is nagedacht over knusheid. Maar doordat die zo streng is doorgevoerd ontbreekt de ziel. Je voelt dat je loopt in een tekentafelwijk en niet in een organisch gegroeide wijk.

Wat het mooie was van deze dag was de volkomen eigenheid van de woning binnen. Ieder detail, iedere foto was persoonlijk. De spullen in de keuken, de spullen op de tafel, de kleuren van alle muren. Hoe deze mensen in een redelijk eenvormig huis hun volstrekt eigen plek hadden gecreëerd. Alles ademde eigenheid uit.

Wonen in Nederland heeft een buitenkant, een gevolg van ontwerpen in het groot, én een binnenkant. Miljoenen mensen die daar hun eigen woning creëren en ervan genieten. Ook als ze zelf, zoals in dit geval, niet thuis zijn. 

Later zag ik alles terug op televisie en de mensen waren zoals ik het me ook had voorgesteld. Een warm jong gezin. En ze waren verrast over alle mooie veranderingen in hun huis. Over twee maanden hebben ze helemaal hun eigen draai eraan gegeven.

Ik ben blij dat ik hen belangrijke veiligheid heb kunnen geven, met het Homies Alarm.